
De tropische hoosbui die op 26 augustus boven de Achterhoek losbarstte, was van een ongekende hevigheid en zorgde voor ernstige wateroverlast. Alle hens aan dek bij het waterschap, waar de medewerkers zich de impact van die en de daaropvolgende dagen nog goed herinneren. Intussen wordt bekeken in welke mate we ons hier in de toekomst tegen kunnen wapenen. “Dit komt statistisch minder dan eens in de duizend jaar voor. Maar dat wil niet zeggen dat het volgend jaar niet wéér kan gebeuren…”
Arian Kuil is perswoordvoerder van het Waterschap Rijn en IJssel. “Wat hier gebeurde is echt zeer, zeer extreem, met 138 millimeter regen in één etmaal”, begint hij. “In de top tien met natste dagen sinds 1950 is de Achterhoek opeens met drie plaatsen vertegenwoordigd. De hoeveelheid regen die toen in één dag viel, past niet in ons ‘watersysteem’, hoe je er ook naar kijkt. Daarentegen behoort de periode tot half augustus tot de vijf droogste in honderd jaar. Dat komt aan.”
Verdeelde reacties
Wat gebeurt er bij het Waterschap als zo’n ‘ramp’ zich voltrekt? “Veel. Ruim honderd man zijn in die daaropvolgende dagen vierentwintig uur per dag bezig met het op een zo slim mogelijke manier bedienen van onze stuwen, sluizen en andere kranen waarmee we het systeem optimaal benutten. En we hebben dijken en kades met zandzakken verhoogd. De dagen erna viel er nog eens zo’n dertig tot veertig millimeter. Je doet dan eigenlijk twee dingen: de overlast beperken en ervoor zorgen dat het waterafvoerend systeem zo goed mogelijk gemanaged wordt.”
Dat geeft verdeelde reacties bij de burgers, weet Arian. “Het gebied van de Berkel bijvoorbeeld, kent een redelijk verval. Daar was het water vrij snel weg. Bij de Baakse Beek en de Veengoot duurde dat veel langer. Daar is het vlak en de natuur doet gewoon zijn werk. Dat valt niet altijd makkelijk uit te leggen. Toch moeten we stellen dat door de waterschappen ons land een beheersbare delta is geworden. De meer natuurlijke manier van beheren, zoals we dat tegenwoordig kennen, helpt daarbij. Was dit dertig jaar geleden gebeurd, dan was de overlast minstens zo erg en vermoedelijk erger geweest.”
Rekening
Alfred te Pas, manager Waterbeleid bij Waterschap Rijn en IJssel, vult aan “In de herinrichtingprojecten voor onze watergangen, waar we al jaren mee bezig zijn, houden we rekening met klimaatverandering. Nu al spelen we in op de kansen op extremere weersomstandigheden. Eind augustus hebben we wel een heel extreme situatie meegemaakt. Een soort tropische stortbui, die we hier normaliter niet kennen. Deze valt buiten elke statistiek. Op grond hiervan gaan we checken of we onze aannames overeind kunnen houden. Want kansberekening is goed, maar passen onze uitgangspunten nog wel bij wat er is gebeurd?”
rekening aan vast die waarschijnlijk niemand wil betalen. In het westen van ons land ligt dat duidelijker: als dit daar zou zijn gebeurd, hadden we waarschijnlijk een miljardenschade gehad. Niettemin hoorde ik een uitspraak dat wellicht tientallen boeren in ons gebied nu met hun bedrijf moeten stoppen.”
Afgezien van de hoeveelheid regen was ook het moment erg ongelukkig, stelt de manager Waterbeleid. “Het is vrij bijzonder dat dit gebeurt aan het eind van het groeiseizoen; je verwacht dit eerder vroeg in het jaar en dan staan er nog geen kwetsbare gewassen op het veld.” Voorzichtige schattingen gaan uit van enkele tientallen miljoenen euro’s schade.
Verbeterslag
“Wat gaan we nu doen? Vooropgesteld: er zijn landelijk acceptabele normen voor wateroverlast gesteld. Ons systeem kan die normen makkelijk aan. Maar dit extreme geval gaan we natuurlijk wel meenemen in de statistieken. We willen hier maximaal van leren en kijken waar dingen nog beter kunnen.”
Kunnen we preventief iets doen? “Zulke extreme gebeurtenissen kun je niet voorkomen. We kunnen ons alleen maximaal inspannen om zoiets zo goed mogelijk op te vangen end daarmee de vervolgschade zo veel mogelijk te beperken. Daar is nog een verbeterslag mogelijk, lijkt me. We zouden bijvoorbeeld nóg kritischer naar ons ruimtegebruik kunnen kijken. Dus geen kwetsbare gewassen in ‘risicovolle gebieden.” Daarbij hoort ook het mogelijk aanwijzen van bergingsgebieden, waar in natte tijden hoog water tijdelijk geborgen wordt.