1 Samenvatting statische beschrijving beheersgebied Berkel

Historie en landgebruik (Hoofdstuk 2)

Miljoenen jaren geleden is de aardkorst opgedrukt door inwendige krachten. Hierdoor ontstond de scheiding tussen het hogere Oost-Nederlandse Plateau en het lager gelegen Noordzeebekken. De overgang is bij Winterswijk zichtbaar in het landschap als een relatief steile helling. In het westen is het relatief vlak en is de (meer) oppervlakkige ondergrond grotendeels ontstaan tijdens, tussen en na de laatste ijstijden.

  • De vorming van stuwwallen en een gletsjerbekken tijdens de voorlaatste ijstijd.
  • Het ontstaan van de Rijn en het opvullen van de gletsjerbeken na het smelten van de IJskap.
  • Ontstaan van dekzanden door (wind) erosie tijdens de laatste ijstijd.
  • Ontstaan van moerassen en broekgebieden na de laatste ijstijd.

Eerst was de bovenloop van de Berkel nog een bovenloop van de meer noordelijk stromende Regge. In de 13e eeuw is er begonnen met vergraven, graven en omleggen van watergangen en werden er voor diverse doeleinden watermolens gebouwd. Langs de oevers van de Berkel werden diverse kastelen, landgoederen en watermolens gebouwd. De maatregelen die in de Berkel werden genomen, hadden vooral te maken met watermolens en scheepvaart. In circa 1250 is een belangrijke verbinding gegraven tussen de Berkel en de Groenlose Slinge en ontstond er een verbinding tussen Zutphen en het Duitse achterland. De in de 17e eeuw gegraven Bolksbeek vormde de verbinding met Deventer. Aan het einde van de 19e eeuw werd de scheepvaart minder belangrijk en was er behoefte aan betere waterafvoer. Dit had te maken met de steeds vaker buiten zijn oevers tredende Berkel en de opkomst van kunstmest, die de bemestende werking van inundaties overbodig maakte. Ook werden heide en woeste gronden geschikt gemaakt voor landbouw. In de 20e eeuw ging men verder met het verbreden en verdiepen van (hoofd)watergangen en werd het watersysteem ingericht om het water te verdelen. De grond die vrij kwam door de verbreding werd gebruikt voor de aanleg van kades langs grote delen van de Berkel, Groenlose Slinge en Bolksbeek. Ook werd het Twentekanaal aangelegd. Het Twentekanaal is van groot belang voor het goederentransport, maar zeker ook voor water aan- en afvoer in een groot deel van de Achterhoek en Twente.

Ondanks en door de veranderingen zijn kampenlandschap, natte heide-ontginningslandschap, broekontginningslandschap, rivierweidelandschap, essenlandschap en landgoederen aanwezig. Het landgebruik is nu voor een groot deel grasland. Ook verbindt de Berkel enkele Duitse en Nederlandse natuurgebieden met IJssel en de Veluwe. In het beheersgebied liggen vijf Natura-2000 gebieden en verschillende beken met hoge ecologische doelstellingen.

Watersysteem (Hoofdstuk 3)

Het stroomgebied van de Berkel ligt zowel in Duitsland (430 km2) als in Nederland (510 km2).  Het beheersgebied Berkel omvat ook de stroomgebieden van de Eefsebeek en Dommerbeek, gelegen ten noorden van het Twentekanaal. In het beheersgebied liggen delen van de gemeenten Lochem, Zutphen, Bronckhorst, Berkelland, Oost Gelre, Winterswijk en Haaksbergen. Het beheersgebied ligt vrijwel geheel in Gelderland en voor klein deel in Overijssel.

De Berkel is in totaal 115 km lang waarvan 45 km in Nederland en ontvangt achtereenvolgens water van de Middelhuisgoot/Koffijgoot, de Ramsbeek, Leerinkbeek, Groenlose Slinge, Barchemse Veengoot en Vierakkerselaak. De Groenlose Slinge is de voornaamste zijtak van de Berkel, inclusief de (Duitse) bovenlopen is het stroomgebied 194 km2 groot. De beek is veelal genormaliseerd terwijl de bovenlopen Ratumsebeek, Willinkbeek en Beurzerbeek een relatief natuurlijk karakter hebben. De Visserij / Grote Waterleiding mondt uit in het Twentekanaal, net als de Eefsebeek. De Dommerbeek watert direct af op de IJssel.

Tabel 1.1: Overzichtstabel beheersgebied Berkel

1.1a

Waterkwantiteit (Hoofdstuk 4)

Voor de westelijke delen van het beheersgebied geldt een peilbesluit net als voor de Berkel zelf. In het resterende deel van het beheersgebied gelden streefpeilen. Via de Bolksbeek, afleiding bij Lochem en het afleidingskanaal bij Zutphen wordt Berkelwater naar het Twentekanaal geleid, vooral bij grote afvoeren. Bij extreme afvoeren kan het reductiereservoir Mallum-Eibergen worden ingezet, maar dit is sinds de aanleg nog nooit gebeurd. Doorgaans geldt er een vaste waterverdeling bij de verschillende aflaatpunten. Gemaal Helbergen in Zutphen is veruit het grootste gemaal in het gebied en dient voor de afvoer van Berkelwater bij hoge IJsselstanden.

In droge periodes wordt er op verschillende plaatsen water uit het Twentekanaal ingelaten. Ook is er een vernuftig waterinlaatsysteem zodat het beschikbare water in droge tijden optimaal verdeeld kan worden, er zijn onder andere verbindingen tussen:

  • De Groenlose Slinge en Visserij
  • De Bolksbeek en Grote Waterleiding
  • Het Twentekanaal en de Berkel tussen Lochem en Zutphen
  • Het Twentekanaal en de Eefsebeek
  • De Berkel en het gebied rondom Zutphen.

Tabel 1.2: Overzichtstabel voornaamste wateren beheersgebied Berkel

1.1

Waterveiligheid (Hoofdstuk 5)

Voor waterveiligheid ligt er 23 km primaire kering (dijkring 50 en 51) in het beheersgebied van de Berkel. Het benedenstroomse deel van de Eefsebeek en het gehele Afleidingskanaal zijn voorzien van regionale keringen met een lager beschermingsniveau (in totaal 12 km). Bij de derde verbeteringsronde (1963-1977) werd de Berkel zo ontworpen dat overstromingen nog maar eens per 100 jaar mochten voorkomen. Bijna de gehele Berkel, Bolksbeek en delen van de Groenlose Slinge liggen tussen overige keringen (kades) om inundaties te voorkomen.

Waterkwaliteit (Hoofdstuk 6)

Binnen het beheersgebied van de Berkel zijn 11 KRW-oppervlaktewaterlichamen vastgesteld. Omdat de chemische waterkwaliteit in de waterlichamen redelijk op orde is, zijn inrichting en afvoerregime factoren die de ecologische waterkwaliteit beperken. De Bolksbeek (type M3: Gebufferd kanaal), Grote Waterleiding en Barchemse Veengoot (type M1a: Zoete sloten) hebben een kunstmatig karakter, een lagere ecologische potentie en voldoen meestal aan de normen. Diverse beken getypeerd als langzaamstromende beneden- / middenloop (R5) en de Berkel (type R6: langzaam stromend riviertje) hebben in potentie een hogere ecologische waarde. De meest natuurlijke bovenlopen zijn de Ratumsebeek, Willinkbeek en de bovenloop van de Beurzerbeek. De Ramsbeek en Leerinkbeek waren voorheen nog genormaliseerd, door herinrichting hebben de beken weer een hoger ecologisch potentieel. Ook zijn delen van de Groenlose Slinge en Berkel heringericht. De meeste watergangen in het beheersgebied van de Berkel hebben ‘fijn zand’ als bodemsubstraat.

Grondwater (Hoofdstuk 7)

Naast allerlei lokale grondwaterstromingen, kwel en wegzijging is er over het algemeen een grondwaterstroming vanuit het zuidoosten in noordwestelijke richting naar de IJssel. Het beheersgebied van de Berkel kent vooral relatief droge omstandigheden. In veel gevallen komen de natte gebieden overeen met de kwelgebieden. In het Haaksbergerveen betreft het een hoogveengebied waar water niet wegzijgt vanwege ondoorlatende lagen in de ondergrond. Andere natte gebieden zijn te vinden:

  • in de beekdalen, langs waterlopen (zoals tussen Lochem en Zutphen)
  • rond de hoger gelegen infiltratiegebieden, zoals bij de Lochemse berg en in het oosten bij de rand van het Oost-Nederlands plateau en
  • rondom Zutphen.

Er zijn enkele grotere industriële grondwateronttrekkingen en op zes plaatsen wordt drinkwater gewonnen.

Maatschappelijke functies (Hoofdstuk 8)

In het beheersgebied van de Berkel zijn veel cultuur historische objecten te vinden zoals landgoederen, kastelen, gebouwen en oude watermolens. Sommige water gerelateerde bouwwerken zijn WRIJ watererfgoed. Sinds het begin van de 20e eeuw is er geen beroepsscheepvaart meer op de Berkel. Wel wordt er gevaren met Berkelzompen en kano's en zijn er allerlei andere vormen van recreatie in het gebied en langs het water. Er zijn 5 officiële zwemwateren.

Beheer en Onderhoud (Hoofdstuk 9)

Het beheersgebied van de Berkel wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van veel onderhoudspaden in eigendom van het Waterschap. langs de grote wateren zoals de Berkel en Groenlose Slinge betreft het 'breed spoor' onderhoudspaden. De kleinere watergangen worden onderhouden via 'smal spoor'. Het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de werkprotocollen en onderhoudspakketten zoals vermeld in de veldgids. Het beoogde onderhoud per watergang is vastgelegd in de maaikalender.

In het beheersgebied zijn diverse zandvangen aanwezig zoals de grote zandvang in de Berkel bij Rekken en kleinere zandvangen in de Koffijgoot en de Ramsbeek.