Vispassages

Gepubliceerd op 17 maart 2016

Door de aanleg van stuwen, sluizen en gemalen zijn overal ter wereld barrières ontstaan en kunnen vissen rivieren en beken niet meer bereiken. Vispassages zorgen ervoor dat vissen een barrière kunnen passeren en stapsgewijs om een stuw of gemaal heen zwemmen. Welke soorten vispassages zijn er en hoe weet een vis dat ie door de vistrap moet zwemmen?

Vissen trekken van nature door beken en rivieren heen en weer. Dit doen ze om zich in de bovenloop voort te planten maar ook om voedsel te vinden of een schuilplek te zoeken voor de winter. Sommige soorten, zoals de Atlantische zalm of paling, leggen duizenden kilometers af om hun paaigronden te bereiken.

Ecologische verbindingszones

Sommige beken en rivieren zijn ingericht als ecologische verbindingszone . In deze verbindingszones worden vispassages ofwel vistrappen aangelegd. We doen dat onder andere in de Baakse Beek, Berkel, Buurserbeek/ Schipbeek, de Oude IJssel en delen van de Boven Slinge. Sommige (delen van) beken vallen in de zomer droog. Deze delen maken we niet vispasseerbaar vanwege het ongeschikte leefgebied.

Verschillende typen

Er zijn verschillende manieren om een stuw passeerbaar te maken voor vissen. Globaal zijn er drie verschillende soorten te onderscheiden, die overigens allemaal goed werken.

  1. Stuw vervangen door traptreden (cascades)
  2. Een omleiding met cascades om de stuw heen
  3. Een 'technische' vispassage met weinig natuurlijke uitstraling

Afhankelijk van verschillende factoren (ambitie, beschikbare ruimte, budget, complexiteit etc) wordt een keuze gemaakt uit de verschillende opties. Bekijk ook onderstaande animatie.

Traptreden

Via een vispassage kunnen vissen het hoogteverschil bij de stuw overbruggen. Om ervoor te zorgen dat niet alleen grote, maar ook de kleinere vissen door de passage kunnen hebben de meeste passages treden van maximaal 8 cm hoog. De treden hebben ook een optimale breedte. De lengte en het aantal treden van vistrap is dus afhankelijk van het hoogteverschil van het water aan weerszijden van de stuw!

Routebeschrijving

Hoe weet een vis nu dat er vispassage is?  Een vis merkt nauwelijks dat hij door een vispassage zwemt. Vissen zwemmen bij het zoeken naar paaiplaatsen intuïtief tegen de stroom in. Daarom lokken we vissen met stroming de vispassage in, een zogenaamde lokstroom. Door te zorgen dat de stroming vanuitde vispassage sterker is dan de stroming die vanaf de stuw komt, sturen we de vis de goede kant op. De lokstroom moet niet te sterk zijn want dan kunnen kleinere vissen er niet tegen in zwemmen.