Aanpassing projectscope Berkel: traject Borculo-Lochem

Gepubliceerd op 6 november 2020

Sinds 2017 zijn er plannen voor de herinrichting van de Berkel en haar zijwatergangen. Op het traject Borculo-Lochem zijn in dat jaar twee lokale werkgroepen aan de slag gegaan om (met input van het waterschap) hierover na te denken. De herinrichting van dit concrete Berkeltraject is nodig om voor 2027 te kunnen voldoen aan de afgesproken ecologische doelstellingen (KRW/EVZ). In 2018 resulteerde dit in aanbevelingen voor het waterschap over de verdere aanpak.

Ontwerpsessies

Op basis van de aanbevelingen heeft het waterschap begin 2019, samen met vijf vertegenwoordigers uit de werkgroepen, ontwerpsessies georganiseerd voor een bredere groep belanghebbenden en belangstellenden, o.l.v. Strootman Landschapsarchitecten. Louisa Remesal, betrokken omgevingsmanager vanuit het waterschap, licht toe: ‘Gezamenlijk zijn toen diverse scenario’s verkend en uitgewerkt. De sessies hebben een inrichtingsvoorstel opgeleverd met de volgende ingrediënten: een kleiner Berkelprofiel met meer stroming- en structuurvariatie en meer ruimte voor piekafvoeren buiten het profiel van de Berkel (in het winterbed). Daartoe kunnen de kades naar buiten worden gelegd, waarbij zoveel mogelijk grond beschikbaar blijft voor landbouwkundig gebruik. Dat zou een combinatie van de functies landbouw en water kunnen opleveren. Aansluitend is de haalbaarheid van dit inrichtingsvoorstel verder verkend.’

Haalbaarheid inrichtingsvoorstel Strootman

Van november 2019 tot begin februari 2020 zijn gesprekken gevoerd met 20 agrariërs en vier landgoedeigenaren langs de Berkel om te polsen of en onder welke condities zij zouden willen meewerken aan de voorgestelde inrichting. Louisa vertelt: ‘De agrarische bedrijven zijn veelal grondgebonden en hebben grote huiskavels aan de Berkel. Ze zijn kritisch over de visie en willen geen grond afstaan of landbouwkundige beperkingen door een eventuele kadeverlegging. Bij voorkeur zien zij de herinrichting gerealiseerd tussen de kades. Het draagvlak voor het inrichtingsvoorstel is eind februari ook besproken met de gedeputeerde van de Provincie Gelderland. Voor de provincie was het de vraag hoe de voorgestelde herinrichting van de Berkel bijdraagt aan hun topprioriteiten: Natura-2000, GNN en droogtebestrijding. De kadeverlegging is vooral bedoeld om de afvoercapaciteit te behouden bij verkleining van het profiel en draagt niet direct bij aan de genoemde prioritaire doelen van de provincie.’

Alternatieven

De tijd lijkt dus (nog) niet rijp voor een verruiming van het winterbed over het volledige traject. Louisa: ‘Daarom zijn we net voor de zomer met de ecologen en hydrologen van waterschap en provincie bij elkaar gekomen en op zoek gegaan naar een goed en haalbaar alternatief voor 2027.’

De specialisten van waterschap en provincie hebben samen de volgende conclusies getrokken:

  • de voorgeschreven KRW- en EVZ-doelen zijn haalbaar binnen de huidige kades (minimum variant); • structuurvariatie kan gerealiseerd worden door 1-zijdig het onderhoudspad op te offeren voor een natuurvriendelijke oever; • er kan meer stromingsvariatie gerealiseerd worden door herinrichting van aanwezige ecologische stapstenen, en waar mogelijk aanleg van nieuwe stapstenen. Bij de aanleg van de nieuwe stapstenen blijft het inrichtingsprincipe om de kades naar buiten te leggen een optie; • een extra drempel/cascade ter hoogte van de Heest kan zorgen voor minder verdroging en meer peildynamiek op het traject De Heest-Beekvliet.

Tekening 4

Minder impact met nieuwe scope

De urgentie voor een winterbedverruiming op het Berkeltraject Borculo-Lochem is er op dit moment niet, is de beleving in het gebied, en dat brengt een nieuwe scope op tafel. Louisa: ‘Om de minimale KRW- en EVZ-doelstellingen tijdig te kunnen realiseren, richten we ons daarom op de ruimte tussen de huidige kades met het stapstenenmodel Winde als vertrekpunt. Bestaande stapstenen worden geoptimaliseerd en we zoeken naar aanvullende mogelijkheden, uitgaande van vrijwillige medewerking. De impact op de landbouw en bestaand recreatieve medegebruik is met de aangescherpte projectscope veel kleiner dan het inrichtingsvoorstel van Strootman, waardoor we sneller tot een haalbaar, betaalbaar en gedragen plan kunnen komen, waarmee het we voor 2027 toch kunnen voldoen aan de vereiste KRW- en EVZ-doelstellingen.’