Ecologie

Omdat de chemische waterkwaliteit in de waterlichamen redelijk op orde is, zijn inrichting (vooral M-typen) en afvoerregime (vooral bij R-typen) factoren die de ecologische waterkwaliteit beperken. De als M1a- (Bolksbeek) en M3-getypeerde (Grote Waterleiding en Barchemse Veengoot) watergangen hebben dan ook een lagere ecologische potentie en voldoen meestal aan de normen. De R5-beken en Berkel (R6) hebben hogere doelstellingen.

Hydromorfologie & waterbodem

De meeste watergangen in het beheersgebied van de Berkel hebben ‘fijn zand’ als bodemsubstraat. In (delen van) sommige watergangen is er een sliblaag aanwezig, zoals op de bodem van de Eefse Beek. In de Bolksbeek is het bodemsubstraat ‘steen’. Hydromorfologisch zijn de grotere watergangen (lees waterlichamen) in het beheersgebied van de Berkel op te delen in drie groepen, meanderende bovenlopen met een natuurlijk karakter, genormaliseerde benedenlopen en gegraven of gekanaliseerde watergangen.

Meanderende bovenlopen:

De meest natuurlijke bovenlopen zijn de Ratumsebeek, Willinkbeek en de bovenloop van de Beurzerbeek. De Ramsbeek en Leerinkbeek waren voorheen nog genormaliseerd, door hermeandering en beekherstel zijn de beken weer een stuk natuurlijker. De beken worden gekenmerkt door meanders, variatie en breedte en diepte en veel houtachtige begroeiing op de oevers. Meer benedenstrooms verliezen de beken in toenemende mate hun natuurlijke karakter. Steeds langere segmenten van de beken zijn rechtgetrokken en de bebossing is minder dominant aanwezig dan bovenstrooms of helemaal afwezig. Bovenlopen zoals Ratumsebeek en Willinkbeek hebben wel te maken met droogval. Dit is nadelig voor de visstand. De macrofaunasamenstelling blijkt er minder last van te ondervinden.

In Duitsland bestaat de Beurzerbeek uit rechte watergangen met veel oeverbegroeiing. Vlak voor de grens stroomt de beek door een industriegebied. Vanaf de grens is de bovenloop van de Beurzerbeek, tot aan instroom Koppelleiding (of Modderbeek) vrij ‘natuurlijk’ met meanders en begroeide oevers en stromingsminnende soorten. Het benedenstroomse deel is ingericht met plasbermen. Door stagnant water groeit dit deel in de zomer vol met flab en is ecologisch van mindere waarde.

Ratumsebeek en Willinkbeek zijn morfologisch afwisselende, kronkelende beken door bosgebied. Benedenstroomse trajecten hebben jaarrond afvoer, bovenstroomse trajecten vallen regelmatig droog. Stroomafwaarts van Döttekrö ontbreekt dynamiek in de Ratumsebeek omdat piekafvoer via Koppelleiding (Modderbeek) wordt afgevoerd. Veel trajecten hebben nog kunstmatige verharding met puin en slakkenbestorting op talud en beekbodem. Plaatselijk is de bosstrook zeer smal of lopen akkers tot aan de insteek.

Sinds de herinrichting hebben grote delen van de Ramsbeek (in Nederland) een ‘natuurlijk’ karakter met meanders en variatie in profielen. De beek is vispasseerbaar gemaakt en op de oevers is een redelijk gevarieerde oeverbegroeiing aanwezig.

Genormaliseerde benedenlopen:

De Berkel is de grootste en van oudsher de belangrijkste watergang in het beheersgebied.

  • Normaal is er gedurende het gehele jaar afvoer, de hoge afvoeren worden afgelaten naar het Twentekanaal (bij Haarlo, Lochem en Zutphen) waardoor de Berkel stroomafwaarts aan dynamiek verliest. De overdimensionering en veelal lage stroomsnelheden zijn nadelig voor typische beeksoorten. De maximale afvoer bij Lochem is weer vergroot naar 9 m3/s om meer stroming en dynamiek te creëren wat gunstig is voor de ecologische waarde van de Berkel;
  • Bovenstrooms van Lochem zijn er enkele noordelijke zijstromen van de Berkel met natuurvriendelijke oevers zoals Twijggraven, Horstgoot en Middelhuisgoot;
  • Het traject tussen Rekken en Haarlo is natuurlijker heringericht met plas-dras oevers;
  • Tussen Rekken en Eibergen fungeert de Afwatering van Zuid Rekken en de Ramsbeek als vispassage (zie kaart 3.2);
  • Tussen Haarlo en Lochem ligt de Berkel strak tussen kades en is deels opgeleid, er liggen rietoevers langs delen van de beek;
  • Tussen Lochem en Zutphen zijn grote delen van de Berkel natuurlijker ingericht. Er komen op diverse plekken ecologisch ingerichte stapstenen voor;
  • Het afleidingskanaal is als kanaal ingericht en kent weinig structuurvariatie;
  • Vlak voor en in Zutphen wordt het water verdeeld over de verschillende watergangen. Het watersysteem is kenmerkend voor een stedelijke omgeving. Hier en daar zijn natuurvriendelijke oevers ingericht (zie kaart 3.4).

Het vlakke midden van het beheergebied bestond vroeger uit moerassen. Tegenwoordig zijn de gronden geschikt gemaakt voor landbouw. In de zomer stagneert de afvoer in veel zijtakken door het geringe verhang en bepekte aanvoer. De Groenlose Slinge is de voornaamste zijtak van de Berkel.

  • Ter hoogte van Meddo loopt een bypass met constante afvoer naast de hoofdloop van de Groenlose Slinge. Deze verdeling is ongunstig voor de ecologie omdat piekafvoeren worden beperkt en er te weinig dynamiek is. Ook speelt het grote aandeel van RWZI (rioolwaterzuivering)-effluent (het in de rioolwaterzuiveringsinstallatie gezuiverde water dat geloosd wordt op oppervlaktewater) bij droge omstandigheden een rol.
  • Grote delen van de Groenlose Slinge zijn heringericht met plas-dras oevers en plaatselijk zijn (nieuwe) meanders en overstromingsvlaktes aangelegd.
  • Stroomafwaarts van Lebbenbrugge tot Beekvliet heeft de beek een sterk civieltechnisch karakter.

De Meibeek en Eefsebeek zijn plantenrijke, volledig gekanaliseerde en genormaliseerde beken met een onnatuurlijk peilbeheer en een uniform talud. In tegenstelling tot de aanvoerende watergangen zijn de Meibeek en Eefsebeek zelf het gehele jaar watervoerend. In de Meibeek is wel een afvoerloze periode in de zomer.

De oevers van de Dommerbeek hebben een uniform talud zonder noemenswaardige begroeiing met struiken of bomen. De beek dient vooral de landbouw, langs de oevers komt een ca. 1 m brede zone voor van lies- en rietgras.

Gegraven of gekanaliseerde watergangen:

In de huidige vorm is de Bolksbeek een afvoerkanaal van de Berkel. Het genormaliseerde en gekanaliseerde profiel met steenbestorting op de bodem en oever leidt ertoe dat de ecologische potentie van de Bolksbeek beperkt is.

Barchemse Veengoot en Grote Waterleiding (inclusief Visserij) zijn genormaliseerde landelijke watergangen met weinig variatie in diepte en breedte. De Grote Waterleiding en het bovenstroomse deel is tijdens droge periodes afhankelijk van Berkelwater. Het bovenstroomse deel van de Barchemse Veengoot valt droog.

Waterplanten

In de beken is er over het algemeen een redelijke bedekking met waterflora. In de bovenlopen Ramsbeek, Willinkbeek en Ratumsebeek is de bedekking het kleinst, gevolgd door de grotere Berkel en Slinge. In de lager gelegen beken is de bedekking het grootst. In de Willinkbeek-Ratumsebeek Vierakkerselaak, Dommerbeek en de Meibeek is de bedekkingsgraad van oevervegetatie het grootst. In de Willinkbeek-Ratumsebeek komt dit vooral door afwezigheid van andere vegetatie. In alle andere beken komen ondergedoken waterplanten het meest voor. Drijfbladvegetatie komt relatief weinig voor.

Vis

Uit visstandbemonstering blijkt dat blankvoorn de meest voorkomende vis is in de Berkel, brasem vertegenwoordigt de grootste biomassa. Er is een grote diversiteit van vissen aangetroffen, waaronder stromings- en/of plantenminnende soorten zoals: riviergrondel, kopvoorn, serpeling, bermpje, zeelt, bittervoorn, giebel en vetje. Ook zijn beekprik en kleine modderkruiper aangetroffen. De stromingsminnende soorten komen vooral bovenstrooms voor, de plantenminnende soorten benedenstrooms waar lagere stroomsnelheden en meer waterplanten zijn. Ook zijn er exoten (niet inheemse planten en dieren) aangetroffen: graskarper, zonnebaars, blauwband en marmergrondel.

De visstand in het grootste deel van de overige watergangen wordt gekenmerkt door soorten die gedijen in stilstaand water en met waterplanten begroeide watergangen. In de Groenlose Slinge ontbreken typische stromingminnende soorten als winde, serpeling en kopvoorn. Wel komen rivierdonderpad en bermpje voor op plaatsen met stortsteen in het niet-ingerichte trajecten. Waterplantminnende soorten als kleine modderkruiper en bittervoorn profiteren van de goed ontwikkelde oeverzones en het extensieve onderhoud. Ook in de Barchemse Veengoot, Leerinkbeek en Bolksbeek zijn plantminnende soorten dominant zoals: zeelt, bittervoorn en ruisvoorn. In de Eefsebeek en Grote waterleiding zijn blankvoorn en brasem bepalender. De Ramsbeek heeft een heel diverse vissamenstelling met plantenminnende soorten en kenmerkende soorten voor een stromend water, zoals kopvoorn. De visstand van de Willinkbeek en Ratumsebeek hebben te maken met droogval (zie Afvoerkarakteristieken) en een beperkte diversiteit. De beken bevatten vooral stromingsminnendesoorten waaronder zelfs de beekprik en beekforel.

Een belangrijke factor voor de kwaliteit van de visstand is de vispasseerbaarheid maar ook zijn stroming en de fysisch-chemische waterkwaliteit van belang. In de Berkel, Ramsbeek, Groenlose Slinge en de bovenlopen is er veel gedaan aan de vispasseerbaarheid. Het benedenstroomse deel van de Ramsbeek is in feite een vispassage voor de Berkel (zie kaart 3.2). De Ratumse- en Willinkbeek zijn beide geheel optrekbaar voor vis. In de andere watergangen zijn kunstwerken vaak niet passeerbaar.

Uit vangstregistratie blijkt dat vangsten en waarschijnlijk dus ook de aantallen vis achteruitgaan (zie recreatie).

Macrofauna (de in het water levende diertjes zoals insecten, bloedzuigers en slakken)

De Berkel heeft door het grote verhang direct na de grensovergang met Duitsland nog steeds een behoorlijke afvoer. De schone zandbodem herbergt hier de zeldzame nachtroofwants (Aphelocheirus), de beekrombout (Gomphus) en de haft Heptagenia. Er is hier een waardevolle macrofaunagemeenschap. De rest van de Berkel is overgedimensioneerd en heeft het beekkarakter verloren. De nieuwe meanderende herinrichting tussen Almen en Zutphen moet een positieve bijdrage leveren aan macrofaunakwaliteit.

Door de herinrichting in de Ramsbeek is de macrofaunakwaliteit verbeterd. Kokerjuffersoorten als Hydropsyche en Potamophylax zijn in de beek teruggekeerd en zijn indicator voor deze verbetering.

De Ratumsebeek, de Willinkbeek, Vosseveldsebeek, Wissinkbeek en Beurzerbeek zijn de bovenlopen van de Groenlose Slinge. Ze waarborgen een macrofaunalevensgemeenschap die verwijst naar morfologisch goed ingerichte beken met een diversiteit aan substraten. Zij kunnen wel tot de fraaiste beken van Nederland gerekend worden met hoge ecologische waarde. Het bovenste deel van de Groenlose Slinge heeft een “ontoereikende“ kwaliteit doordat veel afvoer via de bypass Oude Groenlose Slinge plaatsvindt. Beneden dit traject hebben veel herinrichtingen plaatsgevonden. Dit heeft tot enige verbetering geleid. De onregelmatige waterafvoer en stagnatie in de zomer zijn beperkende factoren voor de macrofaunakwaliteit.

De Bolksbeek heeft als functie een deel van het water naar het Twentekanaal af te leiden en is als M3-getypeerd. De macrofaunakwaliteit is niet bijzonder en past bij een kanaal dat met steenstort is bekleed.

In de Barchemse Veengoot en Grote Waterleiding komen veelal soorten voor die kenmerkend zijn voor sloten (watertype M1A). Er komen soorten voor die wijzen op organische belasting/hoge voedselrijkdom. De kwaliteit van de macrofaunasamenstelling in zowel de Barchemse Veengoot als in de Grote Waterleiding voldoet in 2013 net niet aan de eisen voor M1A-watertype.

Literatuur

[007LV] Onderzoek naar de visstand, macrofyten en epifytische diatomeeën in de Oude Rijn (Rapport 2007)

[010A] Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de kaderrichtlijn water, 2015-2012 (Rapport, 2012).

[011A] Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de kaderrichtlijn water (Rapport, 2007)

[012A] Waterrapport 2008-2011 (Rapport, 2012)

[013A] Waterrapport 2011-2014 (Rapport, 2015)

[014A] KRW factsheets (formulieren waarin de kenmerken, doelen en maatregelen voor waterlichamen worden beschreven) (factsheets, 2013)

[014B] RAVON Vissenweekend 2006 Gelderland - Achterhoek (Rapport, 2007)

[015A] Factsheets waterlichamen Actualisatie waterkwaliteitsopgave Periode 2016-2021 (Factsheets, 2014)

[015B] Ecohydrologische systeemanalyse van het Leestensche Broek ter bevordering van het behoud en herstel van de natuurlijke vegetatie (Rapport, 2013)

[016A] Evaluatie van 23 jaar macrofauna-monitoring bij Waterschap Rijn en IJssel (Rapport)

[017A] Vissenatlas gelderland (Boek, 2012)

[020A] Vismigratie in de Achterhoek, Onderzoek naar vismigratie in de Schipbeek, de Groenlose Slinge en de Oude IJssel (Rapport, 2007)

[021A] Waterplanten- en vissenonderzoek in waterlichamen van Waterschap Rijn en IJssel in 2008 (Rapport, 2008)

[021B] Een duurzaam natuurgebied in de Achterhoek, een ecohydrologisch onderzoek op het Kranengoor (Rapport)

[022A] Waterplanten- en vissenonderzoek in waterlichamen van Waterschap Rijn en IJssel in 2012 (Rapport, 2012)

[023A] Visplan Rijn en IJssel, Deel 1: algemene uitwerking (Rapport, 2013)

[024A] Visplan Rijn en IJssel, Deel 2: gebiedsgerichte uitwerking in factsheets (Rapport, 2013)

[045A] Korte schets van de oecohydrologische positie van de Achterhoek en Liemers (artikel, 2007)

[031B] Gebiedsgroeprapportage Barchemse Veengoot (rapport, 1-2008)

[032B] Gebiedsgroeprapportage Berkel (rapport, 1-2008)

[033B] Gebiedsgroeprapportage Bolksbeek (rapport, 1-2008)

[034B] Gebiedsgroeprapportage Eefse Beek (rapport, 10-2007)

[035B] Gebiedsgroeprapportage Groenlose Slinge (rapport, 10-2007)

[036B] Gebiedsgroeprapportage Grote Waterleiding (rapport, 10-2007)

[037B] Gebiedsgroeprapportage Leerinkbeek (rapport, 10-2007)

[038B] Gebiedsgroeprapportage Meibeek (rapport, 10-2007)

[039B] Gebiedsgroeprapportage Ramsbeek (rapport, 10-2007)

[040B] Gebiedsgroeprapportage Ratumsebeek (rapport, 10-2007)

[041B] Gebiedsgroeprapportage Vierakkerselaak (rapport, 10-2007)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.

Websites

Waterrapport 2011-2014 op sharepoint: http://sharepoint.wrij.nl/plein/Organisatie/KA/Gedeelde%20%20documenten/Waterrapport%20definitief.pdf#search=waterrapport

http://www.wrij.nl/waterbeheerplan/