9 Beheer en Onderhoud

Legger

De legger (kaart met watergangen, afmetingen en onderhoudsafspraken die hoort bij de keur) ‘watergangen en bergingsgebieden’ is een register waarin gegevens over de ligging, vorm, afmeting en constructie van watergangen, bergingsgebieden en bijbehorende kaden en kunstwerken zijn vastgelegd (zie leggerkaart op WRIJ.nl). Daarnaast is in de legger vastgelegd wie de onderhoudsplichtigen en wat de onderhoudsverplichtingen zijn. Dit is een uitwerking van de algemene bepalingen in de Keur (de basisverordening van het waterschap) over gewoon en buitengewoon onderhoud. De legger geeft ook de begrenzing van de kernzone en de beschermingszone aan. In deze zones zijn de bepalingen uit de Keur van toepassing. Een wijziging in de legger kan ook een wijziging in het toepassingsgebied van de Keur betekenen. De legger bevat alleen de waterstaatswerken die WRIJ (Waterschap Rijn en IJssel) actief beheert, conform het vastgestelde beleid.

Onderhoudspaden en -stroken

Binnen het waterschap wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Onderhoudspaden: In eigendom van het waterschap.
  • Onderhoudsstroken: Niet in eigendom van het waterschap.

Langs 786 km (76%) van de watergangen in het beheersgebied van de Berkel liggen onderhoudspaden. Dit is veel vergeleken met andere delen van het waterschap. De grotere watergangen zoals de Berkel en Groenlose Slinge hebben onderhoudspaden. Het onderhoud wordt uitgevoerd via ‘breed spoor’ van minimaal 3m breed. De onderhoudspaden liggen hier tussen de watergang en de kade of hoge gronden. In totaal heeft ongeveer 31% van de oevers een onderhoudspad of strook breder dan 3 meter. Dit is de minimale breedte om met ‘breed spoor’ materieel het onderhoud te kunnen plegen. In de praktijk is echter een bredere strook nodig voor de bewegingsvrijheid van het materieel. Op veel plaatsen is er op zowel de linker- als de rechteroever een ‘breed spoor’, op andere plaatsen slechts aan één zijde.

Bij kleinere watergangen, vaak de bovenstroomse delen van het watersysteem, wordt de toegang voor het onderhoud vaak verkregen op basis van de keur. Hier is er sprake van zogenaamde onderhoudsstroken. In totaal is er 245 km aan onderhoudsstroken, deze liggen verspreid over het hele beheersgebied van de Berkel.

Bij nagenoeg alle ‘kleinere’ watergangen is er sprake van ‘smal spoor’ onderhoudspaden (uitgezonderd de oude B-watergangen). Deze onderhoudspaden of -stroken zijn meestal 1,8 meter breed. Het pad is 1.5 m, hiernaast is de afrastering 30 cm binnen de eigendomsgrens van de aanliggende eigenaar geplaatst waardoor het onderhoudspad in totaal 1,8m breed is. Op sommige plekken zijn de paden ingegraven. Dit heeft te maken met de diepte/drooglegging van de watergang en het onderhoudsmaterieel dat wordt gebruikt. De watergangen/taluds worden gemaaid met smalspoortrekkers met een maaibalk en hark die een beperkte (vaste)lengte heeft. Door het standaardprofiel drooglegging en talud worden de watergangen vlot en efficiënt gemaaid.

Profieltypes

De Berkel, Bolksbeek en delen van de Groenlose Slinge hebben veelal een gestandaardiseerd profiel met kades (zie waterveiligheid). Op diverse plekken is één van de onderhoudspaden vergraven tot een ecologische oever. De kleinere watergangen hebben over het algemeen een bodembreedte beginnend met 0,5 meter en een talud van 1:1 of 1:1,5.

Om te voldoen aan de keur (eisen aan watersysteem) is onderhoud nodig. Om het onderhoud goed te kunnen uitvoeren zijn de watergangen ingedeeld in profieltypes. De profieltypes zeggen iets over kenmerken van een watergang, zoals:

  • Aanwezigheid en type van onderhoudsstroken;
  • Aanwezigheid en type kades;
  • Kern / beschermingszone;
  • Natuurlijkheid;

a8.1 profiel 2

a8.1 profiel 4

Figuur 9.1: Profieltype 2 en 4, De meest voorkomende profielen binnen het beheersgebied Berkel (legenda en overige profielen)

Profieltypen 2 en 4 zijn het meest voorkomende profiel in het beheersgebied van de Berkel. Profieltype 4 komt voor bij ruim 30% van de watergangen. Profieltype 2 komt voor bij 24% van de watergangen en dan vooral bij kleinere watergangen. Vergeleken met andere beheersgebieden zijn er veel watergangen met profieltype 4. Meestal is profieltype 2 aanwezig. In beide gevallen gaat het om een situatie met aan beide zijden een onderhoudsstrook van 1.8m. Alleen bij profieltype 4 ligt de strook iets lager dan maaiveld. Langs de meer natuurlijke beken in het oosten zie je ook meer natuurlijke profielen zoals type 22. Langs de Berkel, Bolksbeek en Groenlose Slinge komen vooral profieltypen met kades voor (typen 8, 9 of 10).

De ruimtelijke verdeling van profieltypes en onderhoudspakketten in het beheersgebied van de Berkel is via Informatie legger beschikbaar.

Onderhoudspakketten

Het onderhoud wordt gedaan volgens de veldgids. In de veldgids zijn 5 werkprotocollen opgesteld voor:

  • Maaionderhoud
  • Onderhoud houtwallen
  • Onderhoud waterkeringen
  • Onderhoudsbaggeren en herstelwerkzaamheden aan oever en onderhoudspaden.

Binnen deze protocollen wordt er rekening gehouden met voorkeursperioden die zijn gebaseerd op het efficiënt uitvoeren van het onderhoud en het ontzien van beschermde flora- en faunasoorten. Het exacte onderhoud is vastgelegd in de Maaikalender op de WRIJ-website. Hoe we precies omgaan met aanwezige natuur staat beschreven in de gedragscode Flora-faunawet.

In het beheersgebied van de Berkel ligt 311 km aan hoofdwatergangen. 37% van de hoofdwatergangen wordt volgens pakket 2 onderhouden. Ook worden veel hoofdwatergangen onderhouden volgens pakket 5. Het zijn redelijk vergelijkbare onderhoudspakketten voor watergangen met een grote bodembreedte. Het verschil zit in de fasering van de werkzaamheden.

De overige watergangen worden grotendeels onderhouden via onderhoudspakketten 1 en 3, beide ongeveer 35% van in totaal 716km. Ook dit zijn vergelijkbare pakketten, maar dan voor smalle watergangen. Bij onderhoudspakket 3 wordt eenmaal per jaar gemaaid en geschoond. Pakket 1 kent een voor- en najaarsronde.

Tabel 9.1 Maaipakketen in het beheersgebied Berkel (werkprotocol 1, volgens veldgids [035A] (pdf, 4.1 MB))

t9.1

Baggeren en groot onderhoud

Baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een meetprogramma en meldingen. Het hoofdwatersysteem (circa 1000 km in het beheersgebied van WRIJ), de inlaatleidingen en het stedelijk water worden elke 10 jaar ingemeten. Afhankelijk van het meetresultaat wordt bepaald of baggeren noodzakelijk is. Voor de overige watergangen geldt dat deze gebaggerd worden op basis van het meldingen.

Op diverse plekken in het beheersgebied komen zandvangen voor. De zandvangen zijn veelal te vinden op die plekken waar het verhang en de stoomsnelheid afnemen. De watergangen zijn hier vaak verbreed en er zijn vaste overlaten aangelegd om stroomsnelheden te vertragen en het sediment te laten bezinken. In het beheersgebied van de Berkel zijn er zandvangen te vinden bij Winterwijk en Eibergen en één bij Lochem bij het Twentekanaal. De meeste zandvangen hebben een inhoud tot 200 m3. De in tabel 4.7 opgenomen zandvangen zijn beduidend groter dan de rest (zie kaar 3.1). Voor de zandvangen geldt dat de grote elke circa 10 jaar worden ingemeten. Zandvang (lokale verbreding van de beek waarin zand sedimenteert zodat het niet de beek stroomafwaarts verondiept) Rekken wordt, in overleg met de Duitsers jaarlijks ingemeten. De kleinere zandvangen worden door de onderhoudsdienst regulier op diepte gebracht.

Tabel: 9.2 Grote zandvangen in het beheersgebied van de Berkel

t4.7

8.1 zandvang

Kaart 9.1 Zandvangen in beheersgebied Berkel (rood = klein; zwart = groot)

Natuurvriendelijk Beheer en Onderhoud

Met de invoer van diverse natuurbeschermingswetten, KRW en de Gedragscode voor de flora- en faunawet wordt nu zowel met economische als met ecologische belangen rekening gehouden. Na herinrichtingsprojecten wordt veelal een nieuw of herzien onderhouds- en beheerplan opgesteld. Bij knelpunten tussen functies wordt er waar mogelijk gezocht naar oplossingen die meerdere doelen dienen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • Minimaliseren van de frequentie waarmee de watergangen gemaaid of geschoond worden;
  • Het maaien en schonen op momenten dat dit zo min mogelijk schade geeft aan de natuur;
  • Hoger peil om verdroging tegen te gaan en kwetsbare natte natuur een kans te geven;
  • Aanvullende maatregelen om beschermde dier- en plantensoorten te beschermen bij werkzaamheden.

Bij aanpassingen aan de watergang  moet men vanzelfsprekend rekening houden met het toekomstig onderhoud. Bosontwikkeling op de oever leidt op den duur ook tot minder onderhoud, zo leert de ervaring met Buurserbeek, Leerinkbeek en delen van de Groenlose Slinge. De ontwikkelingen langs de Zoddebeek (beheersgebied van de Schipbeek) laten zien wat er gebeurt als er wordt verondiept zonder bos op de oevers. Door winterbedverbreding (zoals bij de Ramsbeek) kan er behoefte ontstaan aan machines met een groter bereik.

Literatuur

[033A] Toelichting Leggertekst (Memo)

[034A] Legger watergangen en bergingsgebieden Bepalingen en toelichting (Memo)

[035A] Veldgids beheer en onderhoud, natuurwetgeving in de praktijk (Rapport, 2010)

[036A] Dwarsprofielen volgens de keur (Tekeningen, 2012)

[037A] Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (Rapport, 2012)

[038A] Programma van eisen Beheer en Onderhoudsplan (BOP) binnen waterbeheer (Memo, 2012)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.


onderhoudsmaatregelen bij hoog water

Kaart 9.1 Zandvangen in het beheersgebied Berkel

Zandvang (lokale verbreding van de beek waarin zand sedimenteert zodat het niet de beek stroomafwaarts verondiept) Rekken