Oppervlaktewaterlozing - Mogelijkheid onder Vergunningplicht

Wanneer u (afval)water wilt lozen op oppervlaktewater, kan het zijn dat u voor de kwantitatieve lozing (hoeveelheid) kunt volstaan met een melding. Voldoet u niet aan de grenswaarden, dan heeft u een vergunning nodig.

Daarnaast worden de kwalitatieve aspecten van de lozing beoordeeld. Wanneer u loost vanuit een inrichting zijn de regels van het Activiteitenbesluit (besluit van de minister op basis waarvan vergunningverlening plaatsvindt.) milieubeheer van belang. Voor lozingen vanuit een niet-inrichting geldt het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Hiervoor volstaat een melding. Voor niet wettelijk geregelde lozingen op oppervlaktewater, heeft u een vergunning nodig van het waterschap. Ook kan het waterschap besluiten maatwerkvoorschriften vast te stellen.

U kunt ook vooroverleg aanvragen om samen met het waterschap een goede aanvraag op te stellen.

Lozen kwantitatief (hoeveelheid)

  • De hoeveelheid water meer dan 1 m3 per uur, maar minder dan 250 m3 per uur bedraagt;
  • de hoeveelheid water minder dan 25% bedraagt van de ontwerpcapaciteit van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam;

Voldoet u aan deze criteria? Dan moet u de kwantitatieve lozing melden bij het waterschap.

Loost u meer, dan heeft u hiervoor een vergunning nodig van het waterschap.

Voor het waterschap is het van belang dat de bergingscapaciteit (het volume water dat kan worden vastgehouden tijdens natte omstandigheden) en de doorstroming van het oppervlaktewater waarop wordt geloosd, niet in gevaar komen.

Lozen kwalitatief

Lozingen op oppervlaktewater worden onder andere getoetst aan de KRW richtlijn en aan onze beleidsregel (nadere uitwerking van de keur voor een specifiek onderwerp) "toetsingskader voor puntlozingen op overig water". 
Voor de grotere wateren, zijn voor chemie en ecologie KRW doelen en normen vastgelegd. Het grootste deel van het oppervlaktewater (85%) in het gebied van Waterschap Rijn en IJssel is echter geen KRW waterlichaam. Deze categorie wordt ook wel ‘overig’ water genoemd. Het beleid voor overig water is erop gericht de waterkwaliteit in het beheergebied te handhaven en waar mogelijk en nodig te verbeteren. De beleidsregel stelt normen voor de fysisch-chemische kwaliteitselementen temperatuur, zuurgraad, zoutgehalte, zuurstofgehalte, totaal stikstof en totaal fosfaat.

Bepaalde lozingen zijn wettelijk geregeld:

Lozingen vanuit een inrichting vallen onder het Activiteitenbesluit (besluit van de minister op basis waarvan vergunningverlening plaatsvindt.) milieubeheer. Deze melding kunt u regelen via de Activiteiten Internet Module (AIM).

Lozingen vanuit een niet-inrichting vallen onder het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Lozingen van particuliere huishoudens zijn geregeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah).

Wanneer de kwalitatieve lozing niet in één van deze besluiten is geregeld, dan is een vergunning nodig. Ook kan het waterschap besluiten maatwerkvoorschriften vast te stellen.