Bevermeer

Bevermeer ligt oostelijk van de Liemers en heeft een oppervlakte van ongeveer 11.750 ha. De afwatering in het gebied loopt grofweg in noordelijke richting; van de hoger gelegen stuwwal via de de Didamse Wetering, Didamse Leigraaf en de Wehlse Beek en de Hoge Leiding richting gemaal Bevermeer. Hier komt al het water uit de Bevermeer samen. De afvoer gebeurt doorgaans onder vrij verval. Bij hoge rivierwaterstanden wordt gemaal Bevermeer ingezet (zie peilbeheer). Het Broekhuizerwater vormt de verbinding tussen de Bevermeer en de IJssel. Ook zijn er enkele verbinding mogelijk tussen de Bevermeer en de Liemers.

De watergangen zijn voor het merendeel genormaliseerd. De bovenlopen zijn relatief smal en ongeveer een meter diep. Dichter bij het gemaal Bevermeer worden de watergangen breder en neemt de diepte toe. De 2 km lange Broekhuizerwater is ruim 20 meter breed en wel 5 meter diep Het verhang van de watergangen (waaronder veel weteringen) is over het algemeen beperkt, < 0.3 ‰. Alleen de Didamse Leigraaf, die zijn oorsprong heeft op de flanken van de stuwwal van Montferland, overbrugt een groter hoogteverschil (0.82‰).

Stedelijk water

De relatief hoog gelegen plaatsen Wehl en Didam bevatten weinig oppervlakte water. RWZI (rioolwaterzuivering) Wehl loost via een 1.5km lange watergang op de Wehlse beek.

Literatuur

[004A] Gij beken eeuwig vloeiend; Water in de streek van Rijn en IJssel’ (Boek, 2000).

[006LV] Detailkaart watersysteem Liemers Veluwe, bijlage 3 Calamiteitenbestrijdingsplan wateroverlast en watertekort) (Kaart, 2013)

[013LV] Plangebied Land van Wehl, archeologisch vooronderzoek (Rapport 2007)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.