1 Samenvatting statische beschrijving beheersgebied Baakse Beek

Historie en landgebruik (Hoofdstuk 2)

De terrasrand bij Lichtenvoorde vormt de overgang van het hoge Oost-Nederlands plateau naar en het lagere westen. Vlak onder het oppervlak bevinden zich zeer oude slecht doorlatende lagen. Richting het westen wordt de grofzandige en vaak grindhoudende deklaag steeds dikker. Dit is ontstaan in het tijdperk van de ijstijden. Onder andere het smelten van de ijskap, de Rijn (die toen nog meer noordelijk stroomde) en de zandverstuivingen van de laatste ijstijd hebben hun sporen achtergelaten. Later is de Rijn anders gaan stromen en zijn er moerassen ontstaan. Het rivierengebied in het westen wordt gekenmerkt door rivierduinen, rivier(klei)afzettingen en stroombaanverleggingen van de IJssel.

In de middeleeuwen bestond het landschap nog voor grote delen uit bos, moeras en woeste gronden. Langs de IJssel ontstonden in de 11e eeuw nederzettingen. De Grote Beek was destijds nog de belangrijkste beek in het gebied. Meer (noord)oostelijke verbonden diverse beekjes een aaneenschakeling van laagtes met moerassen en veengebieden. De Baakse beek is het gevolg van eeuwenlange ontginningen, aanpassingen en samenvoegingen van diverse beken en gegraven watergangen. In de 19e eeuw is de Veengoot gegraven en was er een mozaïek van kampen, landgoederen, beekdalen en recenter ontgonnen gebieden. De verbeteringen van de 19e en 20e eeuw speelde een belangrijke rol in de veranderingen van het gebied en het ontstaan van het huidige watersysteem en landschap. Tot in de jaren 70 is er gewerkt aan het verbeteren van het watersysteem, met onder andere het dichten van de Baakse overlaat (voorkomen van IJsselinundaties) en de aanleg van het Stroomkanaal van Hackfort en de Van Heeckerenbeek. Het landschap is nu veel uniformer dan 150 jaar geleden. Echter op sommige plaatsen zijn de oude landschappen nog aanwezig. Ook zijn voormalige essen of enken nog herkenbaar als bolle elementen in het landschap.

Watersysteem (Hoofdstuk 3)

Het beheersgebied van de Baakse Beek heeft een oppervlak van bijna 38.000 ha. Het omvat de volledig Nederlandse stroomgebieden van de Baakse Beek, Veengoot, Oosterwijkse Vloed en Grote Beek. Het ligt voor het grootste deel in de gemeenten Bronckhorst, Oost Gelre, Aalten en Berkelland.

Door de verbindingen tussen Veengoot en de Baakse Beek kan dit als één stroomgebied worden gezien. De 30 km lange Baakse Beek en 31 km lange Veengoot worden gevoed door terrasrandbeken, waaronder: Lievelderbeek, Vragenderbeek, Weijenborgerbeek, Visserijbeek en Zilverbeek. De terrasrandbeken worden gekenmerkt door een relatief groot verhang. Halverwege de Baakse Beek en de Veengoot vormt de Van Heeckerenbeek de voornaamste verbinding tussen de twee watergangen. Ook zijn er nog verbindingen bij Mariënvelde en Vorden. Helemaal in het westen kruisen de watergangen elkaar en is er een verdeelwerk om de twee waterstromen naar de IJssel te regelen, de zuidelijk gelegen Baakse Beek en het Stroomkanaal van Hackfort ( ookwel Groene kanaal genoemd). Vlak voor de monding in de IJssel stroomt de 17 km lange Oosterwijkse Vloed uit in de Baakse beek. De Oosterwijkse vloed verzorgt de afwatering van hogere dekzandruggen bij Hengelo (Gld.) en Zelhem.

De zuidelijk gelegen Grote Beek is 21 km lang en ontwatert het gebied tussen Kruisbergsche Bosschen bij Doetinchem tot de IJssel. De belangrijkste zijtakken zijn de Heidenhoeksche Vloed, Hummelose Beek, Rode Beek en Kleine Beek. De Grote beek mondt rechtstreeks uit in de IJssel.

Tabel 1.1: Overzichtstabel beheersgebied Baakse Beek

1.1

Waterkwantiteit & peil (Hoofdstuk 4)

In het stroomgebied van de Baakse Beek zijn geen peilbesluiten maar gelden streefpeilen. Bij aanhoudende droogte zakt in veel gebieden de grondwaterstand weg tot onder het stuwpeil of vallen watergangen (deels) droog.

Bij grote afvoeren op de Baakse Beek en de Veengoot wordt, door middel van het verdeelwerk in de Boezem van Hackfort, de waterverdeling richting Stroomkanaal van Hackfort (ook wel Groene Kanaal genoemd) en Baakse Beek aangepast. De grootste debieten gaan dan door het Stroomkanaal van Hackfort. Bij hoge IJsselstanden is afvoer naar de IJssel onder vrij verval niet meer mogelijk en treden de gemalen Baakse Beek en Grote beek in werking. Het peil in de Boezem van Hackfort stijgt dan zodanig dat, het stroomgebied van de Veengoot en de Baakse Beek bovenstrooms van de boezem, via het Stroomkanaal onder vrij verval op de IJssel kan blijven lozen. Als vrije lozing via het Stroomkanaal niet meer mogelijk is kunnen de inundatiegebieden Baakse Beek en Bakerwaard worden ingezet als noodmaatregel.

Waterveiligheid (Hoofdstuk 5)

Om het gebied te beschermen tegen hoog water zijn er de volgende primaire, regionale en overige keringen in het beheersgebied van de Baakse Beek:

  • In totaal 21 km primaire keringen langs de IJssel, de Oude IJssel (beide dijkring 49) en de noordzijde van het Stroomkanaal van Hackfort (dijkring 50);
  • 2 km regionale kering langs de zuidzijde van het Stroomkanaal van Hackfort;
  • 7 km overige kering (kades), gelegen langs het benedenstroomse deel van de Veengoot.

Tabel 1.2: Overzichtstabel voornaamste wateren beheersgebied Baakse Beek

1.2

Waterkwaliteit (Hoofdstuk 6)

Binnen beheersgebied Baakse Beek zijn 5 KRW-waterlichamen vastgesteld. De Veengoot is getypeerd als ‘zoete sloot’ (M1a), heeft een kunstmatig karakter en een lagere ecologische potentie. De Baakse Beek (opgesplitst in een benedenstrooms en een bovenstrooms deel), Oosterwijkse Vloed en de Grote Beek zijn getypeerd als langzaam stromende midden- / benedenloop (R5) en hebben in potentie een hogere ecologische waarde. Over het algemeen is er een goede chemische waterkwaliteit in het beheersgebied. Net als in veel andere WRIJ-wateren komen PAK’s in te hoge concentratie voor in de Veengoot, Baakse Beek en Oosterwijkse Vloed, maar niet in de Grote Beek. De goede kwaliteit in de Grote Beek is te danken aan de aanvoer van schoon kwelwater en het ontbreken van RWZI’s. De waterkwaliteit van de terrasrandbeken wordt gekenmerkt door hoge ijzer- en stikstofgehalten. Effluent van RWZI Lichtenvoorde vormt een voorname bron van fosfaat en ammonium in de bovenloop van de Baakse Beek.

Het watersysteem is in het verleden sterk aangepast en lijkt niet meer op de natuurlijke situatie. Vooral het ontginnen van centraal gelegen moerasgebieden heeft grote gevolgen voor de waterhuishouding en de waternatuur van de Baakse Beek en Veengoot. In deze vlakke gebieden liggen nu watergangen waar in droge tijden de afvoer stagneert, het waterpeil uitzakt of die zelfs (deels) droogvallen. Dit is ongunstig voor kenmerkende flora- en faunasoorten van stromende beken. Er zijn vooral soorten die floreren in de aanwezigheid van veel waterplanten en stagnant water. Ook de Oosterwijkse Vloed en Grote beek worden gekenmerkt door een levensgemeenschap van niet stromende wateren. De faunagemeenschap in terrasrandbeken wordt vooral beperkt door hoge ijzerconcentraties, die hier van nature aanwezig zijn.

Grondwater (Hoofdstuk 7)

Net als grote delen van het WRIJ-beheersgebied kent het beheersgebied van de Baakse Beek over het algemeen (te) droge omstandigheden. Droge gebieden zijn;

  • de plateaurand ten oosten van Lichtenvoorde;
  • de hogere dekzandruggen zoals tussen Ruurlo, Hengelo en Zelhem;
  • de voormalige rivierduinen van de Oude IJssel tussen Doetinchem en Doesburg.

Natte gebieden zijn:

  • de zone langs de terrasrand ten oosten van Lichtenvoorde
  • het Aaltense Goor ten zuiden van Lichtenvoorde
  • de (voormalige) veengebieden rond het Wolfersveen, ten oosten van Zelhem.
  • het Ruurlosche Broek gelegen op de grens met beheersgebied Berkel
  • Het stroomdal van de Grote Beek;
  • Het gebied ten westen van Hengelo.

In veel gevallen komen de natte gebieden overeen met de kwelgebieden en natuurgebieden. Naast allerlei lokale grondwaterstromingen is de algemene grondwaterstroming van het zuidoosten naar de IJssel. Er zijn enkele grotere industriële grondwateronttrekkingen en op twee plaatsen bij Hengelo wordt drinkwater opgepompt waarvan Pompstation ’t Klooster veruit de grootste is.

Maatschappelijke functies (Hoofdstuk 8)

In het beheersgebied van de Berkel zijn veel cultuurhistorische objecten te vinden zoals landgoederen, kastelen, gebouwen en oude watermolens, zoals Huize Onstein, De Wiersse, kasteel Vorden en landgoed ‘t Medler. Sommige water gerelateerde bouwwerken zijn WRIJ watererfgoed. Deze zijn vooral te vinden langs de IJssel en in de landgoederenzone tussen Vorden en Ruurlo. Er is geen (beroeps)scheepvaart of georganiseerd kanogebruik in het gebied. Er zijn geen officiële zwemwateren. Wel zijn er allerlei andere vormen van recreatie langs het water en in het gebied.

Beheer en Onderhoud (Hoofdstuk 9)

Het beheersgebied van de Baakse Beek kent vooral ‘smal spoor’ onderhoudspaden. Langs enkele kleinere watergangen wordt de toegang verkregen via de keur. Op de meeste plaatsen kan het onderhoud via beide oevers plaatsvinden en in de grotere watergangen wordt de bodem voornamelijk met de maaiboot onderhouden. Voor de bereikbaarheid met het materieel zijn langs relatief veel watergangen de onderhoudspaden verlaagd aangelegd ten opzichte van maaiveld. Het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de werkprotocollen en onderhoudspakketten zoals vermeld in de veldgids. Het beoogde onderhoud per watergang is vastgelegd in de maaikalender. De exotische waterplant watercrassula overwoekert bovenstroomse delen van de Veengoot en vormt daarmee een knelpunt voor waterafvoer.


luchtfoto wateroverlast 2010

3.1 ws

Kaart 3.1 Watersysteem Beheersgebied Baakse Beek