Bodem en ondergrond

Geologie

Het oosten van het beheersgebied behoort tot het Oost-Nederlands plateau. Het is een hoger gelegen gebied ontstaan door verschuivingen in de aardkorst (zie kaart 2.2). Het is een gebied, waar zeer oude afzettingen dicht bij het oppervlak komen, zoals vlak over de grens bij Haarmühle. Bij het Oost-Nederlandsplateau, zoals in het stroomgebied van de Zoddebeek en bij het Haaksbergerveen, is ondiep keileem te vinden behorend tot de formatie van Drenthe. Dit een overblijfsel uit de voorlaatste ijstijd. Tevens zijn in deze ijstijd de diverse stuwwallen gevormd in het beheersgebied van de Schipbeek, zoals de Holterberg en de Needse berg. Ten westen van de lijn Groenlo-Eibergen-Haaksbergen ligt het Noordzeebekken, een gebied dat in westelijke richting steeds lager wordt.

Uit de laatste ijstijd stammen de fluviatiele afzettingen (door stroming) van de formatie Kreftenheye en eolische afzettingen (door de wind) die tot de formatie van Twente worden gerekend. Deze laatste komt tot uiting in de dekzanden, waar een groot deel van het gebied mee bedekt is. De zandige afzettingen kunnen ter plaatse van het IJsseldal in het westen tot circa 60 m dik zijn. Ook zijn de invloeden van het Holoceen op te merken. De beekafzettingen en broekvenen behoren tot de formatie van Singgraven. De hoogvenen Haaksbergenveen en Witteveen behoren tot de formatie van Griendtsveen. De stuifzanden, waaronder het Buurserzand, worden gerekend tot de formatie van Kootwijk. De voorkomende formaties kennen een grote variatie binnen het beheersgebied, mede door het hoogteverloop in het beheersgebied.

Meer informatie over geologische informatie is te vinden op Dinoloket of Bodemdata.

Hoogte

Kaart 2.2 hoogte

Kaart 2.2: Hoogte Beheersgebied Schipbeek (klik voor PDF (pdf, 1.3 MB))

In het beheersgebied varieert de hoogteligging, mede door het voorkomen van diverse stuwwallen (kaart 2.2):

  • De uitloper van de Stuwwal bij Enschede in het oosten;
  • Stuwwal van Neede (Needse berg);
  • Stuwwal van Holten-Markelo (Holterberg).

Binnen het beheersgebied is ongeveer 30 m hoogteverschil tussen de landsgrens in de is het hooggelegen oosten en de IJssel in het lagere westen. In het Duitse deel is het hoogteverschil 26 m, maar over een veel kortere afstand. De Schipbeek zelf ontspringt op een hoogte van circa 59 m +NAP in Duitsland en mondt uit in de IJssel op circa 4 m+NAP. De beken in het beheergebied in het beheersgebied volgen het hoogteverschil van het maaiveld en stromen overwegend (noord)westelijke richting. Bovenstrooms gelegen en kleinere watergangen stromen relatief dicht aan het maaiveld. De benedenstroomse delen van de Schipbeek liggen relatief diep ingesneden. Uit een historische studie blijkt dat de beekbodem in de eerste 16 km vanaf de grens nu ongeveer een meter lager ligt dan in 1937 het geval was. Dit heeft te maken met het genormaliseerde profiel, meanderafsnijdingen en daarmee toegenomen verhang, stroomsnelheden en bodemerosie (zie historie). Opvallend is de relatief hoge ‘opgeleide’ ligging van de Schipbeek bij het Twentekanaal tot Neede (zie ook watersysteem).

Bodem

Kaart 2.3: Bodem van beheersgebied de Schipbeek (vereenvoudigde legenda)

De bodem van het beheersgebied varieert sterk door de uitgestrektheid van het beheersgebied, hoogteligging en geologische ondergrond (zie kaart 2.3). In algemene zin is het een goed doorlatend zandgebied. In droge tijden vallen kleinere watergangen droog als er geen water wordt ingelaten vanuit de hoofdwaterlopen. Er komen zowel droge als natte zandgronden voor. Bovenstrooms komen beekdalgronden voor en drogere gronden op de hogere delen. Plaatselijk is de bodem venig of moerig als gevolg van stagnatie van water of sterke kwel, zoals in het natuurgebied het Haaksbergerveen (zie natuur). Meer benedenstrooms, waar het vlakker is, komen meer moerige gronden voor. Vlak bij de IJssel komen kleigronden voor als gevolg van rivier afzettingen. rivierkleigronden komen ook voor langs de Bolksbeek, tussen Eibergen en het Twentekanaal.

Meer informatie over geologische informatie is te vinden op Dinoloket of Bodemdata.

Geomorfologie

Omdat de Schipbeek over grotere tracélengten gegraven is, is de beek niet duidelijk terug te zien op de geomorfologische kaart (kaart 2.4). Wel is te zien hoe de oorspronkelijke beekdalen liepen van de Buurserbeek, Zoddebeek, Bolksbeek en Regge. De afwatering was oorspronkelijk meer naar het noordwesten gericht. Het gebied tussen de Needse berg, stuwwal van Markelo, Holten en Lochem, bestaat uit een vlakker gebied met de Bolksbeek als enig duidelijk beekdal. Verder komen er veel beekoverstromingsvlaktes en (verspoelde) dekzandruggen voor. Het is een vlak gebied dat vroeger moerassig was. Helemaal in het westen zijn weer beekdalen te onderscheiden die zorgen voor de afvoer richting de IJssel.

Kaart 2.4: Geomorfologische kaart Schipbeek

Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten

[004A] Gij beken eeuwig vloeiend; Water in de streek van Rijn en IJssel’ (Boek, 2000).

[004SB]De Buurserbeek, terug naar vroeger (Rapport, 2003)

[013SB] Gewässersteckbrief Ahauser Aa, tabel 1,2-7 (factsheet)

[031A] Bodemkaart van Nederland, Blad 34 West Enschede, Blad 34 Oost Enschede, Blad 35 Glanerbruf (Rapport, 1983)

[032A] Bodemkaart van Nederland, Blad 33 West Apeldoorn, Blad 33 Oost Apeldoorn (Rapport, 1983)

[040A] Hoog, middelhoog en laag; een archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart voor de Parkstad Limburg gemeenten en de gemeente Nuth. (Rapport, 2007)

Dinoloket

Bodemdata.


Kaart 2.2 hoogte

Kaart 2.2 Hoogtekaart Beheersgebied Schipbeek