Logo Waterschap Rijn en IJssel
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage Rijn en IJssel > Bedrijven > Zuiveringsheffing bedrijfsruimten

Zuiveringsheffing bedrijfsruimten

 

Beschrijving

Bedrijven betalen voor de hoeveelheid afvalwater en de vervuiling in het afvalwater die zij indirect (via de riolering) afvoeren. Onder een bedrijfsruimte wordt verstaan een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet zijnde een woonruimte. De hoogte van de heffing wordt berekend per vervuilingseenheid (v.e.). 

Bij kleinere bedrijfsmatige lozingen wordt veelal de regeling voor tabelbedrijven toegepast. Het aantal v.e.'s dat bij grote bedrijfsmatige lozingen wordt afgevoerd wordt bepaald door het doen van metingen, het nemen van monsters en het verrichten van analyse.
De kosten die het waterschap maakt voor het transport en zuivering van afvalwater worden verhaald via een zuiveringsheffing op alle indirecte lozingen (dat zijn lozingen op de riolering of op een zuiveringstechnisch werk). De basis voor de zuiveringsheffing is vanaf 2009 geregeld in de Waterschapswet. Met betrekking tot de verontreinigingsheffing voor directe lozingen gelden nog steeds de bepalingen uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De zuiveringsheffing wordt zowel aan gebruikers van bedrijfsruimten als van woningen opgelegd.

Een aanvraag om beperkte meting, bemonstering of analyse toe te staan, moet ruim voor het begin van het nieuwe heffingsjaar worden ingediend.

Voorwaarden

De zuiveringsheffing dient te worden betaald als aan de volgende voorwaarde is voldaan:

  • U loost afvalwater op het riool of op een zuiveringstechnisch werk (indirect).

Bijzonderheden

Aanpak

Voor de heffing werken wij samen met Lococensus. De betaling vindt plaats via de nota van waterbedrijf Vitens. Bedrijven met een vervuilingswaarde van 5 vervuilingseenheden of meer ontvangen de aanslag rechtstreeks van Lococensus.

Bij een vervuilingswaarde tussen 5 en 1.000 vervuilingseenheden kan de verontreinigingsheffing voor bedrijfsruimten aan de hand van de hoeveelheid ingenomen water grotendeels met behulp van de tabel afvalwatercoëfficiënten worden bepaald. Voorwaarde is wel, dat er een rechtstreekse relatie tussen de hoeveelheid ingenomen water en de veroorzaakte vervuiling moet bestaan.

Als aannemelijk is dat de vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte minder bedraagt dan 5 vervuilingseenheden, dan wordt de aanslag op 3 vervuilingseenheden bepaald. Als de hoeveelheid ingenomen water in een bedrijfsruimte in een jaar 44 m3 of minder is geweest kan de aanslag naar 1 vervuilingseenheid worden teruggebracht. U kunt uw aanvraag online of schriftelijk aan Lococensus richten.

Toepassing van de zogenaamde T-correctie (als het chemisch zuurstofverbruik van het afvalwater van bedrijfsruimten aantoonbaar voor tenminste 25% uit biologisch niet-afbreekbare stoffen bestaat) moet ruim vóór het begin van het heffingsjaar bij Lococensus worden aangevraagd. 

 
 
 
 
 

Paginafuncties

Logo Waterschap Rijn en IJssel
Naar boven