Ondiep (freatisch) grondwater

In het verleden zijn watergangen steeds dieper en breder gemaakt om water snel te kunnen afvoeren. Daardoor is ook de gemiddelde grondwaterstand gedaald. In een groot deel van ons gebied de gemiddelde zomer-grondwaterstand te laag voor zowel landbouw als natuur. De landbouw kan droogteschade deels voorkomen door beregening of verbetering van de bodemstructuur. Voor landnatuur zijn aanpassingen van het watersysteem nodig om de gemiddelde grondwaterstand te verhogen.

Het grondwater in het beheersgebied van de Berkel bestaat voor het grootste deel uit grondwatertrappen VI t/m VIII (zie kaart 7.1). Dit betekent droge omstandigheden. Doorgaans is grondwatertrap 4 ideaal voor de landbouw, maar dit is afhankelijk van bodemsoort en gewas. Hogere grondwaterstanden zijn vooral te vinden:

  • In het uiterste noordoosten in het Haaksbergerveen;
  • Tussen Groenlo en Winterswijk bij de overgang tussen hoge en lagere gronden;
  • Bij het Ruurlose Broek tussen Ruurlo en Groenlo;
  • Waterhoek, ten westen van Borculo;
  • Rondom de Lochemse berg;
  • Tussen Zutphen en Vorden;
  • Langs de Berkel tussen Lochem en Zutphen wisselen lagere natte en hogere droge gebieden elkaar af.

In veel gevallen komen de natte gebieden overeen met de kwelgebieden en natuurgebieden. In het Haaksbergerveen betreft het een hoogveengebied. In de nattere benedenstroomse gebieden kan het peil het hele jaar gehandhaafd blijven (eventueel via inlaten vanuit de Berkel en Twentekanaal), hier geldt dan meestal een peilbesluit (zie peilbeheer).

GWt

Kaart 7.1 Grondwatertrappen in het Berkel beheersgebied

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.


Kaart 7.1 Grondwatertrappen beheersgebied Berkel