Peilbeheer

Oude Rijn

Tot 1959 functioneerde de Spijkse Overlaat. Bij hoog water op de Rijn werd het Rijnstrangengebied als inundatie (overstroming van gebieden)- en stroomgebied gebruikt (zie historie). Nu heeft de Oude Rijn een min of meer constant peil, alwaar peilwisselingen alleen nodig zijn voor het instandhouden van de rietmoerassen. De Oude Rijn is de hoofdader van Rijnstrangengebied. Het peilbeheer is mede afgestemd op de natuur in het Natura 2000 gebied “De Gelderse Poort” (zie natuur). Het binnendijkse gebied bestaat uit vier peilgebieden (zie kaart 4.1 en tabel 4.2). Het waterpeil in deze gebieden wordt door middel van diverse stuwen en gemaaltjes geregeld. In de zomersituatie vallen sommige waterlopen in het gebied droog.

Tabel 4.2 Peilbesluit Rijnstrangen (2007)

4.1

peil Kaart 4.1 Peilbesluiten in stroomgebied van de Oude Rijn

Gemaal Kandia bemaalt het gebied van de Rijnstrangen bij een hoog peil op het Pannerdensch Kanaal (zie tabel 4.2), bij laag peil kan er water worden ingelaten:

  • 1 okt - 15 mrt: bij opkomende rivierwaterstanden op het Pannerdensch Kanaal kan via Gemaal Kandia water ingelaten worden op de Oude Rijn tot een peil van 10.60 m + NAP. Bij een peil van 10.70 m + NAP op de Oude Rijn treedt het gemaal in werking.
  • 15 mrt -1 okt: bij opkomende rivierwaterstanden op het Pannerdensch Kanaal kan via Gemaal Kandia water ingelaten worden op de Oude Rijn tot een peil van 10.30 m + NAP. Bij een peil van 10.40 m + NAP op de Oude Rijn treedt het gemaal in werking. (Waterdata WRIJ)

Liemers

Binnen de Liemers zijn geen peilbesluiten. Bij laag laag rivierpeil watert het gebied onder vrij verval af op de IJssel. Voor de meeste watergangen geldt een streefpeil voor de zomer en winter. Met stuwen wordt het water vastgehouden en gestuurd Bij hoge IJsselstanden wordt het peil als volgt gereguleerd:

  • De Wijde Wetering en Zevenaarse Wetering wateren af op de IJssel (tot 7.6 m+ onder vrij verval). Bij een hoog IJsselpeil gaat dit via Gemaal Liemers.
  • Gemaal Liemers heeft een bemalingsgebied van ongeveer 6672 ha en treedt in werking bij een IJssel stand van 7,50 m+NAP.

De Liemers heeft daarnaast enkele andere gemalen, meestal kleinere gemalen in stedelijk gebied (zie tabel 4.1 en kaart 3.1). In Duiven en Loo zijn deepwell pompen aanwezig. In Duiven worden ze gebruikt om bij droogte het stedelijk gebied van water te voorzien en te doorspoelen. Bij Loo zijn ze nodig om kwel (uittredend grondwater) af te vangen en daarmee de stabiliteit van de primaire keringen te borgen.

Bevermeer

Binnen de Bevermeer zijn geen peilbesluiten. Bij laag laag rivierpeil watert het gebied onder vrij verval af op de IJssel. Voor meeste watergangen geldt een streefpeil voor de zomer en winter. Met stuwen wordt het water vastgehouden en gestuurd. Bij hoge IJsselstanden wordt het peil als volgt gereguleerd:

  • De Didamse Wetering watert af op het Broekhuizerwater. Tot een stand van 7.6 m + NAP (streefpeil Didamse Wetering) is vrije lozing mogelijk. Bij een hoger peil wordt het water via gemaal Bevermeer geloosd.
  • De Hoge Leiding ontvangt ondermeer water van de Didamse Leigraaf en de Wehlse Beek en loost tot een peil van 10,0 m+NAP onder vrij verval op het Broekhuizerwater. Bij een hoger peil wordt de stuwschuif gesloten en loost de Hoge Leiding niet langer direct op de Broekhuizerwater. Via een afsluitbare duiker wordt het water naar de maalkom van het gemaal Bevermeer geleid. Bij een hoger peil in de Hoge Leiding kan het water over de kade lopen naar de Didamse Wetering. In beide gevallen zal het water vervolgens via gemaal Bevermeer naar het Broekhuizerwater worden gepompt.
  • Het Broekhuizerwater stroomt na stuw Broekhuizerwater bij sluis Doesburg uit in de IJssel. De stuw houdt het peil in het Broekhuizerwater op 7.50 m+NAP (mits het IJsselpeil niet hoger is).

In de Bevermeer is er naast gemaal Bevermeer ook een gemaal in Didam, namelijk Gemaal De Heegh. Dit gemaal pompt het overtollige water uit het stedelijk gebied van Didam. Bij watertekort wordt er net als in Duiven water via een Deepwell opgepompt.

Tabel 4.1 Gemalen in het beheersgebied Liemers Veluwe

4.2

Veluwe

Stroomgebied Veluwe heeft geen peilbesluiten en watert bij laag rivierpeil onder vrij verval af op de Nederrijn en IJssel. Door het grote verhang in de sprengenbeken zijn hier veel stuwen. In tegenstelling tot veel in landelijk gebied gelegen watergangen wordt er in dit stedelijke gebied het jaar rond een uniform streefpeil gehandhaafd.

  • Gemalen Velperwaarden, Broekgemaal, De Laak en Lauwersgracht zorgen voor de bemaling van het gebied bij hoge rivierstanden (zie tabel 4.1).
  • Het gemaal Dunoweg is een onderbemaling. Het bemaalt het gebied van Arnhem naar Velp, vanwaar het water via Gemaal Velperwaarden naar de IJssel wordt geloosd.
  • Het gebied tussen Rheden en Dieren stroomt bij alle omstandigheden onder vrij verval richting de IJssel.
  • Bij een peil van ongeveer 10 m + NAP begint de inundatie van de Havikerwaard van noordoost naar zuid. Benedenstrooms van de Lamme IJssel ligt een stuw met duiker en terugslagklep zodat bij een verhoogd IJsselpeil de Havikerwaard niet direct onder kan lopen via deze duiker.
  • Het noordelijke deel van Dieren en de Slijpbeek wateren onder vrij verval af richting het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe, het betreft relatief kleine gebieden.

Literatuur

[004LV] Peilbesluitenkaart GGOR (gewenst grond- en oppervlaktewaterregiem) Rijnstrangen (kaart)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten