1 Samenvatting statische beschrijving beheersgebied Liemers Veluwe

Bodem, historie en landgebruik (Hoofdstuk 2)

De hooggelegen stuwwal van Montferland en de Veluwe (tot wel 90 m+NAP) zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Hiertussen zijn meters dikke lagen grove grindhoudende zandlagen afgezet door de toen nog in noordelijke richting stromende Rijn en tijdens de zandverstuivingen van de laatste ijstijd. Deze lagen komen in de Bevermeer nog aan het oppervlak. De rest van het lagergelegen gebied is later bedekt met rivierklei. Bij de Oude Rijn is de laag soms wel 6 m dik, in de Liemers slechts 1 a 2 meter. De Liemers bestaat uit hogere oeverwallen en lagere komgronden.

In de middeleeuwen is men begonnen met het aanleggen van dijken langs de Oude Rijn en de IJssel. Eerst in de buurt van nederzettingen, later zijn de stukken dijk met elkaar verbonden. Desondanks vonden er nog regelmatig overstromingen plaats ten gevolge van dijkdoorbraken. Tot 1690 was de afvoer van Oude Rijn, Nederrijn en IJssel maar klein. Na de aanleg van het Pannerdensch Kanaal in 1707 zijn de huidige gebiedsgrenzen ontstaan. Eind 18e eeuw hebben verbeteringswerken ervoor gezorgd dat de Rijn bij Lobith werd rechtgetrokken, dijken werden verstevigd en de afwatering via het Pannerdensch kanaal verbeterde. De huidige verdeling ontstond: de Waal 6/9, de Nederrijn 2/9 en de IJssel 1/9. Via de Lijmerse Overlaat (gedicht in 1852) en de Spijkse Overlaat (gedicht in 1956) liepen de Liemers en de Rijnstrangen regelmatig onder water. Ten behoeve van de afwatering werden achtereenvolgens de gemalen Liemers (1884), Bevermeer (1965) en Kandia (1969) opgeleverd. Het huidige watersysteem in de Liemers – Bevermeer is grotendeels in jaren ’60 en ’70 tot stand gekomen. Recent zijn verdeelwerken bij de Hondsbroeksche pleij (2012) en Pannerden (2014) opgeleverd om het Rijnwater beter te sturen.

Op de stuwwallen ontspringen gegraven sprengenbeken, die het water van de zuidrand van de Veluwe naar de grote rivieren afvoeren. De sprengenbeken en watermolens waren in de 17e en 18e eeuw belangrijk voor ondermeer de papiernijverheid en later voor wasserijen en fabrieken.

De Liemers, Bevermeer en Oude Rijn worden gekenmerkt door een polderlandschap, wat verder niet veel voorkomt binnen het waterschap. De Liemers bevat relatief veel stedelijk gebied terwijl er in de Oude Rijn veel natte natuur is (Natura 2000). De stuwwal van Montferland is bosrijk. Het stroomgebied van de Veluwe bevat grote oppervlakten stedelijk gebied, bos en droge natuur (Natura 2000). Langs de Veluwe, Montferland, in de Havikerwaard en in het Rijnstrangengebied zijn wateren met hoge natuurwaarde.

Tabel 1.1: Overzichtstabel beheersgebied Liemers Veluwe

1.1

Watersysteem (Hoofdstuk 3)

Het beheersgebied Liemers Veluwe ligt in het zuidwesten van het waterschap. Het ligt binnen de provincie Gelderland en de grenzen van 14 gemeenten. Het beheersgebied bevat bijna 700 km watergangen, 35 gemalen en ruim 400 stuwen om het peil te handhaven. Het gebied is op te delen in 4 gebieden:

  • De Veluwe, met hoge zandgronden, enkele (sprengen)beken en veel stedelijk water in de lager gelegen delen van Arnhem en Velp. Kenmerkend is het grote aantal kunstwerken in Arnhem en Velp.
  • Grenskanaal en Oude Rijn, met de voormalige stroomgeulen van de Rijn;
  • De Liemers met overwegend polderachtige gebieden, weteringen en relatief veel stedelijk water;
  • Bevermeer met veel vlakke gebieden, weteringen, beken en de stuwwal van Montferland in het zuidoosten.

De Liemers en Bevermeer zijn via enkele watergangen met elkaar verbonden. In beide gebieden wordt het water via een maasstructuur afgevoerd of verdeeld.

Tabel 1.2: Overzichtstabel voornaamste wateren beheersgebied Liemers Veluwe

1.2

Waterkwantiteit (Hoofdstuk 4)

Alleen voor de Oude Rijn zijn peilbesluiten genomen met een hoog winterpeil en een laag zomerpeil voor het instandhouden van de rietmoerassen van het Natura 2000 gebied “De Gelderse Poort”. Gemaal Kandia bemaalt het gebied van de Rijnstrangen bij een hoog peil op het Pannerdensch Kanaal.

Voor de meeste andere gebieden geldt een streefpeil voor de zomer en winter. Bij hoge waterstanden op de grote rivieren worden de gemalen Liemers , Bevermeer en diverse gemalen in Arnhem en Velp ingezet. Ook zijn er deepwell pompen in Duiven (voor wateraanvoer in droge periodes) en Loo (voor afvangen van rivierwaterkwel) en relatief veel kleinere gemaaltjes die kleinere (stedelijke) gebieden bemalen.

Gemiddelde debieten in de hoofdwateren zijn doorgaans < 1 m3/s. Dit is laag vergeleken met de beheersgebieden van de Oude IJssel, Schipbeek, Berkel. Piekafvoeren kunnen echter wel een factor 30 hoger liggen, zoals bij gemaal Bevermeer. Door de snelle afvoer van de beken langs de Veluwe kan dit in Arnhem leiden tot wateroverlast.

Waterveiligheid (Hoofdstuk 5)

Door de ligging van het beheersgebied naast de Rijn, het Pannerdensch kanaal en de IJssel is er in totaal 68 km primaire kering (waterkeringen langs de zee, het ijsselmeer en de grote rivieren) behorend tot dijkring (een gesloten ring van dijken die een gebied beschermd) 48. Er ligt 25 km regionale kering (waterkeringen langs regionale kanalen en rivieren), vooral in het gebied van de Oude Rijn. Het zijn overblijfselen van toen de Spijkse overlaat nog ingezet werd. Verder is er 29 km zomerkade in de uiterwaarden van de grote rivieren en 14 km overige kering, gelegen in de Bevermeer langs de Wehlse Beek en Hooge Waterleiding. In het beheersgebied zijn geen grootschalige waterbergingsgebieden aangewezen, wel diverse kleinschalige retentiegebieden. Lokaal is er soms sprake van wateroverlast, zoals in Arnhem (bij heftige neerslag) en langs de grote rivieren (als gevolg van kwel (uittredend grondwater)).

Waterkwaliteit (Hoofdstuk 6)

Binnen het beheersgebied van de Liemers Veluwe zijn 5 KRW-oppervlaktewaterlichamen vastgesteld. Het betreft de Wehlse Beek en Grenskanaal van het type ‘Langzaam stromende middenloop/benedenloop’ (R5). De Oude Rijn, Didamse Wetering en de Wijde Wetering-Zevenaarse Wetering vallen onder het type ’Gebufferde regionale kanalen’ (M3). Door menselijke aanpassingen zijn alle waterlichamen volgens de KRW ‘sterk veranderd’ of ‘kunstmatig’. De watergangen zijn gegraven, rechtgetrokken, genormaliseerd en voorzien van (peilregulerende) kunstwerken. De (sprengen)beken langs de Veluwe en bij Montferland zijn natuurlijker, maar ook deze zijn gegraven of beïnvloed door menselijk ingrijpen. Ze hebben meestal een goede chemische waterkwaliteit, snelstromend water en bijhorende bijzondere flora en fauna. De fauna in de Liemers, Bevermeer en Oude Rijn bestaat vooral uit soorten die goed gedijen bij beperkte stroming en veel waterplanten. In de Oude Rijn en Grenskanaal komen ook wel stromingsminnende soorten voor, hier is vispasseerbaarheid dan ook een doel. In het gebied van de Rijnstrangen en langs de IJssel komen veel Bevers voor. In het beheersgebied zijn ook (grote hoeveelheden) exoten (niet inheemse planten en dieren) aangetroffen zoals rode Amerikaanse rivierkreeft en zonnebaars. De aanwezigheid van exotische waterplanten in de Wehlse Beek en Didamse Wetering zorgen momenteel voor veel extra onderhoudswerk.

Fosfaatgehalten vormen geen knelpunt, wel zijn er hoge stikstof- en ammoniumgehalten waargenomen in de Wehlse Beek, Didamse Wetering en het Grenskanaal. Sulfaat is net als op veel andere plaatsen binnen WRIJ (Waterschap Rijn en IJssel) in veel watergangen te hoog.

Grondwater (Hoofdstuk 7)

Het beheersgebied Liemers Veluwe kent een aantal relatief droge gebieden zoals de Veluwe, Montferland, Rijnstrangen en hogere delen van de Bevermeer en oeverwal van de Liemers. Vooral de komgronden van de Liemers, de lagere delen tussen de Veluwe en de IJssel en de gebieden langs de grotere watergangen van de Bevermeer zijn natter. Bij extreem hoog of laag rivierpeil staan delen van het gebied via kwel en wegzijging onder invloed van de rivieren. De Veluwe en Montferland zijn grote infiltratiegebieden met diepe, grofzandige bodems met diepe watervoerende pakketten. Hier wordt op 5 plaatsen drinkwater gewonnen waarvan de grootste bij Arnhem bijna 10 miljoen m3/j oplevert. Naast de drinkwateronttrekkingen zijn er industriële onttrekkingen, bronbemalingen en onttrekkingen voor beregening.

Maatschappelijke functies (Hoofdstuk 8)

In het beheersgebied van de Liemers Veluwe zijn veel cultuur historische objecten te vinden, zoals, forten, kastelen, gebouwen en oude watermolens. Sommige water gerelateerde bouwwerken zijn WRIJ watererfgoed. De meeste liggen langs de Veluwe in of bij Arnhem en Velp en in het gebied van de Rijnstrangen. Er is geen (beroeps)scheepvaart of georganiseerde kanovaart op de regionale wateren in het beheersgebied. Wel zijn er allerlei andere vormen van recreatie langs het water en in het beheersgebied en zijn 2 officiële zwemplassen.

Beheer en Onderhoud (Hoofdstuk 9)

Langs een klein deel van de watergangen in het beheersgebied van Liemers Veluwe liggen onderhoudspaden, eigendom van WRIJ. Vooral langs de Oude Rijn en enkele in de Bevermeer. Bij het merendeel van de watergangen wordt de toegang voor het onderhoud gekregen op basis van de keur (de basisverordening van het waterschap). Er is relatief veel smalspoor en meestal aan beide zijden van het water. Al het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de werkprotocollen en onderhoudspakketten zoals vermeld in de veldgids. Het beoogde onderhoud per watergang is vastgelegd in de maaikalender.


Kaart 3.1 Watersysteem beheersgebied Liemers Veluwe