Ondiep (freatisch) grondwater

Kaart 7.1 GWT

Kaart 7.1 Grondwatertrappen in het Schipbeek beheersgebied (obv AMIGO versie 1)

In het verleden zijn watergangen steeds dieper en breder gemaakt om water snel te kunnen afvoeren. Daardoor is ook de gemiddelde grondwaterstand gedaald. In een groot deel van ons gebied de gemiddelde zomer-grondwaterstand te laag voor zowel landbouw als natuur. De landbouw kan droogteschade deels voorkomen door beregening of verbetering van de bodemstructuur. Voor landnatuur zijn aanpassingen van het watersysteem nodig om de gemiddelde grondwaterstand te verhogen.

Het beheersgebied van de Schipbeek kent droge en natte gebieden (kaart 7.1). Deze worden vooral veroorzaakt door hoogteligging en bodemopbouw (zie bodem en ondergrond). De hogere zanderige stuwwallen zijn droog en hebben een hoge grondwatertrap (GT VIII), zoals bij Holten, Neede en aan de grens met Duitsland. Aan de voet van deze hogere delen is er kwel en staat het grondwater vlak onder maaiveld (GW I t/m III). Dit is goed te zien in de gebieden rondom de Needse Berg en aan de voet van stuwwal van Holten tot aan het Twentekanaal, waaronder het Holterbroek en Markelose broek. In het oosten ligt het Natura 2000 gebied ‘Het Buurserzand & Haaksbergerveen’ (zie natuur). Vooral het zuidelijke deel hiervan is erg nat. In het westen bij Bathmen wisselen natte en droge zones elkaar af. Dit heeft te maken met (voormalige) beeklopen en de hiermee samenhangende bodemopbouw en hoogteverschillen. Hier ligt de Schipbeek relatief laag waardoor er in de directe omgeving droge omstandigheden zijn. Hetzelfde geldt zeker voor het Twentekanaal, dat nog een stuk dieper ligt en een duidelijke drainerende invloed heeft op de omgeving.

Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.

[004SB] De Buurserbeek, terug naar vroeger (Rapport, 2003)

[015SB] Hydrologisch onderzoek Dortherbeek (Rapport, 2011)

[016SB] Kringen in het water, Heden en verleden van de Alstätter Aa Buurserbeek Schipbeek (Boek, 2005)

[013A] Waterrapport 2011-2014 (Rapport, 2015)