Waarom doen we dit?

Gepubliceerd op 6 december 2018

Het is zo droog  dat de grond- en oppervlaktewaterstanden voor het voorjaar 2019 niet genoeg zullen herstellen, tenzij het de komende maanden heel veel gaat regenen. Dit blijkt uit berekeningen die het Waterschap Rijn en IJssel heeft laten uitvoeren specifiek voor haar grondgebied. Terrein beherende organisaties, Vitens, agrariërs (LTO), particuliere landgoedeigenaren en het waterschap zijn volop in gesprek om te komen tot maatregelen die ertoe leiden dat de komende maanden zoveel mogelijk (regen) water ten goede komt aan het grondwater.

Regen nodig

Om de grondwaterstanden weer op niveau te krijgen is regen nodig, veel regen. Er moet komende winter net zoveel regen vallen als er normaal in een heel jaar valt. Gebeurt dit niet dan zal dit volgend voorjaar jaar direct merkbaar zijn. Watergangen worden eerder afvoer loos en vallen eerder droog, de watertemperatuur stijgt dan sneller en grondwater zal eerder in het seizoen niet meer beschikbaar zijn voor gewassen. Hierdoor zullen de problemen voor de waterkwaliteit, de landbouw en de natuur van afgelopen jaar eerder herhalen en mogelijk langer duren.

Elke druppel telt

Aan extreme droogte valt weinig te doen. In droge perioden telt elke druppel, maar als er geen druppels zijn valt er ook niks te sturen. De droogte van afgelopen zomer was extreem, maar waarschijnlijk niet uniek. We zullen door de klimaatverandering in de toekomst vaker te maken krijgen met dergelijke perioden. Dat is een probleem dat niemand in zijn eentje kan oplossen. Daarom zet het waterschap komende winter samen met terrein beherende organisaties, Vitens, agrariërs (LTO) en particuliere landgoedeigenaren volop in op het zoveel mogelijk vasthouden van water. Hierbij is het een belangrijk uitgangspunt de verschillende belangen in het gebied niet in het geding moet komen. Het is onrealistisch te verwachten dat de opgelopen achterstand begin volgend voorjaar helemaal is weggewerkt. Toch is het goed om ons collectief in te spannen om de komende winter zoveel mogelijk water de grond in te krijgen, immers elke druppel telt.

Samen water vasthouden

Vasthouden van water betekent concreet dat het waterschap, via het peilbeheer, zo weinig mogelijk water afvoert naar de grote rivieren en zo veel mogelijk water in het gebied houdt. Dit betekent dat stuwen in de watergangen worden opgezet en de inlaatmogelijkheden vanuit grotere watergangen als de Berkel en Oude IJssel optimaal worden benut.

Naast het waterschap zijn er veel met partijen die, direct of indirect, invloed kunnen uitoefenen op de hoeveelheid water die kan worden vastgehouden. Daarom vraagt het waterschap gemeenten om extra aandacht te hebben voor afkoppelprojecten in het stedelijk gebied en terrein beherende organisaties en eigenaren om regenwater zoveel mogelijk te laten infiltreren in de bodem. Met drinkwaterbedrijf Vitens  zijn afspraken gemaakt om zoveel mogelijk water aan te voeren naar de door Vitens beheerde terreinen, waar infiltratievoorzieningen aanwezig zijn.

Op kavelniveau zijn het de grondeigenaren en de beheerders die maatregelen kunnen nemen in de haarvaten van het watersysteem. Waterschap en LTO bepalen samen enkele kansrijke gebieden om water vast te houden.  Hier worden gericht de agrariërs gevraagd om mee te doen en duikers af te sluiten in de kleine watergangen die niet in beheer zijn bij het waterschap. Ook aan (agrarische) grondeigenaren elders in het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel wordt gevraagd om, waar mogelijk, de komende maanden de infiltratie te bevorderen door drainages af te doppen, de bodem zoveel mogelijk open te maken (of te houden) en duikers dicht te zetten. Om dit te bevorderen stelt het waterschap duikerafsluiters ter beschikking aan grondeigenaren.