5 Waterveiligheid en -overlast

Waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast zijn belangrijke taken van het waterschap. De waterveiligheid en de kans op inundatie (overstroming van gebieden) wordt traditioneel uitgedrukt in hoogwatersituaties die eens in de zoveel jaar voorkomen. Ten aanzien van waterveiligheid bij grote rivieren wordt er gewerkt aan nieuwe normen. Deze zijn gebaseerd op het risico dat het bezwijken van een bepaalde dijk met zich meebrengt.

Waterveiligheid

Ten behoeve van waterveiligheid zijn primaire en regionale keringen en zomerkades aangelegd langs de Rijn (Nederland en Duitsland), IJssel en de monding van sommige zijtakken. Voor primaire en regionale keringen zijn landelijke normen vastgesteld. Hiernaast zijn er zomerkades in de uiterwaarden van de grote rivieren en kades ofwel overige keringen. Van deze laatste categorie zijn er maar weinig in het beheersgebied van de Liemers-Veluwe (zie kaart 5.1).

Kaart 5.1: Keringen, kades, waterberging (vasthouden van water in bergingsgebieden) en hoge grond in beheersgebied Liemers Veluwe

Primaire keringen langs de grote rivieren

Er ligt 68 km primaire kering (waterkeringen langs de zee, het ijsselmeer en de grote rivieren) in het beheersgebied van Liemers – Veluwe (kaart 5.1). Primaire keringen, ofwel de keringen langs de grote rivieren worden ontworpen op een waterstand die eens per 1250 jaar voorkomt. Als gevolg van de deltabeslissing Waterveiligheid (onderdeel van het Deltaprogramma (waterprogramma van het Rijk om Nederland voor te bereiden op de klimaatwijzigingen) 2015) zal er in de toekomst worden gewerkt met risico-afhankelijke normen. Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen.

  • Primaire waterkeringen langs de Rijn en het Pannerdensch kanaal beschermen de stroomgebieden van de Oude Rijn, de Liemers en de Bevermeer tegen hoog water op deze grote rivieren. Ze behoren tot dijkkring 48 en zijn een belangrijk onderdeel van het watersysteem in het gebied. Aan de zuidoostkant (bij de stuwwal van Montferland) en aan oostkant (aan grens met het stroomgebied Oude IJssel) zijn geen keringen, hier wordt de dijkring (een gesloten ring van dijken die een gebied beschermd) gesloten met hoge gronden.
  • Het gebied van Arnhem tot Rheden wordt beschermd door de primaire keringen langs de Nederrijn en IJssel behorend tot dijkring 47. Natuurlijke hoogtes tussen Rheden en Dieren zorgen hier voor de bescherming van het achterland.

Tabel 5.1 Keringen en kades in beheersgebied Liemers Veluwe

5.1

Zomerkades en verdeelwerken in uiterwaarden van de grote rivieren

Op sommige plaatsen liggen zomerkades in buitendijkse gebieden van de IJssel, het Pannerdensch kanaal en de Rijn, in totaal 29 km. Deze voorkomen een te frequente inundatie van (delen van) uiterwaarden:

  • Koppenwaard, Loowaard en de veerweg bij Giesbeek zijn buitendijkse gebieden langs de IJssel en Pannerdensch kanaal. Ze worden beschermd door een zomerkade en inunderen (overstromen van gebieden) bij hoog water.
  • Lobberdense waard en Geitenwaard zijn buitendijkse gebieden langs de Rijn bij Pannerden, ze worden beschermd door een zomerkade en inunderen bij hoog water. In 2014 is het Regelwerk Pannerden opgeleverd. Het zorgt bij grote Rijnafvoeren voor een goede verdeling van Rijnwater naar het Pannerdensch kanaal en de Waal.
  • De Havikerwaard wordt omringd door een zomerkade. Bij hoge IJsselstanden functioneert dit gebied als uiterwaard, het gebied stroomt dan vol van noordoost naar zuid.
  • In 2012 is de Hondsbroeksche Pleij bij de splitsing van de IJssel en de Nederrijn ter hoogte Westervoort aangepast. Bij hoge waterstanden kan het water beter verdeeld worden tussen de IJssel en de Nederrijn.

Regionale keringen

De regionale keringen hebben een minder hoog veiligheidsniveau dan primaire keringen. Het veiligheidsniveau is afhankelijk van hun belang en risico bij overstromingen. Er ligt 25 km regionale keringen in het beheersgebied van Liemers Veluwe.

  • Aan beide zijden van de Oude Rijn ligt een regionale kering (waterkeringen langs regionale kanalen en rivieren). Het zijn een overblijfselen van de Spijkse overlaat (zie historie). In de huidige situatie hebben de keringen geen waterkerende functie. Men wil de huidige situatie handhaven om wellicht in de toekomst het Rijnstrangengebied opnieuw te kunnen gebruiken als hoogwaterafvoer van Rijnwater. Voor de keringen geld geen specifieke hoogwaternorm, het huidige profiel van de keringen dient te worden gehandhaafd. Ten behoeve van de eventuele toekomstige hoogwaterafvoer zijn wel veel aanpassingen nodig in het gebied en aan het watersysteem, onder andere bij Spijk en gemaal Kandia.
  • Buitendijks bij Tolkamer ligt het stedelijk gebiedje van Tuindorp. Het is omgeven door de gelijknamige regionale kering.
  • Er zijn geen regionale keringen bij de Veluwe.

Kades & regionaal watersysteem

Het regionale watersysteem, al dan niet voorzien van kades, dient te voldoen aan bepaalde, door de provincie vastgestelde normen voor wateroverlast. Om dit te realiseren is het watersysteem voldoende ruim gedimensioneerd en waar nodig voorzien van kades. In het beheersgebied van de Liemers Veluwe ligt 14 km kade (exclusief zomerkades).

Door de provincie is vastgesteld dat landelijk gebied (zijnde niet bebouwde kom) eens per 10 jaar mag inunderen. Voor het stedelijk gebied (bebouwde kom) is een inundatiefrequentie van eens per 100 jaar vastgesteld. Door ontwikkelingen in het verleden is het watersysteem vaak veiliger aangelegd. Op veel plaatsen binnen het waterschap is het watersysteem ook in landelijk gebied aangelegd met een inundatiefrequentie van 1:100.

De gehele lengte van 14 km kades in het beheersgebiedbeheersgebied van de Liemers Veluwe is te vinden langs de Hooge Leiding en Wehlse Beek. De kades beschermen de noordelijk delen van de Bevermeer tegen hoog water dat kan optreden bij hoge IJsselstanden in combinatie met grote afvoeren van de watergangen in het gebied. De kades zijn ontworpen op een waterpeil van 10.8 m+NAP. De watergang heeft een legger (kaart met watergangen, afmetingen en onderhoudsafspraken die hoort bij de keur) profieltype 6 (zie figuur 5.1).

f5.1

Figuur 5.1: De Wehlse beek en Hoge Leiding hebben leggerprofieltype 6.

Wateroverlast

Op sommige plaatsen binnen het waterschap is ervoor gekozen om wateroverlast te voorkomen door water op te vangen in waterbergingsgebieden. Echter In het beheersgebied Liemers Veluwe zijn geen grootschalige waterbergingsgebieden aangewezen, wel diverse kleinschalige retentiegebieden. Het gebied van de Rijnstrangen is geen waterbergingsgebied.

Liemers

De Liemers is, vooral door de geringe hoogteverschillen en veel stedelijk water, gevoelig voor wateroverlast. In de winter kan bij hevige neerslag en hoge rivierwaterstanden het water moeilijk afgevoerd worden uit het gebied. Door het grote aandeel verhard oppervlak en geringe berging moet het water in het stedelijke gebied snel worden afgevoerd om wateroverlast te voorkomen. Wateroverlast bij piekafvoeren komt veelal voor in combinatie met kwel (uittredend grondwater) van hoge rivierstanden. In de zomer treedt er in het stedelijk gebied vaak afvoerloosheid of droogval van watergangen op en hieraan gerelateerde waterkwaliteitsproblemen.

Bevermeer

In de Bevermeer zijn geen gebieden met noemenswaardige wateroverlast. Wel zijn er enkele plaatsen met voor natte omstandigheden, zoals:

  • Rondom het Montferland waar lokale kwel van invloed is (zie kwel en wegzijging)
  • In het laaggelegen noorden bij gemaal Bevermeer.

Veluwe

De grondwatergevoede sprengenbeken van de Veluwe kennen een redelijk constante afvoer. Bij hevige neerslag is het laag gelegen stedelijk gebied erg gevoelig voor wateroverlast door de snelle afvoer van regenwater. Dit heeft te maken met de grote delen verhard oppervlak en de steile terrasrand. In de poldergebieden speelt rivierkwel bij hoge IJsselstanden een rol.

Oude Rijn

De waterhuishouding van het Rijnstrangengebied wordt grotendeels beïnvloed door het gedrag van de grote rivieren. Bij hoge rivierwaterstanden treedt er kwel vanuit de rivieren op. De stuwwal van Montferland zorgt voor een continue kweldruk (zie kwel en wegzijging). Met behulp van gemaal Kandia en de kleinere poldergemalen kan het peil in het gebied goed beheerst worden. Er treedt dan ook nauwelijks wateroverlast op.

Ten aanzien van hoogwatersituaties zijn er afspraken gemaakt met de Duitse waterbeheerder: Deichverband Bislich Landesgrenze. Contactgegevens en andere informatie betreffende grensoverschrijdende hoogwaterbescherming zijn vastgelegd in de rapportage Grensoverschrijdende hoogwaterbescherming (zie ook draaiboek wateroverlast). In het beheersgebied Liemers Veluwe zijn geen hoogwater alarmpeilen vastgesteld.

Literatuur

[002LV] Draaiboek: Watertekort Stroomgebied Liemers/Veluwe (Rapport 2014)

[003LV] Draaiboek: Wateroverlast Stroomgebied Liemers/Veluwe (Rapport 2014)

[006A] De wateropgave voor Waterschap Rijn en IJssel (Rapport, 2002)

[007A] Regionale waterkeringen RenIJssel deel 1 (Kaart, 2000)

[009A] Toetingsresultaat landelijke normen regionale wateroverlast concept (Kaart, 2007)

[036A] Dwarsprofielen volgens de keur (de basisverordening van het waterschap) (Tekeningen, 2012)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.