Historie

De waterhuishouding tot begin 19e eeuw

De natuurlijke waterhuishouding werd sterk beïnvloed door de geomorfologische situatie die in de ijstijden en het vroege holoceen was ontstaan. De oostelijke terrasrandbeken verdwenen in een groot veen- en broekgebied. In het westen verliep de overloop aan de rand van het bekken via natuurlijke beken. Deze beken zagen er heel anders uit dan de huidige beken en verbonden een aaneenschakeling van laagtes met moerassen en veengebieden. Meer noordelijk gelegen beken voerden water af vanuit het Ruurlosche Broek richting de Berkel.

Bij een natuurlijke laagte bij Ruurlo ontsprong de Ruurlosche Beek die in westelijke richting naar een kleiner deels met veen gevuld bekken stroomde. Verder benedenstrooms voerde het water af onder de namen Vordensche Beek en Hackfortsche Beek. Pas na de verbeteringswerken in de 20e eeuw kregen deze waterlopen de naam Baakse Beek. De in de 19e eeuw gegraven Veengoot bestond nog niet.

  • In het IJsseldal waren moerassige en venige gebieden al in de middeleeuwen ontgonnen en de Grote Beek was de belangrijkste waterloop in het gebied. Rond 1200 begon men met de bedijking van de IJssel.
  • In de 11e en 12e eeuw vestigden boeren zich aan de rand van hogere gronden. De hogere gronden werden als akkers gebruikt, de lager gelegen delen waren weiden en hooiland. Heidevelden lagen op plaatsen die te droog waren om als akkers te gebruiken. Ook begon men met kleinschalige ontwatering van de moerassige laagten en werden broekbossen in cultuur gebracht. Het grote centrale moerasgebied was nog moeilijk te ontginnen.
  • Waarschijnlijk is het benedenstroomse gedeelte (vanaf Ruurlo), van wat nu de Baakse Beek heet, rond de 14e eeuw ge- of vergraven, om een begin te maken met de ontginning van het gebied en voor het bereiken van een hogere productie in de landbouw. Bij Ruurlo begon ook de strook van landgoederen met watermolens aan de beek, zoals: Huize Ruurlo, De Wiersse, Huize Vorden en Hackfort.
  • In de 16e en 17e eeuw ging men verder met het verbeteren van de ontwatering van het Ruurlosche Broek voor de wateraanvoer richting de watermolens.
  • In 1780 werd de Baakse Beek naar het oosten verlengd om meer wateraanvoer naar de Ruurlose watermolen te krijgen. Op de stafkaart van 1850 wordt deze gegraven beek nog Molenbeek genoemd.

Verkaveling en ontginning in de 19e eeuw

Tot in de 19e eeuw was de verkaveling in het vlakke midden van de Achterhoek beperkt. De ontsluiting vond veelal plaats via kronkelige paden en karresporen. De ontwatering was minimaal: grote delen van het jaar stonden er gebieden blank. Op last van Koning Willem I werden ongedeelde, gemeenschappelijk gebruikte heide- en broekgronden via Marken verdeeld onder de lokale grondgebruikers. De Marke was een instelling die het gemeenschappelijk gebruik van de woeste gronden regelde. Het tijdstip van verdeling van de gronden verschilde nogal. Hieronder zijn enkele belangrijke gebeurtenissen opgesomd.

  • In 1804 zijn de Wildenborchse Veengoot en de Barchemse Veengoot gegraven die een deel van het moerasgebied ten noorden van Ruurlo ontwateren richting de Berkel.
  • In 1818 is Nieuwe Beek gegraven, een verbinding van de Lichtenvoordse terrasrandbeken met de Baakse Beek door het Ruurlosche Broek.
  • Door de gunstige omstandigheden voor de landbouw was het stroomgebied van de Oosterwijkse Vloed al voor 1850 vrijwel geheel ontgonnen. De laaggelegen gronden werden gebruikt als weilanden of hakhoutbossen met een intensief slotenstelsel. In deze periode was de Hengelose beek belangrijk voor de afwatering van de lage gronden ten westen van Hengelo, zoals het Gooij, Elsterbroek en het Broek (het tegenwoordige Lage broek/Hoge broek).
  • Door het bestaan van de Baakse overlaat inundeerden de laaggelegen kleigronden bij hoge IJsselstanden. De boerderijen werden daarom uitsluitend gebouwd op de rivierduinen en dekzandkopjes.
  • Rond 1830 werden de Marken van Zelhem, Ruurlo, Halle, het Ruurlosche Broek en het Wolfersveen verdeeld. De verdeling van het Aaltense Goor vond omstreeks 1855 plaats en Lichtenvoorde in 1861.
  • Aan het begin van de ontginningen werden er bossen gekapt en verbindingssloten gegraven (laken) tussen laagten. Hoewel de ontwatering voorlopig oppervlakkig en de ontginning beperkt bleef, had ze grote gevolgen voor de waterhuishouding en het benedenstroomse gebied. Grote delen van het Ruurlosche Broek, het Wolfersveen, Aaltens Goor en Zwarte Veen waren rond 1900 nog steeds niet ontgonnen en bestonden uit natte heideterreinen.
  • In 1835 werd de Hissinkbeek verlengd tot aan het Aaltense Goor. De watergang werd dwars door een aantal dekzandruggen gegraven. Het was een belangrijke stap in de snelle ontwatering van het grote veenmoeras richting de IJssel. Hiermee ontstond de basis voor de Veengoot, die pas in 1927 deze naam kreeg.
  • Vele jaren na de ontwatering en de grondverdeling deden zich in het gebied van de Baakse Beek –Veengoot nog allerlei problemen voor met de waterhuishouding. De Veengoot overstroomde regelmatig waarbij grote delen van het Ruurlosche Broek blank kwamen te staan.
  • Het waterbergend vermogen van het vlakke midden nam door de verdeling en de ontginning sterk af. De afvoer van de Baakse Beek werd onregelmatiger, grotere piekafvoeren en eerdere afvoerloosheid. Zo zijn in 1895 al afvoerloze maanden in niet bijzonder droge zomers vastgelegd. Bij de plateaurand was het droogvallen van sommige watergangen al eerder aan de orde. Zo is bekend dat de Vordensche beek bij Vragender al in 1826 droogviel.
  • In de loop van de 19e eeuw zijn veel van de watermolens in het gebied van de Baakse Beek verdwenen. De molens van Huize Ruurlo en De Wiersse werden in de periode van de verdeling van het Ruurlosche Broek al onttakeld en die van Huize Vorden kort na 1850. De molen van Hackfort bleef draaien tot in de Tweede Wereldoorlog en draait tegenwoordig na restauratie weer als de waterstanden het toelaten.
  • De ontginning van het Aaltense Goor (Dalensche Veld) is in 1919 voltooid. Om de ontwatering van het Goor te kunnen realiseren, verbond men in het noorden de Zilverbeek met de Veengoot, zodat de stagnerende werking van de dekzandrug van Harreveld in het noordwesten werd opgeheven. In het Goor werd een zeer dicht en rechthoekig patroon van waterlopen gegraven. De sloten langs de percelen zijn extra breed en diep gemaakt om zand uit de ondergrond te kunnen halen zodat de moerige grond enigszins kon worden verstevigd. Het gebied bleef echter nat vanwege het vele kwelwater en het geringe verhang.

Verbeteringswerken vanaf 1900

De ontwatering voor 1900 was niet gericht op het handhaven van een bepaald peil en drooglegging maar het afvoeren van op maaiveld aanwezig water. In de 20e eeuw hebben de grootste ingrepen in het oppervlaktewaterstelsel plaatsgevonden. Tijdens de verbeteringswerken en ruilverkavelingen zijn veel watergangen gegraven. Vergeleken met de situatie in 1900 is de totale lengte aan watergangen in het stroomgebied van de Baakse Beek ongeveer 4x zo lang. Ook zijn veel beken verlegd en rechtgetrokken, maar ook verdiept en verbreed, waardoor hun afvoercapaciteit is vergroot. Het meest ingrijpend was het verbeteren van de Veengoot, hetgeen tot een sterke ontwatering van en lagere grondwaterstand in het gebied heeft geleid. Er werd vooral gestreefd naar verbetering van de afvoer in de zomerperiode. Om ongewenst lage grondwaterstanden te voorkomen/verminderen zijn er in die werken ook veel stuwen aangelegd. Ondanks maatregelen had het gebied nog tot in diep in de 20e eeuw te kampen met regelmatige (ongewenste) inundaties.

  • Tot begin 20e eeuw stond de Grote Beek via de Oude Hengelose Beek in verbinding met het stroomgebied van de Baakse Beek. In 1910 werd de Hengelosche beek met een dam van de Grote Beek afgesloten. De Hengelose Beek loopt nu vanaf Hengelo naar Wichmond, de Hengelosche Beek van 1910 heet nu de Oude Hengelose Beek.
  • De eerste grote plannen, o.a. met bochtafsnijdingen in de Baakse Beek werden in 1893 gemaakt en hadden tot doel om de wateroverlast in de zomer te voorkomen. Ze werden echter niet uitgevoerd door gebrek aan organisatie en kennis (o.a. van de hydrologie van kleine rivieren en beken). Men kon het niet eens worden over de te nemen maatregelen.
  • Rond 1900 werd het belang van waterschap Baakse Beek naar voren bracht, dat in 1919 werd opgericht. Het nieuwe waterschap had een omvang van circa 25.000 hectare. Het stelde zich tot doel de waterbeheersing van het beheersgebied te verbeteren door het tegengaan van de zomer- en wintervloeden.
  • Tussen 1928 en 1940 is er gewerkt aan de verbetering van de ontwatering van watergangen zoals Lindese Beek, Hallerlaak, Grote Beek, Kleine Beek en Oosterwijkse Vloed. In de broekgebieden kon een aanzienlijk aantal sloten gedempt worden, om zodoende grotere percelen te verkrijgen.
  • De Baakse Overlaat, een laag gedeelte in de IJsseldijk, werd in 1954 gedicht gelijktijdig met de oplevering van de gemalen Baakse Beek en Grote Beek. Overstromingen van de gronden ten westen van Hackfort behoorden tot het verleden. De overstromingen waren overigens niet geheel ongewenst, ze zorgden voor vruchtbaar land met hoge grasopbrengsten.
  • In het midden van de twintigste eeuw was het Stroomkanaal van Hackfort (ook wel Groene kanaal) gegraven voor de afwatering van de Baakse Beek en Veengoot bij hoge IJsselstanden.
  • In verband met de beperkte afvoercapaciteit van de Baakse Beek in de landgoederenzone (tussen Ruurlo en Vorden) is in 1967 de Van Heeckerenbeek gegraven. Via deze verbinding wordt water van de Baakse Beek naar de Veengoot afgevoerd, vooral bij piekafvoeren.
  • In 1970 werd de Veengoot ten zuiden van Vorden doorgegraven en bij Wichmond aangesloten op de Baakse Beek. Zo ontstond een zeer snelle en ruim gedimensioneerde afvoerroute, vooral in combinatie met het Stroomkanaal van Hackfort.
  • Begin jaren zeventig is de Baakse Beek, bovenstrooms van Ruurlo, verruimd.

In het gebied zijn diverse ruilverkavelingen uitgevoerd. Dit heeft een grote impact gehad op de ontwatering. In deze projecten zijn niet alleen de watergangen van het waterschap heringericht, maar ook kavelsloten. Het heeft (lokaal) grote impact gehad op grondwaterstanden, inundatierisico, gewasopbrengst en landgebruik. De volgende verbeteringswerken/ruilverkavelingen hebben vanaf 1950 plaatsgevonden. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen de eerste generatie ruilverkavelingen die vooral de landbouw dienden en de tweede generatie waarin naast de optimalisatie van de landbouw ook natuur(ontwikkeling) werd nagestreefd.

  • Lievelde (landbouw)
  • Warnsveld (landbouw)
  • Zieuwent-Harreveld (landbouw)
  • Aalten (landbouw)
  • Halle-Wolfersveen (landbouw)
  • Ruurlo (landbouw en natuur)
  • Winterswijk-West (landbouw en natuur)
  • Hengelo-Zelhem (landbouw en natuur)
  • Steenderen (landbouw en natuur)

Recente geschiedenis

In 1984 fuseerden het Polderdistrict IJsselland met het Waterschap van de Baakse Beek tot het Waterschap IJsselland-Baakse Beek. In 1997 ging het Waterschap IJsselland-Baakse Beek op in het Waterschap Rijn en IJssel, samen met Polderdistrict Rijn en IJssel, Waterschap De Schipbeek, Waterschap van de Berkel, Waterschap van de Oude IJssel en Zuiveringsschap Oostelijk Gelderland.

Met het in cultuur brengen van het moeraslandschap, is ook de natuurlijke bovenstroomse voeding van de Baakse Beek veranderd. Door het verdwijnen van het moeras is het natuurlijke waterbergend vermogen verminderd. Hierdoor wordt het water in natte periodes snel afgevoerd, maar heeft het gebied ook te maken met lagere grondwaterstanden en (te) droge omstandigheden. Dit speelt onder andere bij de landgoederen die over het algemeen baat hebben bij nattere omstandigheden. Sinds het einde van de 20e eeuw vindt er een kentering plaats in het waterbeheer. Naast de belangen van de landbouw wordt er meer rekening gehouden met andere functies, die baat hebben bij nattere omstandigheden of een meer natuurlijker inrichting. Op veel plaatsen zijn natuurvriendelijke oevers en vispassages aangebracht of zijn hele beektrajecten natuurlijk(er) ingericht.

Literatuur

[001BB] Integrale visie Baakse Beek-Veengoot, ‘Herstel de sponswerking’ (Rapport, 2007)

[003A] De Rijntakken van de bovenrivieren seder 1600 (Rapport, 2003)

[004A] Gij beken eeuwig vloeiend; Water in de streek van Rijn en IJssel’ (Boek, 2000).

[006BB] Reconstructie van de historische Hydrologie, ‘Pilotstudie voor een stroomgebied in hoog Nederland’ (Rapport, 2007).

[007BB] ‘Veilige IJssel’ door de eeuwen heen (Rapport, 2014)

[009BB] Basisafvoer van de Baakse Beek, onderzoek naar perspectieven voor aquatische natuur in een laaglandbeek (Rapport, 2013)

[022BB] ‘Haalbaarheidsonderzoek bestrijding verdroging: Project ’t Zand/De Wiersse’ (Rapport, 1994).

[025BB] Gebiedproces Baakse Beek-Veengoot, Bouwsteen Water (Rapport, 2010)

[026BB] Landschapsherstel in de stroomgebied van de Baakse Beek-Veengoot, ‘Naar een duurzaam landschap’ (Rapport, 2007)

[027BB] Landgoederenzone Baakse Beek, ‘Ontwerpstudie waterbeheer, Cultuurhistorische als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkeling’ (Rapport, 2006).

[028BB] Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit IJssel (Rapport, 2007)

[029A] Bodemkaart van Nederland, Blad 40 West Arnhem, Blad 41 Oost Arnhem (Rapport, 1983)

[030BB] Boven- en middenloop Baakse Beek -Veengoot, cultuurhistorische verkenning (Rapport, 2010)

[033BB] Cultuurhistorische gebiedsbeschrijving Gemeente Oost Gelre een beeld van ontginningssporen tot wederopbouwarchitectuur (Rapport, 2006)

[036BB] Momenten in de regio: de Dichting van de Baakse Overlaat (memo, 1999)

[037BB] De Spiegel, Als het water dreigt (artikel, 24 jan 1948)

http://watererfgoed.wrij.nl/120-watergang-veengoot-.html

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten


1370 - Wapen

Wapen Waterschap van de Baakse Beek

Gevelsteen Hummelo 7 - foto J. Janssen 2011

Hoog water gedenksteen Hummelo

IJssel - Brummen - Pz 1 ct.

IJssel bij Brummen

Stuw Stakenborg 12 - Bouwput onder water 1956

Calamiteit bij bouwput Stuw Stakenborg

Watermolen Hackfort 2 - Gestempeld 1963 - Pz 4 ct.

Watermolen Hackfort

Stroomkanaal van Hackfort, Groene Kanaal

Stroomkanaal van Hackfort

Veengoot Linde

Veengoot Linde

Wapen

Wapen Waterschap IJsselland Baakse Beek