Water als bron voor regionale kansen

Gepubliceerd op 12 maart 2014

Waterschap Rijn en IJssel draagt het beheer en onderhoud van veertig hectare grond langs de Berkel ter hoogte van Eibergen in erfpacht over aan Stichting Marke Mallem. De Eibergse stichting verzorgt het beheer en geeft het gebied nieuwe impulsen voor natuur en recreatie. Zaterdag 15 maart ondertekenen beide organisaties de overeenkomst. Een gesprek met Peter Schrijver, heemraad bij het waterschap, en stichtingsvoorzitter Tonni Wormgoor.

Peter en Tonni in gesprek aan het water

Deze overdracht is uniek voor Nederland. Welke ‘waarde’ heeft dit gebied?

Wormgoor: “De Berkel werd vroeger gebruikt voor het goederenvervoer tussen Zutphen en Duitsland. Nu is de rivier belangrijk voor de waterhuishouding in dit gebied en is er nog recreatievaart, onder andere met de Berkelzomp. De kanalisering van de Berkel heeft het gebied langs de oude Berkeltak geïsoleerd van het dorp. Als toenmalig voorzitter van VVV Berkelland heb ik de natuur- en de recreatiewaarden hiervan ontdekt. Het waterretentiegebied omvat onder meer een waterrijk bos en een vogelbroedterrein. De rust willen we als Marke Mallem hier handhaven, maar we willen wel dat Eibergenaren dit uniek plekje aan de noordrand van hun dorp weten te vinden. Het is een prachtig recreatie- en uitloopgebied.”

Schrijver: “Voor het waterschap heeft de Berkel primair de functie om overtollig water snel af te voeren om de waterveiligheid voor inwoners te garanderen. Dit gebied mag niet te nat en niet te droog zijn en de waterkwaliteit moet goed zijn. Daarnaast vervult het gebied ten noorden van Eibergen ook functies voor de natuur, zoals ecologische verbindingszones, cultuurhistorie en recreatie. We moeten echter steeds meer moeite doen om ons werk zichtbaar te maken en draagvlak daarvoor te creëren. We willen de relatie tussen mens en water in de regio versterken. De waarde van dit gebied is dat rivier de Berkel en het dorp Eibergen - water en mensen – met elkaar verweven zijn. Dat is een goede bodem voor de interactie.”

Waarom is gekozen voor samenwerking met Stichting Marke Mallem om die interactie te bereiken?

Schrijver: “In het innovatieprogramma Waterwegen van de Unie van Waterschappen hebben wij Marke Mallem voorgedragen als het gaat om samenwerking. Ons takenpakket is breder geworden. We moeten steeds meer kijken naar de relatie tussen water en de directe omgeving, zoals stedelijke gebieden, natuur en landbouw. Dat vraagt om interactie. Dat doen we niet ‘helemaal’ vanuit Doetinchem, maar we leggen die verantwoordelijkheid in het gebied zelf. Marke Mallem is mooi begrensd, heeft een lange historie, en we hebben hier een aantal mensen dat het gebied en de bevolking kent en dat eigen initiatief toont.”

Wormgoor: “We hebben in oktober 2009 in een werkatelier met de lokale bevolking en organisaties nagedacht over aanpak en inhoud. Er waren veel ideeën, maar er was ook het besef dat we hier niet alles moeten willen. We beheren het gebied sinds eind 2010. We weten nu wat beheer en onderhoud inhouden en zijn nu zo ver dat we zaterdag 15 maart de overeenkomst met het waterschap kunnen ondertekenen. Dat betekent dat we straks ook verantwoordelijk zijn voor het onderhoud tot aan de waterlijn, dus inclusief de kades. We hebben een zakelijke verantwoordelijkheid; vrijwillig is niet vrijblijvend.”

Schrijver: “Zo’n overdracht is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Juridisch en financieel moet alles worden geborgd. Het stichtingsbestuur neemt zelf beslissingen. Het is geen platte bezuiniging, omdat we het onderhoudsbudget van bijna 13.000 euro voor dit gebied jaarlijks overmaken.”

Wat heeft de afgelopen jaren de samenwerking tussen Waterschap Rijn en IJssel en Stichting Marke Mallem opgeleverd?

Wormgoor: “Beter dan het waterschap kunnen wij het gebied kleinschaliger beheren en de relatie tussen de bewoners en het gebied versterken. Zo zorgt een veehouder voor het beheer van het weidevogelgebied. Mensen met een beperking van zorgorganisatie Estinea voeren lichte onderhoudswerkzaamheden uit. Voor de visvereniging maakt een loonwerker eenmalig visplekken gereed, die ze vervolgens zelf onderhouden. Iedereen zet zich in.”

Schrijver: “Zulke detailafspraken kan een grote organisatie nooit maken. Bovendien kunnen wij zelf die spin-off nooit bereiken.”

Wormgoor: “Bijzonder vind ik de belangstelling van scholengemeenschap Het Assink. Leerlingen van 3 VWO krijgen les in dit gebied en dat heeft inmiddels geresulteerd in een canon voor Eibergen bij het vak Geschiedenis, nieuwe ideeën voor recreatie bij het vak Aardrijkskunde en een gebiedsfolder in het Duits voor onze recreërende oosterburen.”

Het waterschap wil het maatschappelijk gebruik van zijn eigendommen vergroten. Is hier het bewijs geleverd dat dat mogelijk is?

Schrijver: “De omstandigheden voor succes zijn hier uiterst gunstig: een rivier, een dorp, een historisch herkenbaar gebied, waterretentie én mensen die zich willen inzetten. We staan open voor samenwerking op andere plekken in ons werkgebied, maar ik vind het spannend of dat gaat lukken. De ervaringen hier kunnen we delen. Het blijft maatwerk.”

Wormgoor: “Was het alleen beheer en onderhoud, dan weet ik niet wat er was gebeurd. Maar dit levert meer op. We faciliteren nieuwe initiatieven. De Oldtimerclub organiseert bijvoorbeeld de Oogstdag, maar wij zorgen ervoor dat er iets te oogsten valt. De eigenaar van de nieuwe golfbaan wil een aanlegsteiger voor de Berkelzomp en vervolgens arrangementen voor dit gebied aanbieden. Dat maakt Marke Mallem ook economisch waardevol.”

Hoe ziet de toekomst van Marke Mallem eruit?

Wormgoor: “We zitten vol ambities en willen Marke Mallem verder versterken. Bijvoorbeeld door mee te doen in het plan van gemeente en waterschap om een stuk oude Berkel te herstellen en deze te beheren. Verder wil de gemeente met een nieuwe voetgangersbrug over de rivier dit gebied beter te ontsluiten. We hebben er alle belang bij dat dit gebeurt, omdat het de waarde en de functie van Marke Mallem voor de toekomst verder verhoogt.”

Schrijver: “Ik ben ervan overtuigd dat de evaluatie deze zomer met de stichting een positief beeld zal geven, met de conclusie dat we verder gaan. Het hoeft niet wetenschappelijk onderbouwd, omdat dit echt het werk van mensen is. Doordat het waterschap terugtreedt, zien anderen de kansen van water voor toerisme, recreatie en economie. Water is het verbindende element.”