

Kolkende rivieren, ondergelopen weilanden, volle uiterwaarden. In de afgelopen jaren beheersen dit soort beelden ons landschap. Ondanks al die wateroverlast kampt Waterschap Rijn en IJssel in zijn werkgebied nog steeds met het probleem van de verdroging van de bodem. Verdroging is een watertekort dat schade veroorzaakt aan de natuur en de landbouw. Te lage grondwaterstanden, vermindering van kwelstromen en het droogvallen van beken en sloten liggen hieraan ten grondslag.
Verdroging van de natuur komt voort uit maatregelen die in de afgelopen vijftig jaar zijn genomen om wateroverlast tegen te gaan. Ook de toenemende agrarische productie, grondwaterwinning en de verstedelijking hebben bijgedragen aan de verdroging.
Verdroging ontstaat als het water in een gebied te snel weg kan. Dit geldt met name in natte tijden als herfst en winter. Een gevolg hiervan is dat er in droge periodes nauwelijks of geen reserve aanwezig is. Zelfs na een periode van grote wateroverlast blijft het verdrogingsprobleem in droge tijden dus de kop opsteken. Daarom blijft het bestrijden van verdroging noodzakelijk. Uiteraard met gepaste maatregelen en alleen waar en wanneer het kan. Zodat in tijden van extreme regenval mogelijke wateroverlast niet wordt vergroot en tegelijkertijd het watertekort in droge tijden kan worden bestreden met opgebouwde reserves.
Het waterschap treft op basis van nader onderzoek passende oplossingen voor ieder deel van zijn werkgebied. Bijvoorbeeld door het plaatsen van nieuwe stuwen, het aanpassen van onderhoud van watergangen, het veranderen van de inrichting van watergangen en het afkoppelen en in de grond laten zakken van schoon regenwater in stedelijke gebieden.
Bij ieder project waar het waterschap maatregelen uitvoert worden de effecten nagemeten. Naast de grondwaterstand moet ook de grondwaterkwaliteit gemeten worden. Het einddoel is een evenwichtige grondwaterstand. Afgestemd op wat voor stedenbouw, landbouw en natuur gewenst is.
