
De dijken in de Achterhoek en Liemers beschermen ons tegen het hoge rivierwater. Voor een stevige dijk is een gevarieerde begroeiing met veel kruiden belangrijk en de frequentie en het tijdstip van maaien (zo laat mogelijk) zijn hierop aangepast. Behalve vele nuttige kruiden profiteert ook Jacobskruiskruid van dit maaibeleid. Vanaf dit maaiseizoen is de aanwezigheid van dit kruid reden om eerder dan gebruikelijk te maaien.
Jarenlang lopende proeven op een dijktraject van waterschap Rivierenland laten zien dat deze methode net zo effectief is als chemische bestrijding. Behalve dat een aangepast maaibeleid milieuvriendelijker is, wordt de erosiebestendigheid van de dijk niet aangetast. Bij chemische bestrijding gebeurt dit wel.
Jacobskruiskruid is een inheemse soort en komt dus van nature in Nederland voor. Jacobskruiskruid is vooral giftig voor paarden en koeien, maar ook andere grazers kunnen er last van krijgen. Al in kleine hoeveelheden is het kruid zeer schadelijk voor de lever. Dieren kunnen er aan overlijden. Maaisel dat Jacobskruiskruid bevat wordt gestort en wordt niet gebruikt als voedsel voor dieren.
Het maaibeheer op dijken is al enkele jaren gericht op het verkrijgen van een gevarieerde vegetatie met gras en veel kruiden. De mix van gras en kruiden zorgen voor een goede doorworteling van de bovenste laag grond. Deze wortels houden de grond vast en zorgen zo voor een stevig pantser voor de dijk. Om de goede vegetatie te krijgen is het maaibeleid gericht op het voedselarmer maken van de bodem (verschraling). Dat wil zeggen dat maaisel wordt afgevoerd (machinaal of door begrazing) en dat op dijken over het algemeen ‘zo laat mogelijk' (nadat de gewenste planten gebloeid hebben) wordt gemaaid. Zo ontstaat de juiste mix aan grassen en kruiden, en een stevige dijk.