5 Waterveiligheid en -overlast

De Achterhoek heeft een uitgebreide geschiedenis als het gaat om wateroverlast (zie historie). Het watersysteem is nu zo ingericht dat overlast zich nauwelijks meer voordoet. Keringen en kades beschermen het gebied tegen hoog water in de grote rivieren, beken zijn voorzien van kades en profielen zijn ruim gedimensioneerd.

Keringen en kades

De veiligheid van kades en keringen wordt uitgedrukt in een hoogwatersituatie die ze aan moeten kunnen. Primaire keringen, ofwel de keringen langs de grote rivieren zijn bestand tegen een peil dat eens per 1250 jaar voorkomt (zie kaart 5.1). De primaire kering langs de IJssel behoort tot dijkring 51 en loopt door langs het Pannerdensch kanaal en de Rijn. De Oude IJssel is van Doetinchem tot Doesburg ook bedijkt met primaire keringen die behoren bij deze dijkring. Deze kering is nodig omdat hoge IJsselpeilen tot in Doetinchem kunnen leiden tot peilverhoging, vooral in combinatie met hogere afvoeren in de Oude IJssel.

Tabel 5.1 Keringen en kades in beheersgebied Oude IJssel

5.1

Tussen Doesburg en Laag Keppel zijn er in het buitendijkse gebied van deze primaire keringen ook zomerkades aangelegd. Deze beschermen uiterwaarden tegen geringe peilstijgingen. Regionale keringen komen niet voor binnen het beheersgebied Oude IJssel. Verspreid over het beheersgebied komen ook kades voor, zoals bij:

  • Oude IJssel bij Gaanderen;
  • Oude IJssel bij Gendringen en Bovenstroomse deel Aastrang;
  • Oude IJssel bij het Walfort / grens;
  • Benedenstroomse deel Aastrang en Boven Slinge.

In Beheer en Onderhoud is meer informatie over dwarsprofielen opgenomen.

type 6

Figuur 5.1: Boven Slinge en Aastrang hebben voor een groot deel leggerprofieltype 6.

De kades zijn aangelegd op plaatsen waar de beken relatief hoog liggen ten opzichte van het omliggende land (zie ook hoogte) of die in het verleden voor overlast hebben gezorgd. De kades moeten formeel, net als de rest van het watersysteem, omstandigheden aankunnen die eens per 10 jaar voorkomen in landelijk gebied. Voor stedelijk gebied geldt een norm van eens per 100 jaar. Bij veel grotere watergangen zijn kades aangelegd, zoals langs Oude IJssel, Berkel, Schipbeek, etc. Vanwege de overlast die deze watergangen in het verleden veroorzaakten zijn ze zo gedimensioneerd dat ze een veel hogere inundatiefrequentie hebben, bijvoorbeeld eens in de honderd jaar. Op veel plaatsen zijn kades nodig om dit te realiseren, zo ook in het beheersgebied van de Oude IJssel (zie kaart 5.1).

Kaart 5.1: Keringen, kades, waterberging en hoge grond in beheersgebied Oude IJssel

Waterberging

Bij Bredevoort is een reductiereservoir aangelegd van 76 ha. Bij grote aanvoer vanuit de Boven Slinge wordt hier water opgevangen alvorens het bij lagere afvoeren via de Schaarsbeek en de Boven Slinge af te voeren. In het reductiereservoir kan ruim 1 miljoen m3 water worden opgevangen. De overstromingskans is eens per 10 jaar in de winter en incidenteel in de zomer. Via zakelijk recht is geregeld dat overstroming in de winter wordt toegestaan. (Landbouw)schade in de zomer moet vergoed worden. Het reductiereservoir Bredevoort is onder andere gebruikt in januari 2011. Destijds is ongeveer 250.000 m3 water geborgen in het reservoir, ongeveer 20% van de totale bergingscapaciteit. De laatste keer dat er zo veel water is ingelopen was in januari 2003.

Achter het reductiereservoir ligt een gebied waar bij noodgevallen nog een miljoen m3 geborgen kan worden. Hiervoor is geen zakelijk recht vastgesteld. Formeel is er ook niet vastgesteld als waterbergingsgebied. Bij lagere waterstanden wordt het water via de Schaarsbeek terug naar de Boven Slinge geleid.

Tussen Doetinchem en Doesburg is 606 hectare buitendijks gebied gekenmerkt als waterberging. Deze ‘meelopende berging ‘ mag inunderen bij hoog water, niet alleen als gevolg van grote debieten op de Oude IJssel maar ook als gevolg van hoog water op de IJssel. Ten westen van Gendringen ligt het Azewijnse broek. Deze zandwinning is zo ingericht dat er water geborgen kan worden. Dit speelt bij hoge standen in de Vethuizense Reefsewetering.

Wateroverlast

De grootste absolute debieten zijn in de winter. Door de verhoogde grondwaterstanden kan hevige en aanhoudende neerslag leiden tot ‘extreme’ afvoeren. Zeer intensieve (na)zomerse buien kunnen lokaal leiden tot verhoogde afvoer en mogelijk overlast in stedelijk gebied of plaatsen waar de bodem weinig water opneemt. Deze verhoogde afvoer neemt dan weer vrij snel af als het stopt met regenen. Mede door de keringen en kades in het gebied zijn er geen locaties waar wateroverlast een noemenswaardig probleem is. In lagere gebieden zoals in het (voormalige) rivierdal van de Oude IJssel is er beperkt risico op wateroverlast, zoals bij het bedrijventerrein op De Huet in Doetinchem. Als er in het beheersgebied wateroverlast voorkomt, dan is de oorzaak te herleiden tot extreme omstandigheden of een calamiteit.

Ten aanzien van hoogwatersituaties zijn er afspraken gemaakt met de Duitse waterbeheerder: Deichverband Bislich Landesgrenze. Contactgegevens van Duitse waterbeheerders zijn vastgelegd in de rapportage Grensoverschrijdende hoogwaterbescherming (zie ook draaiboek wateroverlast). Hierin zijn ook hoogwater alarmpeilen vastgesteld op enkele plaatsen in Duitsland en in Nederland bij De Pol (12.5 m+NAP) en bij de sluis in Doesburg (10.15m+NAP).

Literatuur

[001OIJ] Toetspeilen Oude IJssel (Rapport, 2005)

[009A] Toetingsresultaat landelijke normen regionale wateroverlast concept (Kaart, 2007)

[036A] Dwarsprofielen volgens de keur (Tekeningen, 2012)

[028OIJ] Draaiboek wateroverlast Oude IJssel (rapport, 2014)

[013A] Waterrapport 2011-2014 (Rapport, 2015)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.