Beheer en Onderhoud

Legger en keur

De legger watergangen en bergingsgebieden is een register waarin gegevens over de ligging, vorm, afmeting en constructie van watergangen, bergingsgebieden en bijbehorende kaden en kunstwerken zijn vastgelegd (zie Informatie legger op WRIJ website). Daarnaast is in de legger vastgelegd wie de onderhoudsplichtigen en wat de onderhoudsverplichtingen zijn. Dit is een uitwerking van de algemene bepalingen in de Keur over gewoon en buitengewoon onderhoud. De legger geeft ook de begrenzing van de kernzone en de beschermingszone aan. In deze zones zijn de bepalingen uit de Keur van toepassing. Een wijziging in de legger kan ook een wijziging in het toepassingsgebied van de Keur betekenen. De legger bevat alleen de waterstaatswerken die WRIJ actief beheert, conform het vastgestelde beleid.

Profieltypes

De Buurserbeek-Schipbeek en de andere waterlopen in het beheersgebied hebben veelal een standaard profiel. Kenmerkend voor de Schipbeek is de breedte van de onderhoudspaden. Langs 87% van de oevers is het onderhoudspad 3 meter of breder. In de andere beheersgebieden is het aandeel van onderhoudspaden breder dan 3 meter gemiddeld 30 %. 3 Meter is de minimale breedte om met ‘breed spoor’ materieel het onderhoud te kunnen plegen. In de praktijk is echter een bredere strook nodig voor de bewegingsvrijheid van het materieel. Op de overige oevers in het beheersgebied van de Schipbeek is er vaak geen onderhoudspad of –strook. Hier wordt het onderhoud vanaf 1 zijde gedaan, het betreft veelal smallere watergangen. Er zijn nauwelijks stroken smaller dan 3 meter te vinden in het beheersgebied van de Schipbeek.

De Buurserbeek-Schipbeek heeft aan weerszijden een onderhoudspad van 4m en vervolgens kades of aansluitende hoge gronden (zie ook waterveiligheid). Op diverse plekken is één van de onderhoudpaden vergraven tot een ecologische oever. Kenmerkend voor de Buurserbeek-Schipbeek is dat langs 84% van de watergangen onderhoudspaden liggen. Langs het overige deel wordt de toegang voor het onderhoud gekregen op basis van de keur. Hier is er sprake van zogenaamde onderhoudsstroken. Enkele herinrichtingen vormen de uitzondering. De kleinere watergangen hebben over het algemeen een bodembreedte beginnend met 0,5 meter en een talud van 1:1 of 1:1,5.

Om te voldoen aan een goede doorvoer van water in de watergangen is onderhoud nodig. Om het onderhoud goed te kunnen uitvoeren, hebben de watergangen een vastgesteld leggerprofiel. Ook zijn ze ingedeeld in keurprofieltypes waar op het onderhoud is afgestemd (zie overzicht profieltypen). De profieltypes zeggen iets over de volgende kenmerken van een watergang:

  • Dimensionering;
  • Aanwezigheid en type van onderhoudsstroken;
  • Aanwezigheid en type kades;
  • Inrichting / bufferzone;
  • Kern / beschermingszone;
  • Natuurlijkheid;

fig 9.1 profiel 2

Profieltype 2 is veruit het meest voorkomende profiel in het beheersgebied (en het hele waterschap). Het gaat om een watergang met aan beide zijden een onderhoudsstrook of onderhoudspad. Meer dan 50% van alle hoofd en overige watergangen is ingericht volgens dit type (zie figuur 9.1).

De ruimtelijke verdeling van profieltypes en onderhoudspakketten in beheersgebied Buurserbeek-Schipbeek is via Informatie legger beschikbaar.

Onderhoudspakketten

Het onderhoud wordt gedaan aan de hand van de veldgids. In de veldgids zijn 5 werkprotocollen opgesteld voor:

  • Maaionderhoud
  • Onderhoud houtwallen
  • Onderhoud waterkeringen
  • Onderhoudsbaggeren en herstelwerkzaamheden aan oever en onderhoudspad

Binnen deze protocollen wordt er rekening gehouden met voorkeursperioden die zijn gebaseerd op het efficiënt uitvoeren van het onderhoud en het ontzien van beschermde flora- en faunasoorten. Het exacte onderhoud is vastgelegd in de Maaikalender op de WRIJ-website. Hoe we precies omgaan met aanwezige natuur staat beschreven in de gedragscode Flora-faunawet.

Binnen protocol 1 voor maaionderhoud wordt er onderscheid gemaakt tussen 8 onderhoudspakketten (zie veldgids). Deze zijn gebaseerd op het watertype en de breedte. Onderhoudspakket 9 betreft een BOP met een apart beheer- en onderhoudsplan. Een beheer- en onderhoudsplan wordt gebruikt om na de inrichting van een projectgebied de gewenste situatie te realiseren en te onderhouden. Het plan beschrijft hoe te werk wordt gegaan en waarom juist daarvoor gekozen is. Daarnaast wordt ook de verdeling gemaakt wie welk onderdeel (wat) van het beheer en onderhoud uitvoert. De kosten en verplichtingen worden in het plan inzichtelijk gemaakt, ook om budgetten en begrotingen hierop te kunnen afstemmen. Vaak zijn er in stedelijk gebied BOP’s gemaakt bij de overdracht van stedelijk water.


Hieronder zijn enkele kenmerken van het gebied beschreven:

  • Voor o.a. de Zoddebeek is een specifiek beheer en onderhoudsplan opgesteld (BOP).
  • Binnen het beheersgebied van de Schipbeek ligt ruim 230 km aan hoofdwatergangen. Dit is bijna gelijk aan de totale lengte van de overige watergangen.
  • Van deze hoofdwatergangen is bijna de helft pakket 2. Pakketten 1 en 5 zijn goed voor 20% en 26% van de lengten.
  • In de 280 km niet hoofdwatergangen komen pakketten 1 (47%) en 3 (38%) het meest voor.
  • Het bovenstaande is vergelijkbaar met de overige beheersgebieden (vooral Berkel en Baakse Beek). Wel is er een relatief groot aandeel aan watertype 1 (smalle watergang die alleen in het najaar wordt gemaaid en geschoond).

Tabel 9.1 Maaipakketen in het beheersgebied Schipbeek (werkprotocol 5, volgens veldgids[035A] )

9.1

Baggeren en groot onderhoud

Baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een meetprogramma en het piepsysteem. Het hoofwatersysteem (circa 1000 km in het beheergebied van WRIJ), de inlaatleidingen en het stedelijk water wordt elke 10 jaar ingemeten. Afhankelijk van het meetresultaat wordt bepaald of baggeren noodzakelijk is. Voor de overige watergangen geld dat deze gebaggerd worden op basis van het piepsysteem. In de Oude Schipbeek, Dortherbeek Oost en West wordt ongeveer eens per 15 jaar gebaggerd.

Zandvangen

Op diverse plekken in het beheersgebied komen zandvangen voor. De zandvangen zijn veelal te vinden op die plekken waar het verhang afneemt in de watergangen waardoor de stroomsnelheid afneemt en het sediment bezinkt. In het beheersgebied van de Schipbeek is de grootste zandvang te vinden in Diepenheim (50.000 m3). Tevens was er een grote zandvang aanwezig in de Zoddebeek ter hoogte van de grens, deze heeft echter door de herinrichting van de Zoddebeek zijn functie verloren. En komen er ter hoogte van het Twentekanaal een aantal zandvangen voor. Daar waar de Slinge, het Zuidelijk afwateringskanaal en de Schipbeek in het Twentekanaal uitmonden. Voor de grote zandvangen geld dat de grote elke circa 10 jaar worden ingemeten. De kleinere zandvangen worden door de onderhoudsdienst regulier op diepte gebracht.

Natuurvriendelijk beheer en onderhoud

Met de invoer van diverse natuurbeschermingswetten, KRW en de Gedragscode voor de flora- en faunawet wordt nu zowel met economische belangen van de landbouw als met ecologische belangen rekening gehouden. Ook na herinrichtingsprojecten wordt veelal een nieuw of herzien onderhouds- en beheerplan opgesteld, om de ingerichte maatregelen ook op langere tijd in zijn waarde te laten. Bij knelpunten tussen functies wordt er gezocht naar oplossingen die meerdere doelen dienen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • Minimaliseren van de frequentie waarmee de watergangen gemaaid of geschoond worden;
  • Gefaseerd maaien en schonen;
  • Het maaien en schonen op momenten dat dit zo min mogelijk schade geeft aan de natuur;
  • Hoger peil om verdroging tegen te gaan en kwetsbare natte natuur een kans te geven;
  • Aanvullende maatregelen om beschermde dier- en plantensoorten te beschermen bij werkzaamheden.

Bosontwikkeling op de oever leidt op den duur tot minder onderhoud, zo leert de ervaring met Buurserbeek, Leerinkbeek en delen van de Groenlose Slinge. De ontwikkelingen langs de Zoddebeek laten zien wat er gebeurt als er alleen verondiept wordt zonder bos op de oevers.

Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.

[033A] Toelichting Leggertekst (Memo)
[034A] Legger watergangen en bergingsgebieden Bepalingen en toelichting (Memo)
[035A] Veldgids beheer en onderhoud, natuurwedgeving in de praktijk (Rapport, 2010)
[036A] Dwarsprofielen volgens de keur (Tekeningen, 2012)
[037A] Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (Rapport, 2012)
[038A] Programma van eisen Beheer en OnderhoudsPlan (BOP) binnen waterbeheer (Memo, 2012)

Maaikalender