

Waterschap Rijn en IJssel realiseert op verschillende plaatsen in de Achterhoek en Liemers zogenaamde Ecologische Verbindingszones. Maar waarom doen we dat en wat houdt het in?
Voor vele plant- en diersoorten zijn grote natuurgebieden belangrijk om te kunnen overleven. Door o.a. wegen, bebouwing, stuwen en gemalen is de natuur in Nederland versnipperd in kleine stukjes. De overlevingskansen van sommige plant- en diersoorten nemen hierdoor af. Sommige dreigen zelfs helemaal te verdwijnen.
De overheid en natuurbeheerorganisaties proberen deze stukjes natuur met elkaar te verbinden door ecologische verbindingszones (EVZ's) aan te leggen. Dit zijn verbindingen tussen kleine stukjes natuur. Zo'n zone of verbinding kan bestaan uit natuurvriendelijke oevers, houtsingels, bosjes en struweel. Maar het kan ook een serie poelen zijn, natte weilanden of graanakkers. Al deze zones samen vormen een netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De EVZ's worden door planten en dieren gebruikt als trekroute en als leef- en voortplantingsgebied. Zo wordt het leefgebied voor dieren vergroot en kunnen plantenzaden zich verspreiden. Dit draagt bij aan een grote verscheidenheid aan planten en dieren in de natuur (biodiversiteit).
Een EVZ bestaat meestal uit drie onderdelen:
Het inrichten van een ecologische verbindingszone gebeurt volgens een model. Een model staat voor een type inrichting van het gebied. Modellen hebben de naam gekregen van een diersoort die zich in de desbetreffende inrichting thuis voelt. Het waterschap richt vooral EVZ's in volgens model Kamsalamander, Winde en Rietzanger.
In totaal legt het waterschap in zijn werkgebied tot 2018 zo’n 350 kilometer EVZ aan. Er komen zijn of komen EVZ’s langs de Berkel, Oude IJssel, Boven Slinge, Groenlose Slinge, Buurserbeek/Schipbeek, Grote Beek, Grenskanaal (Montferland-Rijnstrangen), Baakse Beek, Veengoot-Lindense Laak (Graafschap-IJssel) en de Groenlose Slinge. Langs de meeste EVZ's zijn al diverse vispassages en natuurvriendelijke oevers aangelegd. Waar deze liggen, kunt u bekijken via de kaart Herinrichtingsprojecten.
Waterschappen zijn trekker voor de planvorming en realisatie van deze EVZ’s, vanwege de directe relatie met watergangen. Het ligt dus voor de hand dat de waterschappen het onderhoud van deze natuurelementen verzorgen. De waterschappen zijn tevens bereid eigenaar te worden van deze elementen. De EVZ's worden grotendeels door het rijk en de provincies gesubsidieerd. Het waterschap neemt voor de natte inrichtingselementen 25% van de grondaankoop en inrichting voor haar rekening. Op dit moment lopen de subsidiestromen erg stroef. Provincie Gelderland voert hierover nauw overleg met het rijk. Er is nu alleen nog rijksgeld voor de robuuste verbindingszones. In de Achterhoek loopt die over de Baakse beek.
Het waterschap zit met allerlei instanties aan tafel om de verbindingszones te realiseren. Van gemeentebesturen tot boeren en van natuurbeheerorganisaties tot watersporters. Het waterschap probeert de natuur een impuls te geven en daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met andere belangen. Zo worden er speciale visstekken gemaakt voor sportvissers op plaatsen waar de natuur er geen last van heeft. Ook worden er afspraken gemaakt met boeren over een minder intensief beheer in de buurt van een ecologische verbindingszone. Voorafgaand aan de uitvoering is het goed dat er overeenstemming is tussen de verschillende belangen. Het uiteindelijke doel is een situatie die zowel goed is voor de samenleving, als voor de natuur.
De overheid wil graag dat er in Nederland meer natuur door particulieren wordt ontwikkeld en beheerd. Het is daarbij nodig dat agrarische grond wordt omgezet in grond met een natuurbestemming. Spreekt u dit aan? Bezoek dan een van de informatiebijeenkomsten "Particulier natuurbeheer". Voor meer informatie, voor vragen en voor de data van de informatiebijeenkomsten bekijkt u de website http://www.particulierenatuur.nl/.
