Historie

Het beheersgebied van de Schipbeek kent een rijke historie, onder andere beschreven in “Uit de geschiedenis van de Schipbeek”. De Buurserbeek-Schipbeek bestaat eigenlijk uit verschillende losse beken die sinds de late middeleeuwen aan elkaar zijn gekoppeld (zie kaart 2.4 in Bodem en ondergrond). De eerste menselijke activiteiten die invloed hadden op het beekregime waren voornamelijk ingrepen ten behoeve van bijvoorbeeld de scheepvaart, watermolens en landbouw, zoals:

  • Buurserbeek afgekoppeld van het Regge-systeem en aangesloten op Schipbeek;
  • Aankoppeling van de Bolksbeek aan het Schipbeek gebied;
  • Afsnijden meanders en beekverleggingen;
  • Ontginningen en fijnmazige ontwatering agrarisch gebied.

De oorspronkelijke ontwateringsrichting van de beheersgebieden van de Schipbeek (en Berkel) was van zuidoost naar noordwest. Waarbij er een groot moerassig gebied lag tussen grofweg Borculo, Lochem, Markelo en Neede.

De aanleg van de Schipbeek

Kort na 1300 werd de Schipbeek bevaarbaar gemaakt onder invloed van de stad Deventer, die hiermee een betere toegang kreeg tot het achterland. De Terhunnepe (beek) werd bevaarbaar gemaakt en via een kanaal verbonden met de bovenloop van de Regge en de Buurserbeek. Zo kreeg Deventer zijn waterweg en gaf het de naam Schipbeek, waarvan het bovenste gedeelte dus feitelijk de Regge is. Er ontstond zo een verbinding vanuit het Duitse Westfalen via de IJsselstad met Holland en vice versa. Over de beek werd o.a. hout uit het Münsterland en leem uit Stadtlohn getransporteerd. Uit Holland kwam vooral boter en kaas. Van 1350 tot 1422 werd het vaarwater van de Schipbeek in gedeelten verbeterd. Nadat Deventer zich al twee eeuwen met de Schipbeek had bemoeid, kreeg de stad in 1576 ook het formele beheer. De beek was toen ondanks allerlei inspanningen een groot deel van het jaar moeilijk bevaarbaar. Met de economische neergang van Deventer in de loop van 17e eeuw verloor de beek zelfs voor een groot deel zijn transportfunctie. Rond 1746 kwam daar verandering in toen de Deventerse ondernemer Hendrik Lindeman de bevaarbaarheid liet verbeteren. Vanaf die tijd maakten per dag weer ongeveer 20-30 zompen gebruik van de route. In de 19e eeuw werd de Schipbeek veel gebruikt voor het vervoer van textiel vanuit Twente naar blekerijen in Haarlem. Hier kwam in de loop van de tweede helft van de 19e eeuw een einde aan als gevolg van opkomst van vervoer over weg en spoor. Daarna werd de functie voor de waterhuishouding van oostelijk Nederland steeds belangrijker.

Aanleg Twentekanaal

Het Twentekanaal is van groot belang voor het goederentransport maar zeker ook voor aan en afvoer van water in een groot deel van de Achterhoek. Al in 1850 werd gesproken over de aanleg van kanalen ten behoeve van de opkomende textiel industrie in Twente. In 1858 kwamen de Overijsselse kanalen gereed die Zwolle, Almelo en Deventer met elkaar verbonden. Het duurde nog tot 1929 tot men begon met de aanleg van de Twentekanalen.

Het Twentekanaal is vooral van belang voor het goederentransport, de aanvoer van water in droge tijden en de afwatering van het noordelijk deel van het beheersgebied van waterschap Rijn en IJssel, en het zuidelijke deel van Overijssel. Het kanaal heeft een grote invloed op het watersysteem van de Berkel en de Schipbeek. De in noordwestelijke richting stromende beken (Bolksbeek en Slinge) monden nu uit in het Twentekanaal. Voor de aanleg ervan stroomde ze een stuk verder door om uit te monden in de Schipbeek. De Schipbeek zelf wordt met een syphon onder het Twentekanaal doorgeleid. Bij de syphon is een inlaatgemaal gebouwd ter compensatie voor de afvoer naar het Twentekanaal via de Bolksbeek en het zuidelijk afwateringskanaal.

Door de aanleg van het Twentekanaal werd het mogelijk grote hoeveelheden water uit het beheersgebied van de Schipbeek (en Berkel) af te laten op het Twentekanaal waardoor het risico op wateroverlast sterk werd verminderd. Het gaat dan voor de Schipbeek om de overlaat bij het Twentekanaal. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat aflaat via de zogenaamde oortjessluizen bij Buurse gesloten werden. Dit om zo de belasting op de Regge systeem te verminderen.

Ontstaan van het waterschap van de Schipbeek

Op basis van een initiatief van de Markelose gemeenteraad in 1877 werd met het Koninklijk Besluit van 16 december 1881 het Waterschap de Schipbeek opgericht tegelijk met de waterschappen van de Dortherbeek en Berkel. Pas in 1883 vond de eerste vergadering plaats van het waterschap van de Schipbeek in het gemeentehuis van Markelo. Het waterschap van de Schipbeek was opgedeeld in twee afdelingen, te weten: Schipbeek en Buurserbeek. Op 1 januari 1958 is het waterschap van de Dortherbeek toegevoegd aan het waterschap van de Schipbeek. In 1997 is het waterschap van de Schipbeek opgegaan in het huidige waterschap Rijn en IJssel samen met Polderdistrict Rijn en IJssel, Waterschap De Schipbeek, Waterschap IJsselland-Baakse Beek, Waterschap van de Oude IJssel en Zuiveringsschap Oostelijk Gelderland.

Verbeteringswerken

In de stroomgebieden van de Schipbeek en Dortherbeek zijn vanaf het einde van de 19e eeuw diverse verbeteringswerken uitgevoerd, onder andere onder leiding van Ir. C. Lely (zie tabel 2.1).

Tabel 2.1: Verbeteringswerken in het stroomgebied van de Schipbeek

2.1

Het Duitse deel van het beheersgebied

Het stroomgebied van de Ahauser Aa heeft een soortgelijke historie als het gebied van de Buurserbeek / Schipbeek. Vooral in de 19e en 20e eeuw is het gebied grootschalig ontgonnen voor de landbouw en is de afvoercapaciteit van de beek sterk vergroot.

Recente historie

Er zijn sinds midden jaren ‘90 en vooral na de invoer van de KRW in 2000 diverse herinrichtingsprojecten uitgevoerd. Hierbij zijn bijvoorbeeld langs de Schipbeek op verschillende plekken natuurvriendelijke oevers en vispassages aangelegd, is de Zoddebeek verondiept en versmald en is de Buurserbeek (vanaf Duitse grens tot aan Braambrug) heringericht als een meer natuurlijke beek met meanders.

Door hevige neerslag in augustus 2010 traden er zeer hoge afvoeren op in zowel het Nederlandse als het Duitse deel van het stroomgebied. Debieten waren vergelijkbaar met de maximale afvoer waarop de beek is gedimensioneerd (zie afvoerkarakteristieken). De aanwezige kades konden de afvoeren net aan, al zijn deze plaatselijk wel verstevigd met zandzakken. Op verschillende plekken in het beheersgebied was wateroverlast als gevolg van een gestremde afvoer op de Schipbeek, zoals in het stroomgebied van de Zoddebeek. In het Holterbroek was wateroverlast als het gevolg van grote neerslaghoeveelheden in combinatie met de vlakke gebieden en een beperkte afwatering.


Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten

[001SB] Uit de geschiedenis van de Schipbeek (Artikel, 1934)
[002SB] Schipbeek Historie (memo)
[003SB] Herinrichtingprojecten in het stroomgebied van de Buurserbeek/Schipbeek: terug naar 1850? (Rapport, 2013)
[004A] Gij beken eeuwig vloeiend; Water in de streek van Rijn en IJssel’ (Boek, 2000).
[004B] Historisch Waterbeheer, een benadering van historische watersystemen: definities en voorbeelden (Rapport, 2005)
[004SB] De Buurserbeek, terug naar vroeger (Rapport, 2003)
[005SB] Analyse van het watersysteem van de Buurserbeek in relatie tot de Regge (Rapport)
[006SB] Bouwstenen voor een meer natuurlijke Buurserbeek (Boek, 1998)
[013SB] Gewässersteckbrief Ahauser Aa, tabel 1,2-7 (factsheet)
[018SB] Waterschap de Schipbeek 1881-1981 (Boek, 1981)
[019SB] Varen waar geen water is_Reconstructie van een verdwenen wereld_geschiedennis van de scheepvaart ten oosten van de IJssel van 1300 tot 1930 (Boek, 1981)
[034SB] De buurser pot op Landgoed het Lankheet (folder)

http://watererfgoed.wrij.nl/