Waterbalans

In tabel 4.3 zijn de belangrijkste aan- en afvoerposten en hun aandeel voor de waterbalans weergegeven. De waarden zijn afgeleid van beschikbare data uit verschillende perioden. Het betreft een grove inschatting om een indruk te krijgen van verschillende in- en uitlaatposten.

Tabel 4.3: Inschatting waterbalans beheersgebied Schipbeek

4.3

Neerslag & verdamping

De neerslag en verdamping zijn belangrijke posten in de waterbalans van een met regenwater gevoed regionaal watersysteem zoals de Schipbeek (tabel 4.3). Over het algemeen geldt dat neerslaghoeveelheden en verdamping binnen het waterschap Rijn en IJssel vergelijkbaar zijn, vooral als het meerjarige gemiddelden betreft. Om een algemeen beeld te krijgen zijn de gemiddelde neerslag en verdamping berekend van de weerstations van Hupsel, Deelen en Twente, over een periode van 20 jaar (zie tabel 4.4). Dit is vergelijkbaar met 0.82 m3/m2 neerslag en 0.56 m3/m2 verdamping per jaar. Ook zijn de natste en droogste jaren weergegeven.

Tabel 4.4 Neerslag en verdamping binnen het waterschap Rijn en IJssel4.4

De neerslag is het grootst in de nazomer en het kleinst in april. De tegenhanger van neerslag is verdamping van gewassen, natuur en rechtstreeks uit oppervlakte water. Verdamping is gerelateerd aan de temperatuur en is het grootst in de zomer. Het verschil tussen neerslag en verdamping is het neerslagoverschot of -tekort. In de zomer is er een tekort, meer verdamping dan neerslag. Van augustus tot en met maart is er een neerslagoverschot ten opzichte van verdamping. Over een heel jaar is er gemiddeld 259 mm neerslagoverschot. Voor het beheersgebied van de Schipbeek is het gemiddelde neerslagoverschot totaal 64 miljoen m3 per jaar.

Aanvoer vanuit Duitsland

De Buurserbeek (Ahauser Aa) en Zoddebeek (Zoddebach) ontspringen in Duitsland. De Buurserbeek heeft een relatief groot stroomgebied in Duitsland (14.862 ha.) vergeleken met de Zoddebeek (603 ha). Dit uit zich in aanzienlijke debieten in de Buurserbeek en een relatief kleine aanvoer vanuit de Zoddebeek. Gezamenlijk is de aanvoer bijna 50 miljoen m3 per jaar. Dit is met 18% de op één na grootste aanvoerpost voor het beheersgebied Schipbeek. Alleen de aanvoer via lokale neerslag is groter.

Het Nederlandse deel van het watersysteem is vergelijkbaar met het Duitse deel. Dit wil zeggen dat noemenswaardige piekafvoeren en natte of droge periodes voor het hele beheersgebied veelal gelijktijdig plaatsvinden.

Aanvoer vanuit Twentekanaal

In droge perioden mag er conform het Waterakkoord Twentekanalen 1,4 m3/s vanuit het Twentekanaal worden opgepompt naar de Schipbeek. Op basis van deze regeling wordt er gemiddeld ruim 4.5 miljoen m3 per jaar ingelaten (zie figuur 4.1). Meestal wordt water opgepompt in het groeiseizoen, van april/mei tot oktober. De grootste aanvoer vindt plaats in de periode juni t/m augustus. Afhankelijk van het neerslagoverschot wordt er in een zomer tussen 0.8 en 7 miljoen m3 water ingelaten vanuit het Twentekanaal. Opvallend is het feit dat het Zuidelijk afwateringskanaal en de Slinge water lozen op het Twentekanaal terwijl het gemaal Twentekanaal het tegelijkertijd ‘terugpompt’ richting de Schipbeek.

fig 4.1 inlaat grafiek

Figuur 4.1: Inlaatwater uit Twentekanaal

RWZI Holten

Sommige RWZI’s in het beheergebied zijn van belang voor de watervoerendheid van de beken. Gemiddeld loost de RWZI Holten 2 miljoen m3 per jaar en is daarmee een relatief kleine post in de afvoer van de Schipbeek. In het Duitse deel is ook een RWZI aanwezig, ter hoogte van Ahaus. Hiervan zijn bij waterschap Rijn en IJssel geen gegevens bekend.

In droge periodes kan het debiet in de beken dusdanig afnemen dat het relatieve aandeel van een RWZI groot wordt, vooral in kleinere beken. Het aandeel van deze RWZI Holten ter plaatse van de lozing is klein, gemiddeld 2% in de winter en 6% in de zomer (zie tabel 4.5).

Tabel 4.5: RWZI aandeel water aanvoer4.5

Afvoer Schipbeek naar IJssel

Na verdamping is de afvoer van het oppervlaktewater van de Schipbeek naar de IJssel de grootste uitpost (33%). Gemiddeld is de afvoer 76 miljoen m3 per jaar (2.9 m3/s). Het merendeel van dit water is afkomstig van de Schipbeek, ongeveer 16% komt uit de Dortherbeek West.

Afvoer Zuidelijk afwateringskanaal en Slinge naar Twentekanaal

Het Zuidelijk afwateringskanaal en de Slinge monden uit in het Twentekanaal. Het gemiddelde debiet van het Zuidelijk afwateringskanaal is 0.23 m3/s ofwel 7.3 miljoen m3 per jaar. De afvoer van de Slinge is ongeveer een kwart hiervan.

Hoogwaterafvoer Schipbeek naar Twentekanaal

In het Waterakkoord Twentekanalen/Overijsselse Vecht (2012) is afgesproken dat er bij een hoge afvoersituatie (van 1 x per 100 jaar) 8 m3/s geloosd mag worden. Dit vindt voornamelijk in de wintermaanden plaats maar soms ook in de zomer, zoals in 2010. Omdat het maar sporadisch en gedurende een korte periode plaatsvindt, zijn de gemiddelde debieten relatief klein. Er wordt gemiddeld 0.3 miljoen m3 per jaar geloosd.

Afvoer naar waterschap Vechtstromen

Vanuit de Schipbeek wordt oppervlaktewater ingelaten naar de Diepenheimse Molenbeek en de Boven Regge (Westervlier), beide gelegen in het beheergebied van waterschap Vechtstromen. Het betreffen twee kleine inlaten, die vooral in de zomer gebruikt worden om deze beken op peil te houden.

Bij de Diepenheimse Molenbeek heeft dit te maken met de molenrechten van de watermolen in Diepenheim. Hierover zijn afspraken gemaakt met Waterschap Vechtstromen [voorstel: 036 en 037]. Op hoofdlijnen is de afspraak dat de aanvoer in de droge perioden 50-50 verdeeld wordt nabij de inlaat Platerink (inlaat vanuit de Buurserbeek naar de Elsbeek). Het water bestemd voor de Diepenheimse Molenbeek stroomt recht door over de Buurserbeek en het water bestemd voor de Schipbeek wordt omgeleid via de Elsbeek om net benedenstrooms van stuw Nieuwe Sluis weer in de Schipbeek terecht te komen. Wanneer de afvoer op de Buurserbeek wegvalt, kan er geen water meer ingelaten worden naar de Diepenheimse Molenbeek. Voor inlaat van de Boven Regge ligt dit anders.

De Boven Regge ontvangt water uit het stuwpand van de Schipbeek dat op peil wordt gehouden door middel van gemaal Twentekanaal. Het inlaten van water is hier ook in droge perioden geborgd.

Kwel en wegzijging

Het beheersgebied Schipbeek is bijna kwelneutraal. Over het hele gebied heffen de locaties met kwel of wegzijging elkaar bijna op. Er is iets meer wegzijging, namelijk 0,05 mm per dag. Omgerekend is dit bijna 5 miljoen m3 per jaar. Door de lage ligging van het Twentekanaal is hier relatief veel kwel richting het Twentekanaal. Omdat dit niet tot het watersysteem van het beheersgebied wordt gerekend, is dit als wegzijging meegenomen in de waterbalans. Uit een grove schatting blijkt dat deze post goed is voor ongeveer 2 miljoen m3 per jaar.

Literatuur

Zie bibliotheek voor digitaal beschikbare documenten.

[022SB] Waterakkoord Twentekanalen (rapport, 2011)