
Het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij (LOV) is vanaf 1 maart 2000 van kracht. Binnen het werkgebied van Waterschap Rijn en IJssel zijn er circa 10.000 bedrijven en particulieren met agrarische activiteiten.
Welke bedrijven vallen onder het lozingenbesluit?
Als u actief bent in de veehouderij, de akkerbouw, de bollenteelt, de boomteelt, de vollegrondsgroenteteelt, de fruitteelt en/of de zomerbloementeelt, dan heeft u in principe te maken met het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Dus ook als u één van de genoemde activiteiten combineert of als nevenactiviteit uitvoert. Ook de teelt op tijdelijke en wisselende percelen vallen onder het besluit. Glastuinbouw, overdekte witloftrek en de champignonteelt vallen niet onder het besluit. Voor deze bedrijven en voor het telen in potten, containers of op substraat, bijvoorbeeld in de boomkwekerij of groenteteelt, blijft een Watervergunning nodig. Bedrijven die al een lozingsvergunning hebben, vallen niet onder het Lozingenbesluit.
Het Lozingenbesluit richt zich op degene die verantwoordelijk is voor de activiteiten op percelen. Ook als deze worden uitgevoerd door derden, bijvoorbeeld loonwerkers. Als u twijfelt of uw bedrijf wel of niet onder het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij valt, dan kunt u contact opnemen het waterschap
Op welke lozingen is het lozingenbesluit van toepassing?
De voorschriften hebben betrekking op het beperken van afvalwaterlozingen van het erf, het zorgvuldig spuiten en bemesten van gewassen en percelen en het aanhouden van teeltvrije zones langs watergangen. Wanneer uw percelen grenzen aan oppervlaktewater, dan moet u een teeltvrije zone aanhouden. De breedte van de teeltvrije zone is afhankelijk van het gewas en van de spuittechniek die wordt toegepast. Het waterschap zal de naleving van het besluit controleren en handhaven.
Aanpak waterschap
Het heeft gekozen voor een praktische aanpak. Voor de uitvoering van het Lozingenbesluit vindt het waterschap een formele meldingsplicht niet nodig. Het accent ligt op de individuele benadering om te komen tot oplossingen op bedrijfsniveau. Het waterschap controleert de naleving van het besluit en treedt indien nodig handhavend op. Daarnaast geeft het waterschap regelmatig voorlichtingen over het LOV.
Driftarme doppen verplicht
In het LOV wordt het gebruik van driftarme doppen (pdf) voorgeschreven binnen 14m van het oppervlaktewater. Driftarme doppen beperken het verwaaien van bestrijdingsmiddelen en bladbemestingsmiddelen tijdens het bespuiten van landbouwgewassen.
Veelgestelde vragen
1. Hoe kun je zorgvuldig spuiten?
Het Lozingenbesluit heeft tot doel de verwaaiing (drift) van gewasbeschermingsmiddelen met 90% te verminderen. Dit wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd als moderne, driftarme spuitapparatuur wordt toegepast. Om dit te bevorderen gelden voor agrarische ondernemers die deze moderne apparatuur gebruiken smallere teeltvrije zones. Deze zones zijn verplicht op percelen die grenzen aan sloten en ander oppervlaktewater. Op een teeltvrije zone mag u niet spuiten of bemesten. Er mag echter wel een ander gewas op het perceel staan, mits het niet wordt bespoten. In feite is dit een vanggewas of windsingel. In de boomkwekerij is hier al ervaring mee. Gras op de teeltvrije zone is ook toegestaan. Hoe breed de teeltvrije zone moet zijn, is afhankelijk van de spuitapparatuur die u gebruikt en het gewas. Is deze driftarm dan zijn de verplichte teeltvrije zones minder breed. In praktijk kan het lonen deze moderne apparatuur te gebruiken. Ook moet bij een aantal intensief bespoten gewassen een bredere teeltvrije zone worden aangehouden dan bij de overige gewassen. Wanneer u biologisch teelt, hoeft u geen teeltvrije zone aan te houden.
2. Hoe groot is een teeltvrije zone?
Een teeltvrije zone meet u vanaf de insteek van het talud tot het midden van de buitenste gewasrij.
Binnen 14 meter vanaf de insteek mag u alleen bestrijdingsmiddelen toepassen wanneer de veldspuit met driftarme doppen en kantdoppen is uitgerust. De volgende teeltvrije zones zijn dan van toepassing:
Teelt- spuitvrije zones gewas
- gras 25 cm spuitvrije zone
- aardbeien, asperges, prei, schorseneren, sla, peen. aardappelen en uien 150 centimeter
- deze gewassen met luchtondersteuning, overkapte beddenspuit of vanggewas 100 centimeter
- deze gewassen handmatig gedragen spuitboom wordt toegepast 50 centimeter
- granen, triticale en graszaad 25 centimeter
- maïs 50 centimeter
- bloembollen en -knollen 150 centimeter
- boomkwekerijgewassen en vaste planten 150 centimeter
- opwaarts bespoten boomkwekerijgewassen 500 centimeter
- grootfruit als appelen en peren 150 centimeter
- overige landbouwgewassen 50 centimeter
3. Wanneer is chemische onkruidbestrijding in de teeltvrije zone toegestaan?
Chemische onkruidbestrijding op de teeltvrije zone mag alleen pleksgewijs en als de apparatuur die wordt gebruikt geen drift veroorzaakt, zoals een stripper of afgeschermde handspuit.
4. Hoe beperkt u afvalwaterlozingen?
Ook lozingen vanaf uw erf of uit uw bedrijfsgebouwen kunnen concentratiepieken gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het oppervlaktewater veroorzaken. Daarom zijn voor afvalwaterlozingen de volgende maatregelen verplicht:
Is lozing op de riolering niet mogelijk, dan gelden de volgende regels:
Vaak is het mogelijk om verontreiniging van regenwater of afvalwater te voorkomen of te beperken met organisatorische aanpassingen in de bedrijfsvoering. Zo kunnen bijvoorbeeld restanten van bestrijdingsmiddelen verdund worden verspoten op het perceel. Of kan perssap van kuilvoer of schoonmaakwater van melkapparatuur op de mestkelder worden geloosd. Ook het binnen stallen van spuitapparatuur voorkomt afspoeling van bestrijdingsmiddelen. Verontreiniging van het regenwater kan worden voorkomen door het erf regelmatig schoon te vegen.
5. Kan er van de maatregelen worden afgeweken?
Ja, dat is mogelijk. Aan de ene kant is er soms sprake van een versoepeling van de regels. Zo kan de waterkwaliteitsbeheerder u toestaan een smallere teeltvrije zone in te stellen. U moet dan aantonen dat u emissiearme apparatuur gebruikt of een teeltwijze heeft die minimaal hetzelfde resultaat oplevert als de hiervoor genoemde maatregelen. Bij uitzondering mag ook worden gespoten bij hardere wind dan 5 meter per seconde. Bijvoorbeeld als u een overkapte beddenspuit gebruikt of als er een teeltbedreigende situatie ontstaat doordat het dagen achtereen te hard waait en langer uitstel van bespuiting niet mogelijk is.
Aan de andere kant kunnen regels ook worden aangescherpt door de waterkwaliteitsbeheerder. In de praktijk gaat het dan vooral om percelen die grenzen aan kwetsbaar oppervlaktewater, zoals zwemwater, water in een natuurgebied of water bestemd voor drinkwater. Daar kunnen bredere teeltvrije zones worden verplicht. Of daar gelden strengere eisen voor wat betreft het lozen van sanitair afvalwater of het hergebruik van spoelwater.
6. Hoe werkt dit besluit in de praktijk?
Welke maatregelen voor uw bedrijf van toepassing zijn en hoe u daarmee moet omgaan is afhankelijk van uw specifieke bedrijfssituatie. Bij de totstandkoming van het besluit heeft de rijksoverheid nauw samengewerkt met de deskundigen van waterschappen, onderzoeksdiensten en landbouworganisaties. Dit neemt niet weg dat het voor sommige agrarische ondernemers niet eenvoudig is de juiste keuzen te maken als zij op het punt staan de verplichte maatregelen door te voeren. Goede informatie en het krijgen van de juiste adviezen zijn dan van groot belang. Vandaar dat meerdere organisaties u informeren en adviseren. Door de rijksoverheid, de waterkwaliteitsbeheerders, maar ook door uw agrarische belangenorganisaties en uw agrarische adviseurs. Heeft u vragen, dan kunt u bij een van deze partijen terecht.
7. Wat is een driftarme dop en een kantdop?
Een driftarme dop is een spuitdop die zo is gemaakt dat er nauwelijks bestrijdingsmiddelen kunnen wegwaaien. Een kantdop is een driftarme dop die zorgt voor een verticale neerwaartse richting van bestrijdingsmiddelen aan de kant van het oppervlaktewater. Vanaf december 2001 is het gebruik van kantdoppen en driftarme doppen bij spuitapparatuur bij toepassing gewasbeschermingsmiddelen binnen 14 meter van een watergang verplicht.
8. Wat is een teeltvrije zone?
Een teeltvrije zone is een strook grond tussen een sloot en de rand van een perceel. Vanaf de insteek van de watergang (inclusief de taluds) tot het midden van de buitenste rij van het gewas. In deze zone mag, behalve gras, niet hetzelfde gewas worden geteeld als op de rest van het perceel.
9. Wat is een vanggewas?
Een vanggewas is een aaneengesloten rij bomen, struiken of andere gewassen, die tijdens het spuiten met bestrijdingsmiddelen aanwezig is. Deze moet minstens even hoog zijn als de bovenste spuitdop van het apparaat en als het gewas op het perceel. Hierdoor wordt het verwaaien van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater beperkt.
10. Wat is een emissiescherm?
Een emissiescherm is een scherm van ondoorlatend materiaal of van gaas dat minimaal de helft wind tegenhoudt. Het wegwaaien van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater kan daardoor worden beperkt. Een emissiescherm moet minstens even hoog zijn als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop en als het te bespuiten gewas. Bij het plaatsen van een emissiescherm moet men wel rekening houden met de Keur van het waterschap. Dit geldt ook voor het plaatsen van een vanggewas.
11. Waar moet afvalwater dat vrijkomt bij het ontijzeren van grondwater aan voldoen?
Afvalwater dat ontstaat bij het ontijzeren van grondwater mag - na bezinking - geloosd worden op oppervlaktewater. Het ijzergehalte mag niet meer zijn dan 5 mg/l. Om dit te kunnen controleren moet de lozing op oppervlaktewater plaatsvinden via een controlevoorziening. Vanaf 2005 mag lozing niet meer op oppervlaktewater plaatsvinden als binnen 40 meter riolering met voldoende capaciteit aanwezig is.
12. Mag schoonmaak- of waswater op het oppervlaktewater worden geloosd?
Schoonmaakwater uit bestrijdingsmiddelenruimtes, stallen, meststoffenopslagruimtes en de reparatiehal mag niet worden geloosd op oppervlaktewater. Schoonmaakwater uit andere ruimtes mag na bezinking worden geloosd. Afvalwater waarin reinigings- of ontsmettingsmiddelen voorkomen mag eveneens niet geloosd worden. Waswater van spuit- en mestapparatuur mag niet geloosd worden.
13. Mag waswater van voertuigen op de sloot worden geloosd?
Als de voertuigen, werktuigen of apparaten niet zijn gebruikt voor de toepassing van meststoffen en bestrijdingsmiddelen is dit onder voorwaarden toegestaan. Het te lozen water mag niet meer dan 100 mg/l onopgeloste bestanddelen en niet meer dan 20 mg/l minerale olie bevatten. Als het afvalwater de toegestane gehaltes aan olie of onopgeloste bestanddelen overschrijdt, bent u verplicht dit eerst te zuiveren. Het is daarom verstandig om uw bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat de gehaltes niet boven de gestelde normen uitkomen. Om te kunnen controleren of u aan de voorwaarden voldoet, moet de lozing op oppervlaktewater plaatsvinden via een controlevoorziening. Vanaf 2005 mag lozing niet meer op oppervlaktewater plaatsvinden als binnen 40 meter riolering met voldoende capaciteit aanwezig is.