Veel gestelde vragen en antwoorden over locatie Zutphen


Hieronder vindt u de veel gestelde vragen en antwoorden.

Waarom een windmolen op deze locatie?

Adviesbureau Arcadis heeft in opdracht van het waterschap alle eigendommen van het waterschap bestudeerd op mogelijkheden en belemmeringen voor windenergie. Daarbij is rekening gehouden met noodzakelijke wettelijke afstand tot o.a. woningen, natuur, hoogspanningsleidingen en wegen.

Het gebied rond de zuivering in Zutphen en enkele andere locaties (zuiveringen in Duiven, Etten en Olburgen) bleken de meest kansrijke locaties te zijn voor windenergie. Mede op basis van de locatieplannen, heeft het algemeen bestuur van het waterschap in maart 2017 besloten om een windenergietraject te starten in Zutphen en Duiven.

Waarom wil het waterschap energieneutraal zijn?

Het waterschap merkt als geen ander de gevolgen van klimaatverandering in onze beken en rivieren. Heftige buien of juist hitte en droogte: we moeten hierop inspelen. Daarom willen we ook onze verantwoordelijkheid nemen en 100% energieneutraal worden (Duurzaamheidstrategie 2016). Wij willen het niet laten bij woorden, maar nemen nu de stappen om die 100% daadwerkelijk te halen.

Daarnaast hebben wij, net als andere overheden, ons verbonden aan landelijke en regionale doelen van energie opwekking en energie besparing, zoals in het Klimaatakkoord van waterschappen en het Rijk en in het Gelders Energieakkoord met 100 Gelderse gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Waarom koopt het waterschap geen duurzame energie in?

Het waterschap koopt al haar energie groen in. Wij willen echter de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen energieverbruik en wil daarom energie lokaal opwekken. Nederland, Europa en de wereld staan namelijk voor een grote klimaatopgave. In Nederland hebben overheden, bedrijven en organisaties samen ambitieuze duurzame energiedoelen afgesproken. Met het plaatsen van windmolens buiten deze regio, of het inkopen van andermans energie, komen we er niet. Dit zien wij niet als duurzame oplossing.

Wat doet het waterschap aan duurzame energie opwekking?

Om de doelstelling van 100% energieneutraal te halen, moeten we evenveel energie opwekken, als dat we verbruiken. Jaarlijks verbruiken we ongeveer 32 miljoen kWh aan elektriciteit (net zoveel als het gebruik van 9.000 huishoudens) en circa 80.000 Giga Joules aan brandstoffen zoals aardgas en diesel. Met name het zuiveren van afvalwater kost veel energie.

We zetten in op onderstaande vormen van duurzame energie:

- Biogas: In vier rioolwaterzuiveringen wordt biogas opgewekt en omgezet naar elektriciteit. Ook slib van andere zuiveringen wordt hiervoor aangevoerd, want niet alle zuiveringen zijn hier technisch voor ingericht. Dit levert ca. 20% van onze duurzame energievoorziening op. Als ons waterschap al het slib zou benutten voor biogas levert dit maximaal ca. 25% onze duurzame energievoorziening.

- Waterkracht: Er zit energie in het stromend water in onze regio. Het waterschap heeft alle stuwen in de beken en rivieren opengesteld voor duurzame energie initiatieven. Hieruit is maximaal 6% van ons verbruik te halen. Voor de stuwen worden nu plannen uitgewerkt samen met bedrijven en andere geïnteresseerden. Zie verder ook www.wrij.nl/waterkracht

- Zonne-energie: Het waterschap onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor het plaatsen van panelen op daken, dijken en andere gronden van het waterschap. Ervaring leert dat voor zonne-energie veel oppervlakte nodig is. Als het waterschap energieneutraal wilt worden met zon, zijn zo’n 60 voetbalvelden aan zonnepanelen nodig.

- Windenergie: Het waterschap heeft laten onderzoeken welke duurzame energiekansen er in haar werkgebied zijn. Hieruit bleek dat er meerdere locaties wettelijk geschikt zijn voor windenergie. Eén windmolen levert ongeveer 6 miljoen kWh per jaar (net zoveel als het verbruik van 1700 huishoudens). Als het waterschap energieneutraal wilt worden met wind, zijn in totaal 4 tot 5 windmolens nodig.

Uit bovenstaande blijkt dat windenergie voor ons de meest effectieve en efficiënte bijdrage levert aan onze doelen. Dit neemt niet weg dat we ook inzetten op de andere vormen van duurzame energie. Kijk voor de actuele informatie hierover op www.wrij.nl/duurzaam. Wilt u meer weten, kunt u contact opnemen met Peter Brokke, p.brokke@wrij.nl/ 0314-369369.

Waarom hier windmolens en niet op zee?

Het inkopen van energie van windmolens op zee is uiteraard ook een manier om te verduurzamen. We houden deze ontwikkelingen scherp in de gaten. Ons waterschap wil echter de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen energieverbruik en daarom energie lokaal opwekken. Nederland, Europa en de wereld staan namelijk voor een grote klimaatopgave. In Nederland hebben overheden, bedrijven en organisaties samen ambitieuze duurzame energiedoelen afgesproken. Met het plaatsen van windmolens buiten deze regio (bijv. op zee), of het inkopen van andermans energie, komen we er niet. Dit zien wij niet als duurzame oplossing.

Hoe is het proces van besluitvorming?

De planning van het proces is in hoofdlijnen:

  • 2015-2017: Verkenningsfase: Overleg met de buurt, de gemeente en met de provincie. Belangen en meningen kunnen kenbaar gemaakt worden. Verkennende onderzoeken doen, locatieplannen opstellen.
  • 14 maart 2017: Het algemeen bestuur van het waterschap heeft, mede op basis van de locatieplannen, besloten om voor de lokaties Duiven en Zutphen een formele ruimtelijke procedure te starten om het bestemmingsplan aan te passen en de nodige vergunningen te krijgen.
  • 2017: Waterschap werkt samen met IJsselwind aan het opstellen van de benodigde onderzoeken (MER) Met het opstellen van het milieueffectrapport worden alle effecten op de omgeving en op de natuur in beeld gebracht. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen daarover op verschillende momenten hun zienswijze geven en invloed uitoefenen.
  • 2018: Als besloten wordt door te gaan, start de gemeente de formele procedure(s) voor het veranderen van het bestemmingplan en het verlenen van de benodigde vergunningen. Belanghebbenden kunnen indien gewenst hierop inspreken, bezwaar aantekenen en in beroep gaan bij de rechter.

Wat waren de criteria in de besluitvorming van de locatieplannen?

In de locatieplannen zijn de maatschappelijke, financiële, technische en ruimtelijke (bijv. vergunningen) haalbaarheid in beeld gebracht en afgewogen. Het algemeen bestuur heeft op basis hiervan een besluit genomen. Wat betreft maatschappelijke haalbaarheid gaat het niet alleen over standpunten, maar juist ook om achterliggende vragen, zorgen en belangen. We willen weten waaróm mensen voor of tegen windenergie zijn. Door de vrees en zorg te begrijpen kunnen we zoeken naar oplossingen. Dit gaan we doen op basis van gesprekken en overleg met omwonenden en belangengroepen. De ervaringen uit deze gesprekken waren onderdeel van de locatieplannen.

Hoe is het proces met de omgeving?

In alle fasen peilen we hoe de omwonenden staan tegenover windmolens, wat hun zorgen, wensen en belangen zijn. Daar hoort ook het gesprek over duurzame energie en financiële participatie bij.

Gesprekken vinden plaats via besloten bijeenkomsten met direct omwonenden, openbare informatieavonden, excursies, website en individuele mails, brieven en gesprekken.

Kijkt u voor actuele informatie op www.wrij.nl/duurzaam. Wilt u meer weten, kunt u contact opnemen met Peter Brokke, p.brokke@wrij.nl / 0314-369369.

Hoe hoog wordt de molen?

We zetten in op grote windmolens. We gaan uit van een bandbreedte van 170 tot 185 meter (tip)hoogte. Deze bandbreedte wordt op dit moment onderzocht (Milieu Effect Rapportage).

In 2016 gingen we uit van een hoogte van 170 meter voor deze locatie. Inmiddels gaan we in het vergunningentraject uit van een bandbreedte van 170 tot 185 meter. Dit omdat de markt voortdurend verandert en we zo de keuze voor de windmolen fabrikant openhouden.

Bandbreedtes

Tiphoogte: 170 – 185 m

Rotordiameter: 100 – 120 m

Ashoogte: 120 – 135 m

Hoe zit het met de overlast van slagschaduw?

Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die de wieken van de molen kunnen veroorzaken. Deze doet zich vooral voor als de zon laag staat en de schaduw dus lang is en ver reikt. Wij streven ernaar dat de hinder van bewegende schaduw op vensters van woningen nul uur per jaar wordt (de wettelijke norm staat 5 uur en 40 minuten toe).

Hoe zit het met de overlast van geluid en wat zijn de Nederlandse normen?

De draaiende rotorbladen maken een licht zoevend geluid. Dit geluid is niet constant en de sterkte hangt af van de windsnelheid. Er zijn wettelijke normen voor de hoeveel geluid die windturbines mogen maken. Daarom staan windturbines altijd op ongeveer minimaal 400 meter van de dichtstbijzijnde huizen. Op die afstand hoor je ongeveer evenveel geluid als van een koelkast.

Hoe gaat het waterschap om met het veroorzaken van overlast naar omwonenden?

Het afwegen van de nadelen – en we realiseren ons dat die juist bij de directe buren het sterkst gevoeld gaan worden - tegenover de voordelen is niet eenvoudig. Om die reden speelt in onze afweging ook mee, dat we de voordelen ook zo veel mogelijk lokaal terug willen laten vloeien.

Wij hanteren hierbij de volgende lijnen:

1. Wij verkennen mogelijke locaties, maar alleen daar waar het kan en mag; waar het binnen wettelijke ruimtelijke en milieutechnische kaders past.

2. We houden zoveel mogelijk rekening met uw wensen en de overlast zoveel mogelijk verminderen. Onze referentie is niet alleen het wettelijke verplichte niveau. Zo streven wij ernaar dat de hinder van bewegende schaduw op vensters van woningen nul uur per jaar wordt (de wettelijke norm staat 5 uur en 40 minuten toe).

3. We willen de (financiële) voordelen met de directe omgeving delen. Windenergie is financieel rendabel. Investeren in een windproject verdient zich binnen circa 10 à 15 jaar terug. Daarna levert windenergie winst op. Het waterschap biedt aan om de voordelen met de lokale gemeenschap te delen.Het waterschap heeft als richtinggevend principe dat 20% van de winst van de windmolens ten goede komt aan de lokale maatschappij. Concreet gaat het om ca. € 40.000 per jaar voor twee windmolens voor de omgeving. Voor de gehele levensduur van 15 a 20 jaar betekent dit dus ca. €600.000 tot €800.000 totaal. Samen met hen verkent het waterschap verder hoe (financiële) participatie in de omgeving vorm kan krijgen.

Wat is de relatie met de plannen van IJsselwind?

IJsselwind wil twee windturbines ontwikkelen op grondgebied van de gemeente Zutphen aan de noordzijde van het Twentekanaal. De beoogde locatie van de windturbine van het waterschap valt in het zoekgebied van IJsselwind, aan de zuidzijde van het Twentekanaal, nabij het industrieterrein. In het gebied gaat het dus om totaal 3 windturbines, waarvan één op initiatief van het waterschap. Mede op verzoek van de gemeente Zutphen is het gevoerde proces van deze verkenning en vergunning zoveel mogelijk afgestemd op het proces van IJsselwind.

Worden onze woningen minder waard en wie gaat eventuele schade betalen?

Of uw woning wel of niet in waarde daalt als gevolg van een windenergieproject is de vraag. Sommige onderzoeken spreken van ‘geen effect’ andere spreken dat tegen. In het verleden zijn, gebaseerd op specifieke omstandigheden, enkele planschadeclaims gehonoreerd. Ook zijn er door gemeenten verzoeken tot verlaging van WOZ waarde gehonoreerd, maar daar is nooit een onafhankelijk onderzoek of een rechter bij betrokken geweest. Ook is er een voorbeeld van een gemeente die de eerder verlaagde WOZ later weer terugbracht tot het oude niveau, omdat na de realisatie van het windproject geen markteffecten werden waargenomen.

Wettelijk is het volgende geregeld:

Een eigenaar van een woning kan een schadeclaim indienen bij de gemeente. De gemeente en een onafhankelijke rechter zullen het verzoek behandelen. Wanneer de rechter bepaalt dat er inderdaad sprake is van planschade (er geldt een ondergrens, een normaal maatschappelijk risico van 2 % wordt daarin gehanteerd) zal de gemeente de schade in rekening brengen bij de initiatiefnemer; in dit geval het waterschap. Het waterschap zal voor ze start met de planologische procedure een overeenkomst met de gemeente sluiten (een anterieure overeenkomst) om dit goed te regelen.

Wat levert een windmolen op voor de omgeving?

We willen de (financiële) voordelen met de directe omgeving delen. Windenergie is financieel rendabel. Investeren in een windproject verdient zich binnen circa 10 à 15 jaar terug. Daarna levert windenergie winst op. Het waterschap biedt aan om de voordelen met de lokale gemeenschap te delen.Het waterschap heeft als richtinggevend principe dat 20% van de winst van de windmolens ten goede komt aan de lokale maatschappij. Concreet gaat het om ca. € 40.000 per jaar voor twee windmolens voor de omgeving. Voor de gehele levensduur van 15 a 20 jaar betekent dit dus ca. €600.000 tot €800.000 totaal. Samen met hen verkent het waterschap verder hoe (financiële) participatie in de omgeving vorm kan krijgen.

Zijn de huidige 3 molens wel rendabel?

Hierover zijn bij het waterschap geen gegevens bekend.

Waarom staan (de huidige) molens vaak stil?

Hoe vaak en waarom de huidige molens stil staan is ons niet bekend. Gemiddeld draaien windmolens in Nederland 75 % van de tijd. Stilstand vindt wel eens plaats voor onderhoud of als het windstil is. Uiteraard is het de bedoeling dat een molen zoveel mogelijk draaiuren maakt.

Hoe duurzaam is een windmolen?

Voor een antwoord en discussie over die vraag verwijzen we naar

https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/standpunten-over-windenergie/

Kunnen de stroompieken (bij veel wind) opgevangen worden?

De opgewekte stroom zal aan het reguliere netwerk worden geleverd. Het netwerk vangt eventuele pieken in windstroom op door de productie van gascentrales te verminderen of stil te zetten.