Kwel en wegzijging

Uit de grove kwelmodellering van TNO (IMOD versie 1.2) blijkt dat er jaarlijks een relatief kleine hoeveelheid water via wegzijging verdwijnt uit het beheersgebied van de Berkel (0.04 mm/dag). Dit wil niet zeggen dat er nauwelijks kwel (uittredend grondwater) of wegzijging is, maar dat dit vooral lokale processen betreft die plaatselijk ook nog eens per seizoen kunnen wisselen, zoals bij de IJssel. Gebieden met overwegend kwel zijn te vinden:

  • in de beekdalen, langs waterlopen (zoals tussen Lochem en Zutphen);
  • rond de hoger gelegen infiltratiegebieden, zoals bij de Lochemse berg en in het oosten bij de rand van het Oost-Nederlandsplateau;
  • bij Zutphen en Vierakker. Hier zijn gaten aanwezig in de Zutphenklei, een ondoorlaatbare kleilaag in het IJsseldal. Deze gaten worden daarom ook wel aangeduid als kwelvensters. Het diepere kwelwater is afkomstig uit het oosten en van de Veluwe (zie afbeelding 7.1).

7

Afbeelding 7.1 Grondwaterstroming in het westelijk deel van het beheersgebied Berkel

Lokaal is de rol van het Twentekanaal opvallend. In het westen bij Sluis Eefde is het maaiveld relatief laag en is ligt het kanaalpeil hoog ten opzichte van de omgeving en heeft het een infiltrerende werking. Meer naar het oosten ligt het kanaal ingegraven en draineert het de omgeving.

Literatuur

[010B] Onderzoeksrapport bij: Aanvullend GGOR (gewenst grond- en oppervlaktewaterregiem) Benedenloop Berkel (Rapport 2011)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten