Logo Waterschap Rijn en IJssel
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage Rijn en IJssel > Belangenorganisaties > Persbericht: Meer kijk op overstromingsrisico

Persbericht: Meer kijk op overstromingsrisico

Waterschap Rijn en IJssel gaat bij herinrichting van waterlopen voortaan het verschil in beschermingsniveau in beeld brengen. Ook wordt van drie recente herinrichtingsprojecten het verschil in de overstromingskansen voor en na de herinrichting uitgerekend. Het beter inzichtelijk maken van het beschermingsniveau vloeit rechtstreeks voort uit de evaluatie van de wateroverlast in de Achterhoek in augustus 2010.

Waterschappen beschermen ons tegen wateroverlast. Ze kunnen wateroverlast echter niet in alle omstandigheden voorkomen. Soms zijn de omstandigheden zo extreem dat wateroverlast onvermijdelijk is. De bescherming strekt zich dan ook uit tot een niveau dat statistisch gezien relatief weinig voorkomt. Dat beschermingsniveau is daarnaast gekoppeld aan de risico's en de gevolgen van een eventuele overstroming. Daar waar mensenlevens in gevaar komen, wordt een hoger beschermingsniveau geboden dan op plekken waar alleen sprake is van economische schade. Ongeveer 60 procent van Nederland is gevoelig voor overstromingen.

In het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel gelden drie beschermingsniveaus:

1. Bebouwde gebieden (steden en dorpskernen) worden beschermd tegen een overstromingsrisico dat statistisch niet vaker dan eens in de honderd jaar voorkomt (1/100).
2. Landbouwgebieden (en dun bevolkte gebieden) worden beschermd tegen een overstromingsrisico dat statisch niet vaker dan eens in de tien jaar voorkomt (1/10).
3. Voor natuurgebieden bestaat geen beschermingsnorm. Deze mogen regelmatig overstromen. Door het laten overstromen van natuurgebieden, wordt het risico op overstroming verder stroomafwaarts kleiner.

Beheergebied voldoen aan normen

In de praktijk voldoet het vrijwel gehele beheergebied ruimschoots aan deze normen. Veel gebieden voldoen aan een norm die vele malen hoger ligt, tot een statistische bescherming van eens in de 200 of 300 jaar. Dat we desondanks met natte voeten geconfronteerd kunnen worden leerde de wateroverlast van augustus 2010. Uit de reacties op die overlast bleek ook dat veel mensen twijfelden of het waterschap de kaden en andere keringen wel op hoogte had.

Door de klimaatverandering neemt het risico op overstroming, maar ook de kans op langdurige perioden van droogte snel en sterk toe. De hoeveelheid neerslag is ten opzichte van het begin van de vorige eeuw al met 18 procent toegenomen. Het aantal natte winterdagen is met 29 procent toegenomen.

Volgens de in 2006 gepresenteerde weerscenario's van het KNMI, zetten die veranderingen zich de komende decennia stevig door. De kans op zeer natte dagen in de zomer neemt deze eeuw met 10 tot 50 procent toe en in de winter met 8 tot 24 procent. De hoeveelheid water die bij Lobith ons land binnenkomt stijgt volgens het KNMI de komende eeuw met 14 tot 27 procent, terwijl die hoeveelheid in de zomer tot 40 procent minder kan worden.

Nieuwe klimaatscenario's

Volgend jaar worden nieuwe klimaatscenario's verwacht. De verwachting is dat deze eerder extremer dan gematigder zullen uitvallen. Deze klimaatverandering vraagt forse aanpassingen van het watersysteem. Er is meer ruimte voor water nodig: om vast te houden voor droge tijden en te bergen in natte tijden. Daarvoor worden waterlopen heringericht. Dat gebeurt vaak in combinatie met het ontwikkelen van natuurgebieden.

In augustus 2010 kreeg de Achterhoek een voorproefje van wat die klimaatverandering kan betekenen. In één etmaal viel 140mm regen. Een bui die statistisch minder dan eens in de duizend jaar voorkomt. Eerder die maand was al een bui van 60mm gevallen, die niet tot noemenswaardige overlast heeft geleid. Op dit moment valt er gemiddeld zo'n 60mm per maand.

Opgedane kennis gebruiken

In de evaluatie van die wateroverlast, door het bureau HKV-Lijn in water, werd aangegeven dat herinrichting van beken in sommige gevallen tot een lager beschermingsniveau tegen overstroming kan leiden. Of dat in augustus 2010 het geval is geweest is onduidelijk. Bij herinrichtingsprojecten werd tot nu toe vooral gekeken of het nieuwe ontwerp aan de eisen voldoet. Van drie afgeronde herinrichtingsprojecten wordt nu het beschermingsniveau voor en na de herinrichting doorgerekend. Deze drie herinrichtingsprojecten, de Leerinkbeek, de Zoddebeek en de Groenlose Slinge, vormen een goede afspiegeling van de verschillende soorten herinrichtingsprojecten die het waterschap uitvoert. De hierdoor opgedane kennis wordt bij nieuwe projecten gebruikt.

Bovendien wordt vanaf nu bij alle nieuwe herinrichtingsprojecten het beschermingsniveau voor en na de herinrichting inzichtelijk gemaakt. Daarmee krijgen inwoners van het beheergebied meer zicht op de risico's.

Het beschermingsniveau heeft betrekking op de frequentie waarin bijzondere omstandigheden statistisch voorkomen. Het blijven rekenkundige exercities. Of de 140mm die eind augustus 2010 hier viel, de afgelopen duizend jaar nooit gevallen is, weten we immers niet. Zo lang houden we die gegevens nog niet bij. Het betekent ook niet dat bij een beschermingsniveau van eens in de tien jaar, het niet kan voorkomen dat er twee of drie keer in die periode sprake is van overlast, of misschien maar eens in de achttien jaar.

 

Paginafuncties

Logo Waterschap Rijn en IJssel
Naar boven