Waarom doen we dit?

Gepubliceerd op 15 juli 2013

Vispasseerbaarheid

Vissen kunnen op dit moment niet ongestoord de Buurserbeek en Schipbeek optrekken. Stuwen vormen onneembare hindernissen. In totaal leggen we in de Buurserbeek en de Schipbeek 21 vispassages aan. Zo kunnen de vissen straks weer door de hele beek trekken om bovenstrooms te paaien. Zo verbetert de visstand.

Verbindingszone

De Buurserbeek en de Schipbeek zijn aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ), die migratie van diverse planten en dieren mogelijk moet maken. De beek wordt zo ingericht dat hij geschikt is voor vissen die van stroming houden. Dat betekent dat we naast de aanleg van vispassages ook oevers natuurlijker inrichten.

Niet te droog en niet te nat

Door de verandering van ons klimaat krijgen we in de toekomst meer te maken met hevige regenbuien en langdurige droogte. Daarom richt Waterschap Rijn en IJssel beken en sloten zo in dat we in natte perioden op verschillende plaatsen in het stroomgebied water langer kunnen vasthouden. Zo beperken we wateroverlast elders, in bijvoorbeeld dorpskernen en op landbouwgronden, en wordt het in drogere periodes minder snel te droog. In totaal kunnen we straks langs de Buurserbeek en de Schipbeek samen ongeveer 137.500 kubieke meter water bergen, dat is vergelijkbaar met 55 zwembaden.

Buurserbeek / Schipbeek

De Buurserbeek ontspringt in Duitsland en stroomt zuidelijk van Haaksbergen naar de Rietmolen en Diepenheim. In Diepenheim verandert de naam in Schipbeek en stroomt de beek via Markelo en Bathmen bij Deventer in de IJssel. De Buuserbeek en de Schipbeek samen zijn ongeveer 58 km lang. We leggen tot en met 2013 in de Buurserbeek en de Schipbeek in totaal 22 vispassages aan. Het grondgebruik langs de beken is voornamelijk agrarisch. Behalve landbouw is er langs de beken ook veel recreatie.