
De studie is het directe gevolg van de wateroverlast van eind augustus 2010. Na een uitzonderlijk zware regenbui kwam toen een deel van de Achterhoek blank te staan. Deze calamiteit is aangegrepen om meer kennis te vergaren over hoe het watersysteem zich in dergelijke omstandigheden gedraagt. Daarvoor is eerder al een uitgebreide evaluatie uitgevoerd en is nu ook dit onderzoek verricht naar drie herinrichtingsprojecten: de Zoddebeek, de Leerinkbeek en de Groenlose Slinge.
Het gaat in alle gevallen om belangrijke hoofdwatergangen. De waterlopen zijn opnieuw ingericht waardoor de beken weer gaan stromen en kunnen meanderen, er zijn stuwen verwijderd en vispassages en cascades aangelegd. Op sommige plekken is ook ruimte gecreëerd om tijdelijk water vast te houden.
De projecten hebben overal bijgedragen aan een verbetering van de ecologische kwaliteit en helpen in beperkte mate om optredende verdroging tegen te gaan. Het beschermingsniveau tegen wateroverlast neemt echter wat af. Er wordt nog wel voldaan aan de geldende normen.
Bij die toetsing werd tot nu toe uitgegaan van het profiel van de watergang in de winter, omdat in de regel dan de hoogste waterstanden voorkomen. Wanneer nu als gevolg van de klimaatverandering ook rekening wordt gehouden met extreme buien in de zomer, dan blijkt dat het risico op wateroverlast snel kan toenemen. Dit komt omdat dan de opstuwende werking van de weelderiger begroeiing samenvalt met de grotere aanvoer van water.
Waterschap Rijn en IJssel wil voor alle nieuwe projecten met deze nieuwe inzichten rekening houden en de risico's inzichtelijk maken en daarop anticiperen. Dat kan betekenen dat er soms gekozen zal worden voor een ander ontwerp zoals retentie, om de risico's verder te beperken. Het kan ook betekenen dat in sommige gevallen een groter risico wort geaccepteerd.