Algemene waterkwaliteit

Vanaf eind 19e eeuw stonden de beken in het gebied in toenemende mate onder invloed van intensivering van de landbouw. Via bemesting, uit- en afspoeling van landbouwgronden en ook rioollozingen zijn verontreinigende stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, nutriënten en zware metalen in het water terecht gekomen. Ook zijn beken genormaliseerd en is de afvoercapaciteit sterk toegenomen (zie historie), wat de natuurlijkheid en dus de (ecologische) waterkwaliteit niet ten goede kwam.

Gezien de beperkte milieunormen in het verleden waren vervuiling en achteruitgang van de waterkwaliteit het gevolg. Vanaf de jaren ‘60 was er meer aandacht voor het verbeteren van de waterkwaliteit met onder meer de invoer van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in 1971. De waterkwaliteit in het stedelijk gebied is onder impuls van de Basisinspanning (1995) en het Waterkwaliteitsspoor sterk verbeterd. Sinds 2000 is de KRW (kaderrichtlijn water) bepalend voor het beoordelen en verbeteren van de waterkwaliteit. Dit heeft geleid tot striktere milieueisen voor onder andere de landbouw en rioolwaterzuiveringen en het terugbrengen van het aantal overstorten. De maatregelen hebben onder andere geleid tot minder schadelijke lozingen van industrieel en huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewater en schoner RWZI-effluent. Op sommige plaatsen zijn beken natuurlijker ingericht met natuurvriendelijke oevers en vispassages (Grote Beek en Baakse Beek). Door deze ontwikkelingen is zowel de ecologische als chemische waterkwaliteit verbeterd (zie waterrapport 2008-2011).

Over het algemeen geldt dat de ecologie in de watergangen baat heeft bij een smalle watergang met voldoende stroomsnelheid. Daarnaast is variatie onder water nodig. Een gevarieerde flora en fauna vraagt om afwisseling van vegetatie, zandbanken, slibafzettingen, stroomkuilen, dood hout en detritusbanken. Vaak ontbreken meerdere van deze elementen. En is sommige gevallen hebben hoge fosfaat en ammoniumgehalten een negatief effect op gewenste flora en fauna.

Tabel 6.1: Typering van waterlichamen in beheersgebied Baakse Beek

6.1

Voor de KRW zijn in het beheersgebied van de Baakse Beek 5 waterlichamen vastgesteld en getypeerd (zie tabel 6.1 en kaart 6.1). De Veengoot is als enige getypeerd als M1a (kunstmatige watergangen). De Baakse Beek, Oosterwijkse Vloed en de Grote Beek zijn getypeerd als ‘sterk veranderde’ wateren van het type R5. De waterkwaliteit in het beheersgebied voldoet over het algemeen aan de daarvoor geldende normen en is dus goed te noemen. De actuele KRW-waterkwaliteit wordt bijgehouden in factsheets. Eens per 2 tot 4 jaar wordt een waterrapport opgesteld, een waterschapsbrede beschrijving met ondermeer de toestand en ontwikkeling van de waterkwaliteit (waterrapport 2008-2011).

6.1 kRW

Kaart 6.1: KRW Waterlichamen in het beheersgebied Baakse Beek. Let op: de KRW-naamgeving/begrenzing kan afwijken van de gebruikelijke naamgeving

Literatuur

[012A] Waterrapport 2008-2011 (Rapport, 2012)

[013A] Waterrapport 2011-2014 (Rapport, 2015)

[014A] KRW factsheets (factsheets, 2013)

[015A] Factsheets waterlichamen Actualisatie waterkwaliteitsopgave Periode 2016-2021 (Factsheets, 2014)

[019A] Hoofdrapportage KRW voor het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel (Rapport, 2007)

[025BB] Gebiedproces Baakse Beek-Veengoot, Bouwsteen Water (Rapport, 2010)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.

Websites

Waterrapport 2011-2014 op sharepoint: http://sharepoint.wrij.nl/plein/Organisatie/KA/Gedeelde%20%20documenten/Waterrapport%20definitief.pdf#search=waterrapport

http://www.wrij.nl/waterbeheerplan/


6.1 kRW

Kaart 6.1 KRW waterlichamen in het beheersgebied Baakse Beek