1 Samenvatting systeembeschrijving beheersgebied Oude IJssel

Historie en landgebruik (Hoofdstuk 2)

Helemaal in het westen van het beheersgebied ligt het hogere “Oost-Nederlands plateau”. Hier dagzomen zeer oude bodemlagen. De oppervlakkige bodem in de rest van het beheersgebied is later gevormd tijdens, tussen en na de laatste ijstijden. Belangrijke processen uit deze periode waren:

  • De vorming van de stuwwallen (zoals die van Montferland), het afzetten van keileem op het Oost Nederlands plateau en de vorming van smeltwatergeulen.
  • Het ontstaan van de Rijn en het afzetten van meters dikke zand en grindpakketten na de voorlaatste ijstijd.
  • Ontstaan van dekzanden tijdens zandverstuivingen door (wind) erosie tijdens de laatste ijstijd
  • Verlegging van de Rijn naar een meer westelijke stroomrichting en het ontstaan van de Oude IJssel.

De huidige bodemopbouw is grofweg op te delen in een oostelijk deel met ondermeer veen- en keileemgronden, het centrale deel met veel zandvaaggronden en de westelijke rivierkleigronden. De bodemhoogte neemt af van oost naar west.

De Oude IJssel kent een rijke historie, maar was tot in de 19e eeuw nog een meanderende ‘natuurlijke’ rivier. Pas (Programmatische Aanpak Stikstof) rond 1900 werd de rivier ingrijpend veranderd voor de bevaarbaarheid en waterafvoer. Het gebied had namelijk regelmatig te maken met inundaties. De werken tot de jaren ‘40 hadden maar beperkt effect. Hierna werd de overlast sterk teruggedrongen en werd grootschaliger beroepsscheepvaart mogelijk. De Bielheimerbeek / Boven Slinge is van oudsher een belangrijke beek in het beheersgebied. De Boven Slinge stond vroeger in verbinding met de Groenlose Slinge en is in de late middeleeuwen aangetakt aan de Bielheimerbeek.

Bij hoge Rijnstanden stroomde er vroeger water via de Spijkse overlaat bij Lobith naar het Waalse water en de Oude IJssel. Dit is nu niet meer het geval. In 1959 werd de Spijkse overlaat gesloten. De invloed van de rivieren is nog wel terug te zien in het rivierenlandschap met oude kernen op de hoge oeverwallen en lagergelegen weilanden. In het oosten zijn landschappen met essen, enken, houtwallen, beboste zandgronden en moerasgebieden ontstaan en soms ook weer verdwenen als gevolg van agrarische opschaling en (moeras)ontginningen. Het korenburgerveen, Bekendelle en het Wooldse veen zijn als natuurgebieden behouden gebleven. Ook zijn er diverse beken met hoge natuurwaarden.

Tabel 1.1: Overzichtstabel beheersgebied Oude IJssel

1.1

Watersysteem (Hoofdstuk 3)

Het beheersgebied van de Oude IJssel ligt voor een derde in Nederland en is 36.300 ha. groot. Het ligt hoofdzakelijk in de gemeenten Aalten, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oude IJsselstreek en Winterswijk. Het stroomgebied is trechtervormig, breed in Duitsland en zeer smal (<500m) in het westen tussen Doetinchem en Doesburg. De Oude IJssel, Aastrang en Boven Slinge zijn de voornaamste (grensoverschrijdende) watergangen. In Duitsland heten ze respectievelijk Issel, Bocholter Aa en Schlinge. In totaal is de Oude IJssel ongeveer 75 kilometer lang, hiervan ligt 36 km in Nederland. Het Nederlandse deel van de Boven Slinge en Bielheimerbeek is ruim 40 km lang. De Aastrang ligt voor het grootse deel in Duitsland (50 km). De andere beken zijn beduidend korter.

De Oude IJssel ontvangt water van achtereenvolgens de Aastrang (incl. Keizersbeek), de Bergerslagbeek, de Bielheimerbeek (benedenloop van de Boven Slinge) en het Waalse Water. De Oude IJssel zelf is tot Ulft vrij diep in verband met de scheepvaart. In het beheersgebied ligt ruim 900 km watergang. Het zijn voornamelijk gegraven sloten of rechtgetrokken beeklopen. Van de grotere waterlopen hebben alleen de Boven Slinge en de benedenloop van het Waalse water nog een ‘natuurlijk’ karakter.

Tabel 1.2: Overzichtstabel voornaamste wateren beheersgebied Oude IJssel

1.2

Waterkwantiteit (Hoofdstuk 4)

Voor de Oude IJssel en Aastrang zijn peilbesluiten vastgesteld. Ten behoeve van de scheepvaart zijn er maar 4 peilvakken. In het resterende deel van het beheersgebied gelden streefpeilen. Door de zandige ondergrond heeft vooral het centrale deel tijdens droge zomers te maken met droogval van (kleinere) watergangen. Ook kan de scheepvaart bij droogte beperkt gebruik maken van de sluis te Doesburg.

Het Duitse deel van stroomgebied Oude IJssel heeft een aanzienlijke bufferende werking waardoor de afvoerpiek wordt afgevlakt. De Aastrang reageert veel sneller op heftige neerslag. Bij De Pol en in Doesburg zijn debieten van 10 m3/s normaal. Piekafvoeren kunnen een factor 10 hoger liggen. Bij grote afvoer op de Boven Slinge kan in het reductiereservoir bij Bredevoort ruim 1 miljoen m3 water wordt opgevangen. Dit is nodig om inundaties in Aalten te voorkomen.

Waterveiligheid (Hoofdstuk 5)

De Achterhoek heeft een uitgebreide geschiedenis als het gaat om wateroverlast. Het watersysteem is nu zo ingericht dat overlast zich nauwelijks meer voordoet. Er ligt ongeveer 20 km aan primaire waterkering langs de IJssel en Oude IJssel tot Doetinchem. Het buitendijkse gebied inundeert bij hoge waterstanden op de IJssel en/of grote afvoeren op de Oude IJssel. Er ligt ongeveer 50 km overige keringen (kades) langs delen van de Oude IJssel, Aastrang, Bielheimerbeek en Boven Slinge.

Waterkwaliteit (Hoofdstuk 6)

Binnen het beheersgebied van de Oude IJssel zijn 6 KRW-oppervlaktewaterlichamen vastgesteld. Het betreft 5 beken van het type ‘Langzaam stromende middenloop/benedenloop’ (R5). Alleen de Oude IJssel / Aastrang wordt gezien als een ‘langzaam stromend riviertje’ (R6). Door menselijke aanpassingen zijn alle waterlichamen volgens de KRW ‘sterk veranderd’. Desondanks heeft de Boven Slinge zijn natuurlijke karakter voor een groot deel behouden. De Oude IJssel vormt de verbinding tussen de bovenstroomse beken en de IJssel. De ecologische doelstellingen voor de Oude IJssel worden (mede) beperkt door de (beroeps)scheepvaart.

De levensgemeenschap in de oude IJssel en de meeste andere beken bestaat uit soorten die indicatief zijn voor langzaam stromende of stilstaande wateren. Langs de Oude IJssel en het benedenstroomse deel van de Bielheimerbeek komen sinds enkele jaren otters voor. In bovenstrooms watergangen komt (bijzondere) stromingsminnende macrofauna (de in het water levende diertjes zoals insecten, bloedzuigers en slakken) voor. De Boven Slinge herbergt ook stromingsminnende vis.

Over het algemeen geldt dat de chemische waterkwaliteit in de waterlichamen redelijk op orde is en verder verbetert. In het oosten zijn stikstofconcentraties hoog door oppervlakkige afspoeling van landbouwgrond. De 4 RWZI (rioolwaterzuivering)’s dragen aanzienlijk bij aan verhoogde ammonium- en fosfaatgehalten. De landbouw is een veroorzakervan hoge sulfaat- en fosfaatgehalten. Ook zijn PAK (poly aromatische koolwaterstoffen, vaak kankerverwekkende teerachtige producten)’s en zink op sommige plaatsen in verhoogde concentraties aanwezig.

Grondwater (Hoofdstuk 7)

Naast allerlei lokale grondwaterstromingen, kwel (uittredend grondwater) en wegzijging is er over het algemeen een grondwaterstroming vanuit het zuidoosten naar de IJssel in het westen. Het beheersgebied Oude IJssel kent vooral relatief droge omstandigheden. Het Korenburgerveen is nat omdat het water niet wegzijgt vanwege ondoorlatende lagen in de ondergrond . In veel andere gevallen komen de natte gebieden overeen met de kwelgebieden, zoals:

  • Tussen Varsseveld, Dinxperlo en Aalten (Boven Slinge, Bergerslagbeek en Keizersbeek).
  • In het rivierengebied en de beekdalen in het oosten worden (lagere) natte gebieden afgewisseld met hogere droge delen.

Er zijn enkele grotere industriële grondwateronttrekkingen en op vier plaatsen wordt drinkwater opgepompt. De twee drinkwateronttrekkingen van Montferland vallen net buiten het beheersgebied.

Maatschappelijke functies (Hoofdstuk 8)

In het beheersgebied van de Oude IJssel zijn veel cultuur historische objecten te vinden zoals landgoederen, kastelen, gebouwen en oude watermolens. Sommige water gerelateerde bouwwerken zijn WRIJ (Waterschap Rijn en IJssel) watererfgoed. De meeste liggen langs de Oude IJssel en de Boven Slinge / Bielheimerbeek.

Op de Oude IJssel vindt al eeuwenlang beroepsvaart plaats. In de 18e en 19e eeuw maakte de ijzerindustrie gebruik van de Oude IJssel. Nu wordt er voornamelijk kunstmest, zand, grind en veevoeder naar Doetinchem getransporteerd. Tot de stuw bij Ulft is de Oude IJssel toegankelijk voor recreatievaart. Er zijn diverse sluizen en ophaalbruggen om (beroeps)scheepvaart mogelijk te maken. Ook kan er worden gevaren met kano’s op het gehele traject van de Oude IJssel en de Aastrang. Verder zijn er allerlei andere vormen van recreatie langs het water en zijn er 7 officiële zwemplassen.

Beheer en Onderhoud (Hoofdstuk 9)

Langs tweederde van de watergangen in het beheersgebied van de Oude IJssel liggen onderhoudspaden op eigendom van het waterschap. In de gebieden tussen Varsseveld en Doetinchem en onder Winterswijk zijn veel watergangen waar toegang wordt gekregen via de keur (de basisverordening van het waterschap). Opmerkelijk is de hoeveelheid onderhoudspaden met een breedte van 1m. Vroeger werd hier gebruik gemaakt van specifiek onderhoudsmaterieel: ‘de Berkenheger’. Inmiddels is men overgestapt op standaard materieel en wordt er oogstdervingsvergoeding uitgekeerd aan boeren om een bredere onderhoudsstrook te mogen gebruiken. Al het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de werkprotocollen en onderhoudspakketten zoals vermeld in de veldgids. Het beoogde onderhoud per watergang is vastgelegd in de maaikalender.


Kaart 3.1 Watersysteem beheersgebied Oude IJssel