9 Beheer en Onderhoud

Legger en keur

De legger ‘watergangen en bergingsgebieden’ is een register waarin gegevens over de ligging, vorm, afmeting en constructie van watergangen, bergingsgebieden en bijbehorende kaden en kunstwerken zijn vastgelegd (zie leggerkaart op WRIJ.nl). Daarnaast is in de legger vastgelegd wie de onderhoudsplichtigen en wat de onderhoudsverplichtingen zijn. Dit is een uitwerking van de algemene bepalingen in de Keur over gewoon en buitengewoon onderhoud. De legger geeft ook de begrenzing van de kernzone en de beschermingszone aan. In deze zones zijn de bepalingen uit de Keur van toepassing. Een wijziging in de legger kan ook een wijziging in het toepassingsgebied van de Keur betekenen. De legger bevat alleen de waterstaatswerken die WRIJ actief beheert, conform het vastgestelde beleid.

Profieltypes

De Baakse Beek, Veengoot, Oosterwijkse Vloed, Grote Beek en veel van de andere waterlopen in het gebied hebben een trapezium vormig gestandaardiseerd profiel (zie figuur 9.1).

Langs 26% van de oevers is het onderhoudspad 3 meter of breder. Dit is de minimale breedte om met ‘breed spoor’ materieel het onderhoud te kunnen plegen. In de praktijk is echter een bredere strook nodig voor de bewegingsvrijheid van het materieel. Op de overige oevers ontbreekt het pad (meestal bij watergangen met eenzijdige onderhoudspad of strook) of wordt het onderhoud met ‘smal spoor’ materieel gedaan. De onderhoudspaden zijn dan vaak 1.5 of 1.8 m breed.

  • In het bovenstroomse deel van de Grote beek en de Veengoot is een aanzienlijke hoeveelheid eenzijdig smalspoor.
  • Op enkele plaatsen wordt toegang voor het onderhoud voornamelijk gekregen op basis van de keur. Hier is er sprake van zogenaamde onderhoudsstroken. Het gaat dan vooral om kleinere watergangen.
  • In het gebied zijn nauwelijks kades, alleen in de buurt van Hackfort (zie ook waterveiligheid).

Voor goede doorvoer van water is onderhoud in de watergangen nodig. Om het onderhoud goed te kunnen uitvoeren, hebben de watergangen een vastgesteld leggerprofiel. Ook zijn ze ingedeeld in keurprofieltypes waar op het onderhoud is afgestemd (zie overzicht profieltypen). De profieltypes zeggen iets over de volgende kenmerken van een watergang:

  • Dimensionering;
  • Aanwezigheid en type van onderhoudsstroken;
  • Aanwezigheid en type kades;
  • Inrichting / bufferzone;
  • Kern / beschermingszone;
  • Natuurlijkheid;

9.1_1

F9.1-2

Figuur 9.1 Profieltypes 2 en 4, De meest voorkomende profielen binnen het beheersgebied van de Baakse Beek (legenda)

Profieltype 2 is veruit het meest voorkomende profiel in het beheersgebied van de Baakse Beek (en het hele waterschap). Het gaat om een watergang met aan beide zijden een onderhoudsstrook of onderhoudspad. Ongeveer 37% van alle hoofd- en overige watergangen is ingericht volgens dit type. Ook is profieltype 4 veel aanwezig (zie figuur 9.1). Dit is een vergelijkbaar met type 2 alleen met ingegraven onderhoudsstroken (verlaagde onderhoudspaden) voor de bereikbaarheid met het materieel.

De ruimtelijke verdeling van profieltypes en onderhoudspakketten in beheersgebied Baakse Beek en Veengoot is via Informatie legger beschikbaar.

Onderhoudspakketten

Het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de veldgids. In de veldgids zijn 5 werkprotocollen opgesteld voor:

  • Maaionderhoud;
  • Onderhoud houtwallen;
  • Onderhoud waterkeringen;
  • Onderhoudsbaggeren en herstelwerkzaamheden aan oever en onderhoudspad;

Binnen deze protocollen wordt rekening gehouden met voorkeursperioden die zijn gebaseerd op het efficiënt uitvoeren van het onderhoud en het ontzien van (beschermde) flora- en fauna. Het exacte onderhoud is vastgelegd in de Maaikalender op de WRIJ-website. Hoe we precies omgaan met aanwezige natuur staat beschreven in de gedragscode Flora-faunawet.

Binnen protocol 1 voor maaionderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen 8 onderhoudspakketten (zie veldgids). Deze zijn gebaseerd op het watertype en de breedte. Hieronder zijn enkele kenmerken van het gebied beschreven:

  • Er zijn geen watergangen in het beheersgebied van de Baakse Beek waar het beheer en onderhoud volgens een BOP (Beheers- en onderhoudsplan) wordt uitgevoerd.
  • Binnen het beheersgebied van de Baakse Beek ligt 795km watergang, hiervan is ruim 170 km (21%) hoofdwatergang.
  • Van deze hoofdwatergangen wordt de helft onderhouden volgens pakket 2. Pakketten 1 en 5 zijn goed voor 15% en 26% van de lengten (zie veldgids).
  • In de 624 km niet hoofdwatergangen komen pakketten 1 (38%) en 3 (45%) het meest voor.
  • Het bovenstaande is vergelijkbaar met de overige beheersgebieden (vooral Berkel en Schipbeek). Wel is er een relatief groot aandeel aan onderhoudspakket 5 (zie veldgids).

Tabel 9.1 Maaipakketen in het beheersgebied Baakse Beek (werkprotocol 5, volgens veldgids [035A] (pdf, 4.1 MB) )

9.1

Baggeren en groot onderhoud

Door het geringe bodemverhang in een groot deel van het gebied is er geen erosie maar sedimentatie en vorming van een sliblaag. Baggerwerkzaamheden worden ad hoc uitgevoerd of op basis van een meetprogramma. Het hoofdwatersysteem (circa 1000 km in het beheersgebied van WRIJ), de inlaatleidingen en het stedelijk water wordt elke 10 jaar ingemeten. Afhankelijk van het meetresultaat wordt bepaald of baggeren noodzakelijk is. Voor de overige watergangen geld dat deze ad hoc gebaggerd worden.

De kleinere zandvangen worden door de onderhoudsdienst in het reguliere onderhoudsprogramma op diepte gebracht. In de benedenstroomse delen van de terrasrandbeken zijn zandvangen aangelegd om zandtransport te beperken, zoals in de:

  • Flierbeek (bij N313)
  • Zilverbeek (bij Markerinkdijk)
  • Afwatering langs Meinen en Haks (bij Barlose weg)
  • Nieuwe Beek (bij N313)
  • Weijenborgerbeek (bij Weijenborgerdijk)
  • 2 Zandvangen in de Vragenderbeek (bij Vragender)
  • Lievelderbeek (bij Landmeter Wittweg)

Voor de zandvangen in de grote watergangen geldt dat deze elke circa 10 jaar worden ingemeten en gebaggerd als dit nodig blijkt te zijn. Alleen de zandvang in de Vragenderbeek valt in deze categorie (bij N313, vlak voor de Nieuwe Beek).

Natuurvriendelijk beheer en onderhoud

Met de invoer van diverse natuurbeschermingswetten, KRW en de Gedragscode voor de flora- en faunawet wordt nu zowel met economische belangen van de landbouw als met ecologische belangen rekening gehouden. Ook na herinrichtingsprojecten wordt veelal een nieuw of herzien onderhouds- en beheerplan opgesteld, om de ingerichte maatregelen ook op langere tijd in zijn waarde te laten. Bij knelpunten tussen functies wordt er gezocht naar oplossingen die meerdere doelen dienen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • Minimaliseren van de frequentie waarmee de watergangen gemaaid of geschoond worden;
  • Gefaseerd maaien en schonen;
  • Het maaien en schonen op momenten dat dit zo min mogelijk schade geeft aan de natuur;
  • Hoger peil om verdroging tegen te gaan en kwetsbare natte natuur een kans te geven;
  • Aanvullende maatregelen om beschermde dier- en plantensoorten te beschermen bij werkzaamheden.

Exoten

De exotische waterplant watercrassula is inmiddels een vertrouwd gezicht in de Veengoot en dreigt in de bovenstroomse delen de watergang compleet te overwoekeren. Dit zorgt voor veel extra onderhoudswerk.

Literatuur

[033A] Toelichting Leggertekst (Memo)

[034A] Legger watergangen en bergingsgebieden Bepalingen en toelichting (Memo)

[035A] Veldgids beheer en onderhoud, natuurwedgeving in de praktijk (Rapport, 2010)

[036A] Dwarsprofielen volgens de keur (Tekeningen, 2012)

[037A] Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (Rapport, 2012)

[038A] Programma van eisen Beheer en OnderhoudsPlan (BOP) binnen waterbeheer (Memo, 2012)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.


Stuw Stakenborg 11 - Vlak voor het debacle in 1956 - foto Fam. v. Hal

Stuw Stakenborg  - Vlak voor het debacle in 1956