
We geven u graag een korte weergave van de geschiedenis van Waterschap Rijn en IJssel. Uit welke fusiepartners komt het waterschap voort en wat ging eraan vooraf. Wilt u meer weten over onze geschiedenis? Maakt u dan een afspraak met het archief.
Op 2 februari 1328 stelden graaf Reinoud van Gelre en graaf Diederik van Kleef een akte op. Deze akte vormt de grondslag van het bestaan van de Lymerse Schouwpolder. Het betrokken gebied was grotendeels Gelders, maar ook de graaf van Kleef had in hetzelfde gebied grote belangen. In de loop der tijd nam de Kleefse invloed in de regio sterk toe. Het Kleefse en het Gelderse gebied volgden allebei hun eigen weg. U vindt hierover meer informatie in ons archief in Terborg.
In 1838 werd de Lymerse Schouwpolder met enkele andere gebieden omgevormd tot het Polderdistrict Lijmers (Liemers). Na een verdere uitbreiding kwam in 1962 het Polderdistrict Rijn en IJssel tot stand.
Enkele voorgangers van het Polderdistrict Rijn en IJssel zijn:
In de Middeleeuwen was er al sprake van een dijkbestuur. In het archief in Doesburg vindt u meer informatie over de Barboxendijck. In ons archief in Terborg vindt u informatie over dit dijkbestuur in de periode 1630–1817.
Voor het gebied van de Baarbroeksche Dijk en de Angerlosche Zomerdijken werd in 1818 een dijkbestuur ingesteld. Dit gebied werd bedreigd door zowel IJsselwater, als water uit de Oude IJssel. Vier uitwateringssluizen moesten het water uitslaan. In 1838 werd ook dit dijkbestuur omgevormd tot polderdistrict. In 1961 werd het polderdistrict opgeheven en werd het gebied bij het Polderdistrict Rijn en IJssel gevoegd.
Pannerden, Herwen en Aerdt hadden ieder een eigen dijkstoel, ontstaan in de 17e eeuw. In 1707 werd het Pannerdens Kanaal gegraven. Het gebied werd afgesneden van de rest van de Overbetuwe. Het afvoerregime van de Rijn, Waal en IJssel veranderde drastisch. De toenmalige Nederrijn ging minder water afvoeren en werd de Oude Rijn.
In 1838 kwam het 'Reglement op het beheer der rivierpolders in de Provincie Gelderland' tot stand. Hiermee werd het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden een feit. Binnen het polderdistrict lagen drie dorpspolders die ondergeschikt waren aan het bestuur van het polderdistrict. In 1920 werden ze opgeheven.
Polderdistrict Oude Rijn fuseerde in 1983 met het Polderdistrict Rijn en IJssel tot het (vergrote) Polderdistrict Rijn en IJssel. Het polderdistrict Herwen, Aerdt & Pannerden zou met nog enkele gebieden in 1958 het Polderdistrict Oude Rijn gaan vormen.
In 1515 namen inwoners van Arnhem en Velp het initiatief om een waterschap op te richten voor de afwatering van hun gebied. Dit gebied behoorde in1995 tot het Polderdistrict Rijn en IJssel en een jaar later tot het gebied van Waterschap Rijn en IJssel.
Aan de IJssel, tussen Doesburg en Bronkhorst, was al vroeg sprake van een regeling van waterstaatszaken. De bestuurders van de mark Steenderen kwamen regelmatig bijeen om over de toestand van de dijken te vergaderen. In 1817 richtte het dijkbestuur van de Dremptsche, Oldenhaafsche, Hooglurensche en Olburgsche dijken (ook wel de DOHO-dijken genoemd) een waterschap.
Bijzonder in deze regio was de oprichting van een particuliere polder, de Emmer–Zomerkadijkpolder geheten. Het betreft hier het gebied rond het huidige gemaal Spaensweerd, vlakbij Bronkhorst, pal aan de IJssel. Op initiatief van het oude liedenhuis Het Bornhof te Zutphen werd met enkele andere belanghebbenden in 1871 een particulier waterschap opgericht.
Het Polderdistrict DOHO-dijken werd in 1955 met enkele toevoegingen het Polderdistrict IJsselland. In 1983 werd IJsselland samengevoegd met het Waterschap Baakse Beek tot het Waterschap IJsselland-Baakse Beek.
Om in de streek, globaal van Deventer tot Haaksbergen, uit de waterproblemen van hoog-Nederland te komen, richtten Provinciale Staten in Overijssel in 1880 de waterschappen De Schipbeek en De Dortherbeek op. De Dortherbeek werd in 1957 bij het Waterschap De Schipbeek gevoegd.
In 1880 richtten de Provinciale Staten van Gelderland het Waterschap van de Oude IJssel op. Dit waterschap beheert het stroomgebied van de Oude IJssel en de Aastrang op Nederlands grondgebied.
Het waterschap werd onderverdeeld in een Hoofdafdeling (gebied van de Oude IJssel en de Aastrang) en vier afdelingen, te weten: de Aabeken, de Linkeroeverbeken, de Slingebeken en de Wischbeken. In 1959 werden deze afdelingen opgeheven.
Het Waterschap van de Berkel werd in 1882 opgericht. De grootte van het gebied was circa 35.000 ha. Aanvankelijk had het waterschap vijf afdelingen: Boven-Berkel, Midden-Berkel, Beneden-Berkel, Boven-Slinge, Beneden-Slinge. De oorspronkelijke Afdeling Beneden-Berkel werd in 1885 opgeheven en bij Midden-Berkel gevoegd. De afdelingen werden in 1951 opgeheven.
Aan het gebied van het Waterschap van de Berkel werden in 1955 ongereglementeerde gebieden van Warsveld, Vorden en Zutphen toegevoegd. In 1963 volgden de stroomgebieden van de Eefsebeek en de Dommerbeek. In 1969 werd het zogenaamde Koffiegootgebied bij Haakbergen bij het gebied gevoegd. Bij zijn opheffing in 1996 was het gebied van De Berkel ca. 50.000 ha.
In 1970 trad de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater in werking. In Gelderland werd de uitvoering opgedragen aan drie waterschappen met een speciale taakopdracht: het zuiveren van het afvalwater. De waterschappen kregen de naam zuiveringschap. In 1972 ontstond het Zuiveringsschap Oostelijk Gelderland. Het zuiverde het afvalwater van de Achterhoek en Liemers.
In het oostelijk gedeelte van de Achterhoek bestonden vóór die tijd al enkele rioolwaterzuiveringsinstallaties. Deze werden door het zuiveringschap in eigendom en beheer overgenomen. De meeste zijn daarna vernieuwd en vergroot. Met name aan de westzijde van het gebied bouwde het Zuiveringsschap Oostelijk Gelderland grote, nieuwe installaties. De grootste rioolwaterzuiveringsinstallatie is Nieuwgraaf te Duiven. In 2000 werd deze installatie ingrijpend gemoderniseerd.