Hoe doen we dit?

Gepubliceerd op 4 mei 2017

Elke watergang is uniek. Daarom is voor elke sloot of beek vastgesteld hoe en wanneer er gemaaid wordt. Als het niet écht hoeft, maaien we niet, minder, of later. In de maaikalender vindt u precies volgens welke methode we welke watergang maaien. Op deze pagina vindt u een algemene uitleg.

Maaiseizoen

Het maaiseizoen loopt van 1 mei t/m 31 december en is verdeeld is drie perioden, namelijk 1 mei tot 15 juli, 15 juli tot 1 september en 1 september tot 31 december. Buiten de maaiperiode maaien we alleen daar waar onveilige situaties ontstaan of waar een goede aan- of aanvoer van water direct moet worden opgelost. Als gevolg van een heel vroeg voorjaar of een extreem nat najaar kan het voorkomen dat er buiten het officiële maaiseizoen ook maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd.

Toegankelijkheid

Het maaien van 3500 km aan watergangen kost tijd. Daarom beginnen we vanaf 1 mei al met het maaien van de onderhoudspaden. Zo zijn deze vanaf 1 juni goed toegankelijk, zodat we meteen kunnen beginnen met het maaien van oevers en waterbodems.
Meestal ligt aan een of twee zijden van de watergang een onderhoudspad. Onderhoudspaden die in eigendom van het waterschap zijn, worden twee tot drie keer per jaar gemaaid. Onderhoudspaden die niet in eigendom zijn van het waterschap moeten gemaaid worden door de eigenaar zelf.

Faseren

Zoals uit de maaiprofielen blijkt, maaien meestal niet een hele watergang (bodem en oevers) tegelijk. In en om de watergang leven veel planten en dieren. Als we alles in een keer zouden maaien zouden deze soorten geen kans hebben om te vluchten en te overleven. We laten daarom soms een deel van de begroeiing staan. Of we maaien de linker- en rechter oever om de beurt. Soms is de natuur zo bijzonder dat we het maaien helemaal moeten uitstellen. Ziet de watergang er dus half gemaaid uit? Dat kan kloppen, dat is om planten en dieren te sparen!

Maaiprofielen

De verschillende maaimethoden zijn weergegeven in de maaiprofielen. Hoe we precies omgaan met aanwezige natuurwaarden staat beschreven in de Gedragscode Wet Natuurbescherming.

De nieuwe categorie-indeling van de watergangen uit het nieuwe maaibeleid is enerzijds gebaseerd op de aan- en afvoervraag (categorie 1, 2 of 3) en anderzijds op de mate van ‘natuurlijk’ onderhoud (categorie A, B of C).

Aan- en afvoercapaciteit watergangen.

In het kader van een goede peilbeheersing is de aan- en afvoercapaciteit van watergangen te verdelen in de volgende drie categorieën:

  1. Het ‘regionaal’ watersysteem.
    Hieronder vallen watergangen met een regionaal belang. De watergangen verzorgen de waterafvoer van een gebied met een oppervlak dat groter is dan 500 ha, of watergangen hebben een belangrijke functie voor de aanvoer van water en daarmee een belangrijke transport- en distributierol voor de naleving van peilbesluiten. In de categorie is het hoofdwatersysteem van Waterschap Rijn en IJssel (dat naar aanleiding van de wateroverlast uit 2010 is vastgesteld) volledig opgenomen, alsook watergangen die snel de eerste afvoer van overtollig water vanuit stedelijk gebied verzorgen.
  2. Het ‘lokaal’ watersysteem.

Hieronder vallen watergangen met een lokaal belang. De watergangen verzorgen de waterafvoer van een gebied met een oppervlak kleiner dan 500 ha. en groter dan 100 ha., of watergangen waarvan uit de Toetsing Normering is gebleken dat ze kwetsbaar zijn voor wateroverlast.
De Toetsing Normering heeft geleid tot partiële herziening van ons waterbeheerplan 2016-2021 en tot het inzicht dat een aantal watergangen intensiever moeten en een aantal watergangen minder intensief kunnen worden gemaaid om te voldoen aan de normen voor het risico op wateroverlast. Ook de watergangen die onder normale omstandigheden altijd stromend zijn, vallen in deze categorie.

  1. Het watersysteem van ‘beperkt belang’.
    Hieronder vallen de overige watergangen.

Aan de categorieën is een maximaal toelaatbare begroeiingsgraad toegekend, gebaseerd op de resultaten van de Toetsing Normering. Vervolgens is er op basis van praktijkervaringen een gemiddelde maaifrequentie aan elke categorie gekoppeld. Benadrukt wordt dat de frequentie in individuele gevallen kan afwijken van dit gemiddelde.

juiste peil

Natuurlijk onderhoud watergangen.

Gericht op natuurlijk onderhoud is voor het watersysteem onderscheid gemaakt in drie categorieën.

A.Het ‘optimaal natuurlijk’ watersysteem.

Hieronder vallen watergangen met optimale mogelijkheden voor natuurlijk onderhoud.

B.Het ‘goed natuurlijk’ watersysteem

Hieronder vallen watergangen met goede mogelijkheden voor natuurlijk onderhoud.

C. Het ‘basis natuurlijk’ watersysteem
Hieronder vallen de overige watergangen met geringe tot geen mogelijkheden voor natuurlijk            onderhoud.

natuurlijk onderhoud


Voor alle categorieën geldt dat in brede watervoerende watergangen in het nat profiel tenminste 25% begroeiing aanwezig is.

Het maaisel van brede onderhoudspaden en aanliggende taluds/profielen kan worden afgezet in de kleine kringloop zodat grondeigenaren de bodemvruchtbaarheid van hun percelen kunnen verbeteren. Als alternatief kan worden ingezet op beweiding.