Peilbeheer

4.1 Peil

Kaart 4.1 Peilbesluiten in beheersgebied Oude IJssel

Het peilbeheer in het beheersgebied is deels gericht op de scheepvaart en in grote delen van het beheersgebied gericht op de functie landbouw. De meest optimale omstandigheden voor de landbouw zijn een relatief droog voorjaar en natte zomer. Zo kunnen boeren in de winter en voorjaar vroeg hun land op en is er tijdens het ‘groeiseizoen’ voldoende water voor een optimale productie. In natuurgebieden wordt er vaak gestreefd naar vernatting. In sommige gebieden is natuur leidinggevend, hier is een relatief hoog en vooral ‘natuurlijk’ peil gewenst, dat in de zomer lager is dan in de winter.

Gebieden zonder peilbesluit

In het grootste deel van het beheersgebied gelden geen peilbesluiten maar een streefpeil voor de zomer en winter of een vast maximum peil. Stuwen houden het water op peil. De stuwdichtheid is nauw verbonden met het te overbruggen hoogteverschil. In het oosten zijn hoogteverschillen en dus het aantal stuwen het grootst. Het waterpeil gaat in de gebieden met streefpeil omlaag bij aanhoudende droogte. In het centrale deel van het beheersgebied, met de zandige ondergrond (zie ook bodem) leidt de beperkte aanvoer, in combinatie met wegzijging en verdamping in de zomer tot droogval van veel kleinere watergangen.

Het stedelijk gebied van Doesburg bevat een aanzienlijk wateroppervlak, met grachten, singels en waterpartijen. Het peil van deze wateren staat onder invloed van de IJssel. Bij lage IJsselwaterstanden in de zomer is Doesburg afhankelijk van water uit de Oude IJssel om de waterpartijen te doorstromen en op peil te houden. Er wordt hierom zo lang mogelijk water ingelaten. Bij sterk verlaagde debieten in de Oude IJssel wordt er echter minder (vaak) water ingelaten.

Gebieden met peilbesluit

Alleen delen langs de Oude IJssel en Aastrang blijven op peil, hiervoor geldt een peilbesluit uit 2006. De Oude IJssel is deels opgeleid (zie kaart 2.1). Samen met de Aastrang heeft de Oude IJssel slechts 4 peilvakken over een lengte van 36 km. Hiermee valt de Oude IJssel op in vergelijking met andere watergangen binnen het waterschap. Alleen bovenstrooms van Stuw Doesburg wordt een vast peil gehanteerd. In de overige drie peilvakken is het zomerpeil hoger dan het winterpeil (zie tabel 4.1). De peilvakken zijn groter dan strikt de hoofdwatergangen. Voor enkele zijtakken gelden dezelfde peilbesluiten (zie kaart 4.1)

Tabel 4.1: Peilbesluit Oude IJssel

4.1

Bij waterstanden hoger dan 10 m+NAP op de IJssel is sprake van een open verbinding met de Oude IJssel. Stuw Doesburg heeft dan geen functie. De sluis dient bij deze omstandigheden gesloten te blijven om problemen met de sluisdeuren te voorkomen. De invloed van de IJssel kan dan reiken tot aan Doetinchem.

Literatuur

[001OIJ] Toetspeilen Oude IJssel (Rapport, 2005)

[002OIJ] Draaiboek: Watertekort Stroomgebied Oude IJssel (Rapport, 2014)

[005A] Voorstel AB, Peilenplannen en ontwerppeilbesluiten Schipbeek, Berkel en Oude IJssel Aa-strang (2006)

[006A] De wateropgave voor Waterschap Rijn en IJssel (Rapport, 2002)

[011OIJ] Niet Afwentelen, Een verkennend onderzoek naar de toename van piekafvoeren na klimaatverandering op hoogwater op de Gelderse IJssel (Rapport, 2013)

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten