Waterbalans

In tabel 4.3 zijn de belangrijkste aan- en afvoerposten en hun aandeel in de waterbalans weergegeven. De waarden zijn berekend op basis van relatief grove aannames en kentallen. Ze geven een indruk van de waterverdeling en het belang van verschillende posten voor het hele beheersgebied exclusief het gebied ten noorden van het Twentekanaal en het stroomgebied van de Visserij + Grote Waterleiding, wat feitelijk losse stroomgebieden zijn. Er zijn gegevens gebruikt uit de periode 1994-2014 (voor zover beschikbaar).

Tabel 4.3: Waterbalans beheersgebied Berkel

t4.3

Aanvoer vanuit Duitsland

De Berkel, Ramsbeek, Beurzerbeek, Willinkbeek en Ratumsebeek zijn de voornaamste grensoverschrijdende beken van het Berkelbeheersgebied. Het totaal is 26%, een aanzienlijke aanvoerpost (zie tabel 4.3). De Berkel zelf heeft hierin veruit het grootste aandeel.

Neerslag & verdamping

De neerslag en verdamping zijn belangrijke posten in de waterbalans van een regenwatergevoed regionaal watersysteem zoals de Berkel. Over het algemeen geldt dat neerslaghoeveelheden en verdamping binnen het waterschap Rijn en IJssel vergelijkbaar zijn, vooral als het meerjarige gemiddelden betreft. Om hiervan een algemeen beeld te krijgen zijn de gemiddelde neerslag en verdamping berekend van de weerstations van Hupsel, Deelen en Twente, over een periode van 20 jaar (zie tabel 4.4). Ook zijn de natste en droogste jaren weergegeven.

Tabel 4.4 Neerslag en verdamping binnen het waterschap Rijn en IJssel

t4.4

In het beheersgebied van de Berkel vormt het gemiddelde neerslagoverschot een post van 111 miljoen m3 per jaar.

De neerslag is het grootst in de nazomer en het kleinst in april. De tegenhanger van neerslag is verdamping van gewassen, natuur en rechtstreeks uit oppervlaktewater. Verdamping is gerelateerd aan de temperatuur en is het grootst in de zomer. Het verschil tussen neerslag en verdamping is het neerslagoverschot of -tekort. In de zomer is er een tekort, meer verdamping dan neerslag. Van augustus tot en met maart is er een neerslagoverschot. Over een heel jaar is er gemiddeld 259 mm neerslagoverschot.

RWZI (rioolwaterzuivering)-effluent (het in de rioolwaterzuiveringsinstallatie gezuiverde water dat geloosd wordt op oppervlaktewater)

Voor de waterkwantiteit zijn sommige RWZI’s van belang. In droge periodes kan het debiet in de beken dusdanig afnemen dat het relatieve aandeel van de RWZI groot is, vooral in bovenstrooms gelegen beken. Er liggen twee RWZI’s in het beheersgebied die lozen op regionaal water (zie tabel 4.5). Het afvalwater van Winterswijk en Groenlo wordt door RWZI Winterswijk gezuiverd. Door het relatief grote effluentvolume en de bovenstroomse ligging in het watersysteem is het aandeel van RWZI Winterswijk aanzienlijk. In de zomer is het aandeel van de RWZI 35% en in de winter 25%. Door de kleinere effluentdebieten en grotere beekafvoeren heeft. De RWZI van Haarlo heeft een veel minder groot aandeel door kleinere effluentdebieten en meer afvoer in de Berkel. In het Duitse deel van het stroomgebied komen ook enkele RWZI’s voor, zoals in Coesfeld. Hiervan zijn geen gegevens beschikbaar.

Tabel 4.5: RWZI aandeel wateraanvoer

t4.5

Aanvoer vanuit het Twentekanaal

Ten westen van Lochem ligt de Inlaat Lochem en de inlaat van Herkel. In droge periodes wordt water ingelaten naar het benedenstroomse deel van het Berkelbeheersgebied (zie peilbeheer). Debieten die bij Lochem ingelaten worden verschillen per jaar. In 2013/2014 was dit gemiddeld 0.11 m3/s over een heel jaar. Herkel was goed voor gemiddeld 5 l/s. Gezamenlijk komt dit neer op 3.8 miljoen m3 per jaar en vormt met een aandeel van 1% een relatief kleine inlaatpost. Het belang van de inlaat is echter groot voor zowel de landbouw, de natte natuur als het stedelijk gebied van Zutphen en Eefde.

Kwel (uittredend grondwater) en wegzijging

Lokaal zijn kwel of wegzijging belangrijke gebiedseigenschappen. Echter voor het hele beheersgebied geldt dat de jaarlijkse kwel en wegzijging elkaar redelijk in balans houden. Er is iets meer wegzijging dan kwel. Dit resulteert in een uitpost van ongeveer 7 miljoen m3 per jaar (voor ruimtelijke verdeling zie kwel en wegzijging).

Afvoer naar Twentekanaal en IJssel

Gezamenlijk zijn de vier afvoerposten naar de IJssel en Twentekanaal de grootste afvoerpost van de waterbalans. Opvallend is de grote afvoer van de Berkel naar het Twentekanaal bij Lochem. Bij deze centraal gelegen aflaat wordt ongeveer 34% van de totale hoeveelheid water naar het Twentekanaal geleid, met een gemiddeld debiet van ruim 6 m3/s. Via de Bolksbeek en het Afwateringskanaal bij Zutphen wordt respectievelijk 5% en 11% van het Berkelwater afgewaterd naar het Twentekanaal. De Berkel zelf loost samen met de Vierakkerselaak slechts 8% van de totale afvoer op de IJssel. Het gaat dan om een debiet van gemiddeld 1.5 m3/s.

Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.