
Uitgebreide toelichting op het Activiteitenbesluit
Type A, B of C inrichting
Geen inrichting?
Lozingen op het oppervlaktewater
Oppervlaktewateren die bijzondere bescherming behoeven
Lozingen op de riolering (indirecte lozingen)
Wie is bevoegd gezag?
De systematiek voor lozingen
Meldplicht: hoe dien ik een melding in?
Nodig: melding en eventueel maatwerkvoorschriften of watervergunning
Het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) bevat algemene milieuregels voor bedrijven. Bedrijven die vallen onder het regime van het Activiteitenbesluit hebben vaak geen vergunning voor het oprichten of veranderen van een milieu-inrichting nodig.
Behalve voor IPPC-inrichtingen en agrarische inrichtingen worden in beginsel alle milieuaspecten bij inrichtingen geregeld met het Activiteitenbesluit.
In het Activiteitenbesluit worden bedrijven op gedeeld in drie categorieën:
Type A, B of C inrichting
Het Activiteitenbesluit is van toepassing op alle inrichtingen in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), uitgezonderd IPPC-inrichtingen en agrarische inrichtingen. Daarbij maakt het besluit een onderscheid in type A-, B- en C-inrichtingen.
Type A- en B-inrichtingen worden volledig geregeld met het besluit, voor type C-inrichtingen zijn alleen de voorschriften uit voornamelijk hoofdstuk 3 van toepassing. De overige aspecten moeten geregeld worden in de Omgevingsvergunning of Watervergunning. Het enige verschil tussen een type A en een type B inrichting is de meldingsplicht bij oprichting en verandering van de inrichting; type B inrichtingen moeten dit melden en type A inrichtingen hoeven dat niet te doen.
Of een bedrijf een type C inrichting is, bepaalt bijlage 1 van het Bor (Besluit omgevingsrecht). Is de activiteit die het bedrijf uitvoert genoemd in de bijlage dan is het een type C-inrichting. Landbouwinrichtingen zijn ook type C-inrichtingen. Deze zijn veelal niet vergunningpichtig, maar vallen nog onder andere besluiten zoals het Besluit Landbouw, Besluit glastuinbouw en het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Het Activiteitenbesluit is dus (nog) niet van toepassing op lozingen ten gevolge van agrarische activiteiten. Indien bij een agrarisch bedrijf een activiteiten plaatsvindt die niet gerelateerd is aan agrarische activiteiten, zoals bijvoorbeeld een bodemsanering, is het Activiteitenbesluit wel van toepassing.
Geen inrichting?
Als de lozing niet vanuit een inrichting plaatsvindt geldt voor een lozing vanuit een particulier huishouden het Besluit lozing afvalwater huishoudens en op de overige lozingen zal in afzienbare tijd (waarschijnlijk op 1 juli 2011) het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing zijn.
Lozingen op het oppervlaktewater
Voor lozingen in het oppervlaktewater geldt dezelfde systematiek met een klein onderscheid. Voor een aantal activiteiten zijn de lozingen in het oppervlaktewater geregeld in het besluit. Daarvoor geldt bovenstaande systematiek. Als voor een activiteit de lozing in het oppervlaktewater niet is geregeld in het Activiteitenbesluit, is het besluit niet van toepassing op die lozing. Deze lozing is vergunningplichtig op grond van de Waterwet, u heeft dan een watervergunning nodig. De Waterwet, in samenhang met het Activiteitenbesluit, biedt echter de mogelijkheid hiervoor de verkorte voorbereidingsprocedure (de kleine watervergunning) te volgen.
Oppervlaktewateren die bijzondere bescherming behoeven
Bij lozingen op het oppervlaktewater maakt het Activiteitenbesluit een onderscheid in oppervlaktewateren die in verband met lozingen geen bijzondere bescherming behoeven en overige oppervlaktewateren. In de Ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit is in bijlage 2 een lijst opgenomen van oppervlaktewateren die in verband met lozingen geen bijzondere bescherming behoeven. De wateren die niet worden genoemd in de regeling behoeven wel bijzondere bescherming (ook wel ‘kleine' oppervlaktewateren genoemd). Lozingen op deze wateren zullen in veel gevallen aan strengere eisen moeten voldoen. Bij de betreffende activiteiten in het Activiteitenbesluit wordt aangegeven of er strengere eisen gelden of dat een maatwerkvoorschrift kan worden opgelegd.
Lozingen op de riolering (indirecte lozingen)
Met het van kracht worden van de Waterwet op 22 december 2009 is de waterbeheerder geen bevoegd gezag meer voor lozingen op de riolering, ook wel ‘indirecte lozingen’ genoemd. Alle lozingen op vuil- en schoonwaterriolen vallen uitsluitend onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) waarvoor de provincie of de gemeente het bevoegd gezag is. Voor rechtstreekse lozingen in het oppervlaktewater en rechtstreekse lozingen op een zuiveringstechnisch werk van het waterschap (bijvoorbeeld een rioolwaterzuivering of een persleiding) is de waterbeheerder bevoegd gezag.
De systematiek voor lozingen
Het besluit maakt in de voorschriften een onderscheid tussen lozingen in het vuilwaterriool en de overige lozingen: lozingen in oppervlaktewater, lozingen in het schoonwaterriool en lozingen in en op de bodem.
U kunt hier zien voor welke activiteiten de lozing in het Activiteitenbesluit is geregeld.
Wie is bevoegd gezag?
Met de Waterwet is de bevoegdheidstoedeling ten aanzien van lozingen vereenvoudigd. De waterbeheerder (waterschap op het Rijk) is het bevoegd gezag voor lozingen in het oppervlaktewater en direct op zuiveringstechnische werken van het waterschap. Alle overige lozingen, inclusief lozingen op of in de bodem, vallen onder de Wabo met bijbehorend bevoegd gezag (gemeente of provinice).
Er is sprake van een directe lozing op een zuiveringstechnisch werk van het waterschap als een bedrijf z'n afvalwater via een pijp, dat geen rioolstelsel is, direct loost op bijvoorbeeld een persleiding of rioolwaterzuivering in beheer bij het waterschap. Volgens de wet is een rioolstelsel een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. Genoemde pijp transporteert afvalwater, maar als slechts één bedrijf daarop loost is geen sprake van inzameling en is het dus geen rioolstelsel. Zodra meerdere lozers zijn aangesloten op die pijp is sprake van inzameling, waardoor de pijp een rioolstelsel wordt en lozing onder de Wabo komt te vallen. Bij directe lozingen op zuiveringstechnische werken gelden overigens dezelfde voorschriften als bij lozing op een vuilwaterriool.
Meldplicht: hoe dien ik een melding in?
Bedrijven die activiteiten starten of wijzigen die onder het Activiteitenbesluit vallen, moeten dit ten minste vier weken voor aanvang van de activiteit melden bij de gemeente. Deze melding kan elektronisch worden gedaan via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Deze is te benaderen via de link http://aim.vrom.nl/. De digitale melding komt binnen bij de gemeente. Indien er binnen de inrichting ook een lozing plaatsvindt waarvoor het waterschap bevoegd gezag is, dan stuurt de gemeente de melding door aan het waterschap.
Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen met het waterschap.