Bodem en ondergrond

Geologie

De (meer) oppervlakkige ondergrond in het beheersgebied van de Berkel is grotendeels ontstaan tijdens het pleistoceen. Echter de overgang van het Noordzeebekken naar het hoger gelegen Oost-Nederlands plateau bij Winterswijk is heel bijzonder. Nergens in ons land komen zoveel afzettingen uit diverse tijdperken aan de oppervlakte als hier. Zo is Winterswijk de enige plek in ons land waar 240 miljoen jaar oude gesteenten aan de oppervlakte komen uit het tijdperk ‘Muschelkalk’. Ten westen van Winterswijk zijn tertiaire kalksteenlagen tijdens het pleistoceen bedekt met lagen dekzand. Bij Groenlo liggen de tertiaire lagen nog op geringe diepte. Verder naar het westen worden de dekzandlagen almaar dikker. Op sommige plaatsen liggen (resten van) stuwwallen. En op veel plaatsen is de invloed van de duizenden jaren oude IJssel/Rijn terug te zien in de ondergrond.

Tabel 2.1 Indeling van het geologische tijdperken

t2.1-4

Krijt & tertiair

In het Krijt en het Tertiair wordt de aardkorst opgedrukt door inwendige (tektonische) krachten. Hierdoor ontstond de scheiding tussen het hogere Oost Nederlandse Plateau en het lager gelegen Noordzeebekken. De overgang is bij Winterswijk zichtbaar in het landschap als een relatief steile helling (zie ook kaart 2.1)

Pleistoceen

De periode kenmerkt zich door koudere ijstijden en warmere (interglaciale) tijden. De glaciale tijden worden gekenmerkt door een koud, droog landklimaat met ijskappen of een poolwoestijn met een permanent bevroren ondergrond. De interglaciale tijden waren warm en vochtig met (soms exotische) begroeiing. In het pleistoceen werd het landschap verder gevormd door klimaatomstandigheden, enkele voorbeelden zijn:

  • De vorming van stuwwallen en een gletsjerbekken tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien.
  • Het ontstaan van de Rijn en het opvullen van de gletsjerbeken na het Saalien.
  • Ontstaan van dekzanden door (wind) erosie in het Weichselien.

Saalien: grote delen van Nederland raakten bedekt onder het Scandinavische ijspakket. Door de vorming van het ijspakket daalde de zeespiegel 140 m, waardoor het gehele Noordzeebekken droog viel. Door het ijspakket ontstonden stuwwallen, zoals de Lochemse berg en een stuwwal tussen Zelhem, Ruurlo en Lochem. Deze werd later door de steeds uitbreidende ijslobben vereffend maar is nog wel in de ondergrond aanwezig. Een van de ijslobben van de gletsjer groef zich ter plekke van de latere IJsselvallei in en drukte de plaatselijke afzettingen opzij en voor zich uit. Zo ontstond onder de ijslob een gletsjerbekken van ongeveer 25 kilometer breed en tot wel 100 meter diep. Door het mengen en aandrukken van keien, grind, zand en leem door het ijspakket ontstonden er ondoorlaatbare keileemlagen, vooral bij het Oost-Nederlands plateau.

Eemien: Met het warmer worden van het klimaat smolt het ijspakket en vormde zich op de plek van het gletsjerbekken een groot ijsstuwmeer. In de loop van de eeuwen ontstond op de bodem van dit meer een dikke laag zware bekkenklei. Na het afsmelten van de ijslob en het verdwijnen van het ijsstuwmeer werd het gletsjerbekken vanuit het zuiden geleidelijk aan opgevuld met rivierzanden van de Rijn, die door het gletsjerbekken naar het noorden afwaterde met een stelsel van snel stromende, vlechtende stroomgeulen. Grindige en zandige afzettingen werden daarbij gevormd.

Weichselien: Tijdens de laatste ijstijd breidde het landijs zich vanuit het noorden weer uit, maar dit keer bereikte het Nederland niet. Het was een tijd van erosie en sedimentatieprocessen. De ondergrond was permanent bevroren, terwijl stuifzand onder invloed van de wind werd verspreid. Naast deze windafzettingen was er in die tijd ook activiteit van kleine stroompjes. Over de permanent bevroren ondergrond stroomde smeltwater van de heuvels naar het Rijndal. Bij Winterswijk wordt het Oost-Nederlands plateau in meerdere kleinere plateaus opgedeeld door ingesleten erosiegeulen en dalen. Er ontstaan stroomgeulen, beekdalen, uitspoelingen en verstuivingen. In het lagere gebied, meer westelijk, vormt zich een laag dekzand met vlakten, maar ook lage ruggen en koppen.

In deze periode vond ook verlegging van de Rijn plaats. Eerst liep de Rijn met een grote bocht ten oosten van de stuwwal van Montferland door het dal van de Oude IJssel naar het noorden. Later boog de Rijn ter plaatse van Doesburg af naar het westen. Dit heeft te maken met de grotendeels drooggevallen rivierbedding van de Rijn. Door de wind werd zand verplaatst en tot rivierduinen opgestoven. Door de verstuivingen en smeltwaterafzettingen werd het dal, dat aanvankelijk enkele tientallen meters diep was, grotendeels opgevuld en ging de Rijn in westelijke richting stromen.

Holoceen

In het Holoceen ligt de geomorfologie zo goed als vast. Er treedt een klimaatsverandering op waardoor er een dichtere begroeiing kan ontstaan. Deze begroeiing zorgt ervoor dat de erosie en sedimentatieprocessen tot staan worden gebracht. In gebieden waar het water samen met afgestorven plantenresten bleef liggen, is veen ontstaan. Een voorbeeld hiervan is het Wolfersveen. De venige bovenlaag is echter door afgraving en verbeterde afwatering op veel plekken verdwenen.

Meer informatie over geologische informatie is te vinden op Dinoloket of Bodemdata.

Hoogte

Hoogte Kaart 2.1 Hoogte Beheersgebied Berkel

Over het algemeen neemt de bodemhoogte af van oost naar west (zie kaart 2.1). De hogere gronden, tot ongeveer 50 m+NAP, zijn dan ook te vinden bij Winterswijk en Rekken (ten oosten van Eibergen). In deze gebieden is er een duidelijk onderscheid tussen de hogere delen en de beekdalen. Westelijk van de lijn Eibergen Groenlo is het relatief vlak en laag met hoogtes tussen de 7 - 20 m+NAP. De enige uitzondering is de Lochemse berg met een hoogte van een kleine 50 m +NAP. In het verder vlakke gebied zijn wel lokale hoogteverschillen door de invloed van de beken, met hoge zandruggen en lage voormalige beeklopen. Dit is ook goed terug te zien in de bodemopbouw en geomorfologie (zie kaarten 2.2 en 2.3)

Bodem

Kaart 2.2 Bodem van beheersgebied de Berkel (vereenvoudigde legenda)

Verspreid over het hele beheersgebied komen veel podzol- en beekeerdgronden voor. Deze bodems bestaan uit een voedselrijke(re) toplaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Langs de Berkel, Bolksbeek en IJssel bestaat de bodem vooral uit rivierkleigronden en hoge enkeerdgronden. Ook zijn er tussen Lochem en Zutphen relatief grote oppervlakten zandvaaggronden. In het patroon van de rivierkleigronden, de hogere enkeerdgronden en de zandvaaggronden zijn de oude beekdalen te herkennen. In het stroomgebied van de Groenlose Slinge zijn nauwelijks rivierkleigronden, rondom Groenlo vallen de hoge enkeerdgronden op. Bij Eibergen en Winterswijk is her en der ondiep keileem aanwezig, net als veen- en moerige gronden. Door dit ondiepe keileem, wat ook in Duitsland veel voorkomt, kan er maar heel beperkt water worden geborgen in de ondergrond en komt neerslag snel tot afvoer. Vroeger werd het keileem vaak bedekt met een laag veen. Maar dit is in de 19e eeuw veelal afgegraven. In het oosten zijn zandvaaggronden alleen tussen de richels van de hogere delen te vinden. In het westen is er sprake van goed doorlatend dekzand. Hier wordt er (hemel)water gemakkelijk door de bodem opgenomen en is het waterbergend vermogen groot.

Meer informatie over geologische informatie is te vinden op Dinoloket of Bodemdata.

Geomorfologie

Het gebied rondom Winterswijk wordt gevormd door het relatief hooggelegen Oost-Nederlands plateau. Op het plateau werd tijdens het Saalien keileem afgezet. In deze periode werd het plateau doorsneden door een smeltwatergeul. Deze geul splitst zich ten noorden van Winterswijk in drie takken: één richting het Haaksbergerveen, één richting Bredevoort, en de derde richting Vreden. De geulen zijn in het Saalien opgevuld met fijnkorrelig materiaal en later met grove zanden. Door het voorkomen van ondoorlatende keileemafzettingen die grenzen aan de opgevulde smeltwatergeul, ontwikkelde zich hoogveengebieden op de flank van de smeltwatergeul. Vooral op plaatsen met gebrekkige afvoer. Van noord naar zuid zijn dit het Haaksbergerveen, het Zwillbrocker Venn en het Korenburgerveen (in het beheersgebied van de Oude IJssel).

De beekdalen in het beheersgebied van de Berkel zijn tijdens de op één na laatste ijstijd ontstaan (Saalien). Door de kracht van het ijs werd de ondergrond opgestuwd en ontstonden er stuwwallen. De gebieden tussen de stuwwallen en richels werden opgevuld met diverse smeltwaterafzettingen en afgedekt met dekzanden tijdens de laatste ijstijd (Weichselien). De dekzanden werden vervolgens doorsneden door beken waardoor er een patroon ontstond van moerassige laagten en meanderende beekdalen en hogere gronden.

Het westen van het beheersgebied wordt gekenmerkt door vlakten, lage heuvels, ruggen en welvingen met bijbehorende laagten. Het gaat om (vrij) vlakke reliëfarme gronden. Alleen bij de Lochemse berg en in het oosten zijn gebieden met meer reliëf en grotere hellingen. Opvallend zijn:

  • De door landijs beïnvloede plateau-achtige terrasresten tussen Eibergen, Groenlo en Lichtenvoorde (paars gekleurd in kaart 2.3);
  • De hoge grondmorenerug ten noorden van Winterswijk bij Huppel (oranje gekleurd);
  • Diverse overblijfselen van vereffeningsprocessen op de hogere delen in het oosten van het beheersgebied (roze gekleurd);
  • Enkele terrasvlaktes rondom Zutphen (mint groen);

Kaart 2.3: Geomorfologische kaart Berkel

Literatuur

[001B]   Onderzoeksrapport bij: Aanvullend GGOR (gewenst grond- en oppervlaktewaterregiem) Benedenloop Berkel (Rapport, 2011)

[004A] Gij beken eeuwig vloeiend; Water in de streek van Rijn en IJssel’ (Boek, 2000).

[005B]   De Berkel beschouwd (Boek)

[006B]   Berkel visie (Rapport, 2005)

[010B]   Onderzoeksrapport bij: Aanvullend GGOR Benedenloop Berkel (Rapport 2011)

[022B]   Winterswijk, de geologische mozaïekvloer van Nederland (Artikel, 2008)

[023B]   Bodemkundige inventarisatie van de Gemeente Winterswijk (Rapport, 2009)

[024B]   Plangebied Weijnsbosch te Groenlo, Inventariserend archeologisch veldonderzoek (Rapport 2006)

[030A] Bodemkaart van Nederland, Blad 41 West Aalten, Blad 41 Oost Aalten (Rapport, 1983)

[031A] Bodemkaart van Nederland, Blad 34 West Enschede, Blad 34 Oost Enschede, Blad 35 Glanerbruf (Rapport, 1983)

[032A] Bodemkaart van Nederland, Blad 33 West Apeldoorn, Blad 33 Oost Apeldoorn (Rapport, 1983)

[042B] Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS (Programmatische Aanpak Stikstof)) Buurserzand en Haaksbergerveen (rapport, 2014)

[043B] PAS gebiedsanalyse Korenburgerveen (rapport, 2015)
Literatuur

Dinoloket

Bodemdata.

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten


Kaart 2.2 Hoogtekaart Beheersgebied Berkel