Zoeken

Veel gestelde vragen en antwoorden over locatie Zutphen

Gepubliceerd op 8 februari 2017

Hieronder vindt u de veel gestelde vragen en antwoorden, die aan bod kwamen op de verschillende bewonersavonden die we gehouden hebben.

Waarom een windmolen op deze locatie?

We richten ons op diverse locaties waar wij eigenaar van de gronden zijn, de locaties van onder andere onze zuiveringen zijn dan een logisch begin. Adviesbureau Arcadis heeft in opdracht van het waterschap alle eigendommen van het waterschap bestudeerd op mogelijkheden en belemmeringen voor windenergie. Daarbij is rekening gehouden met noodzakelijke wettelijke afstand tot o.a. woningen, natuur, hoogspanningsleidingen en wegen.

Het gebied rond de zuivering in Zutphen en enkele andere locaties (RWZI’s nabij Duiven, Etten en Olburgen) bleken de meest kansrijke locaties te zijn voor windenergie. Het waterschap heeft nog geen besluit genomen over op welke locaties daadwerkelijk windprojecten gerealiseerd gaan worden. Ook staat het totale aantal windturbines niet vast. We willen eerst bij alle locaties nader en meer gedetailleerd onderzoek doen en daarover met de buren en de gemeente in gesprek gaan. Dit resulteert in een aantal locatieplannen die in maart 2017 gereed zullen zijn.

Waarom wil het waterschap energieneutraal zijn?

Het waterschap heeft eigen ambities uitgesproken: we willen onze verantwoordelijkheid nemen en 100% energieneutraal worden (Duurzaamheidstrategie 2016). Wij willen het niet laten bij woorden, maar verkennen nu de stappen om die 100% daadwerkelijk te halen.

Daarnaast hebben wij, net als andere overheden, ons verbonden aan landelijke en regionale doelen van energie opwekking en energie besparing, zoals in het Klimaatakkoord van waterschappen en het Rijk en in het Gelders Energieakkoord met 100 Gelderse gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Waarom gebruikt het waterschap niet de energie van de bestaande 3 molens?

Het waterschap koopt al haar energie groen in. Wij willen echter de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen energieverbruik en wil daarom energie op eigen gronden opwekken. Nederland, Europa en de wereld staan namelijk voor een grote klimaatopgave. In Nederland hebben overheden, bedrijven en organisaties samen ambitieuze duurzame energiedoelen afgesproken. Met het plaatsen van windmolens buiten deze regio, of het inkopen van andermans energie, komen we er niet. Dit zien wij niet als duurzame oplossing.

Onderzoekt het waterschap ook andere bronnen van duurzame energie?

Het waterschap zet in op de mix van duurzame energie. Daarom verkennen wij de mogelijkheden van de (bewezen) vormen van duurzame energie, zoals zonne-energie, biogas, energie uit stromend water (waterkracht) en ook windenergie, Reden hiervoor is dat wij willen bijdragen aan het verminderen van klimaatgevolgen en 100% energieneutraal willen worden.

Wat doet het waterschap aan duurzame energie opwekking?

Om de doelstelling van 100% energieneutraal te halen, moeten we evenveel energie opwekken, als dat we verbruiken. Jaarlijks verbruiken we ongeveer 32 miljoen kWh aan elektriciteit (net zoveel als het gebruik van 9.000 huishoudens) en circa 80.000 Giga Joules aan brandstoffen zoals aardgas en diesel. Met name het zuiveren van al het afvalwater kost veel energie.

We zien mogelijkheden in onderstaande vormen van duurzame energie:

- Biogas: Op dit moment wordt in vier rioolwaterzuiveringen biogas opgewekt en omgezet naar elektriciteit. Ook slib van andere zuiveringen wordt hiervoor aangevoerd, want niet alle zuiveringen zijn hier technisch voor ingericht. Dit levert ca. 20% van onze duurzame energievoorziening op. Als ons waterschap al het slib zou benutten voor biogas levert dit maximaal ca. 25% onze duurzame energievoorziening.

- Waterkracht: Er zit energie in het stromend water in onze regio. Het waterschap heeft alle stuwen in de beken en rivieren opengesteld voor duurzame energie initiatieven. Hieruit is maximaal 6% van ons verbruik te halen. Voor de stuwen worden nu plannen uitgewerkt samen met bedrijven en andere geïnteresseerden. Zie verder ook www.wrij.nl/waterkracht

- Zonne-energie: Het waterschap onderzoek momenteel wat de wat de mogelijkheden zijn voor het plaatsen van panelen op daken, dijken en andere gronden van het waterschap. Ervaring leert dat voor zonne-energie veel oppervlakte nodig is. Ter illustratie: Als het waterschap energieneutraal wilt worden met zon, zijn zo’n 60 voetbalvelden aan zonnepanelen nodig.

- Windenergie: Het waterschap heeft laten onderzoeken welke duurzame energie kansen er in haar werkgebied zijn. Hieruit bleek dat er meerdere locaties wettelijk geschikt zijn voor windenergie. Eén windmolen levert ongeveer 6 miljoen kWh per jaar (net zoveel als het verbruik van 1700 huishoudens). Als het waterschap energieneutraal wilt worden met wind, zijn 4 tot 5 windmolens nodig. De verkenning van vier locaties is momenteel gaande. Er staat dus nog niets vast. In maart 2017 wordt een besluit genomen of, en zo ja, waar daadwerkelijk een traject in gang gezet wordt.

Uit bovenstaande blijkt dat windenergie voor ons de meest effectieve en efficiënte bijdrage levert aan onze doelen. Dit neemt niet weg dat we ook inzetten op de andere vormen van duurzame energie. Kijk voor de actuele informatie hierover op www.wrij.nl/duurzaam. Wilt u meer weten, kunt u contact opnemen met Peter Brokke, p.brokke@wrij.nl/ 0314-369369.

Waarom hier windmolens en niet op zee?

Het inkopen van energie van windmolens op zee is uiteraard ook een manier om te verduurzamen. We houden deze ontwikkelingen scherp in de gaten. Ons waterschap wil echter de verantwoordelijkheid nemen voor het eigen energieverbruik en daarom energie op eigen gronden opwekken. Nederland, Europa en de wereld staan namelijk voor een grote klimaatopgave. In Nederland hebben overheden, bedrijven en organisaties samen ambitieuze duurzame energiedoelen afgesproken. Met het plaatsen van windmolens buiten deze regio, of het inkopen van andermans energie, komen we er niet. Dit zien wij niet als duurzame oplossing.

Hoe gaat het proces van besluitvorming verlopen?

Er is nog geen formele procedure gestart. De gedetailleerde en volledige (wettelijk) procedure bespreken we in een later stadium met de gemeente. Zodra meer duidelijk is brengen wij u daarvan op de hoogte.

De planning van het verdere proces is in hoofdlijnen:

  • Vanaf heden tot maart 2017:
  • Overleg met de buurt, de gemeente en met de provincie. U kunt uw belangen en uw mening kenbaar maken bij het waterschap. Het waterschap zal u voortdurend op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen en overlegt met u op regelmatige basis.
  • 14 maart 2017:
  • Het Algemeen Bestuur van het waterschap neemt een beslissing over het al dan niet starten van een formele procedure, mede op basis van de lokatieplannen. Als besloten wordt door te gaan, wordt een principeverzoek aan de gemeente gedaan.
  • Eerste helft 2017:Daarna zal het Algemeen Bestuur een besluit nemen.
  • De gemeente neemt een besluit over dit principeverzoek. Als de gemeente instemt, zal het waterschap een milieueffectrapport laten maken, waarin alle effecten op de omgeving en op de natuur in beeld worden gebracht. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen daarover op verschillende momenten hun zienswijze geven en invloed uitoefenen.
  • Tweede helft 2017:
  • Als besloten wordt door te gaan, start de gemeente de formele procedure(s) voor het veranderen van het bestemmingplan en het verlenen van de benodigde vergunningen. Belanghebbenden kunnen indien gewenst hierop inspreken, bezwaar aantekenen en in beroep gaan bij de rechter.

Wat zijn de criteria in de besluitvorming van de locatieplannen?

In de locatieplannen worden de maatschappelijke, financiële, technische en ruimtelijke (bijv. vergunningen) haalbaarheid in beeld gebracht en afgewogen. Het algemeen bestuur neemt op basis hiervan een besluit. Wat betreft maatschappelijke haalbaarheid gaat het niet alleen over standpunten, maar juist ook om achterliggende vragen, zorgen en belangen. We willen weten waaróm mensen voor of tegen windenergie zijn. Door de vrees en zorg te begrijpen kunnen we zoeken naar oplossingen. Dit gaan we doen op basis van gesprekken en overleg met omwonenden en belangengroepen. De ervaringen uit deze gesprekken worden onderdeel van onze locatieplannen.

Hoe open is het planproces en de besluitvorming?

Het waterschap is dit traject bewust begonnen als een verkenning: of, waar en hoeveel windmolens er komen, staat nog niet vast. Dit wil zeggen dat wij juist als eerste met de omwonenden in gesprek zijn gegaan over het idee om een windmolen te plaatsen. In deze fase peilen we hoe de omwonenden staan tegenover windmolens, wat hun zorgen, wensen en belangen zijn. Daar hoort ook het gesprek over duurzame energie bij.

Gesprekken vinden plaats via besloten bijeenkomsten met direct omwonenden, openbare informatieavonden, excursies, website (vraag & antwoord) en individuele mails, brieven en gesprekken. In maart 2017 besluit het algemeen bestuur of er een vervolgtraject wordt gestart. De stukken zullen voorafgaand aan de besluitvorming gepubliceerd worden, daarnaast kunt u invloed uitoefenen door bijvoorbeeld in te spreken.

Hoe hoog wordt de molen?

We denken aan maximaal 170 meter tiphoogte. Dat betekent een masthoogte van circa 110 meter plus een wieklengte van circa 60 meter. Let wel, in deze fase zijn de plannen van het waterschap nog niet gedetailleerd uitgewerkt en niet definitief.

Hoe zit het met de overlast van slagschaduw?

Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die de wieken van de molen kunnen veroorzaken. Deze doet zich vooral voor als de zon laag staat en de schaduw dus lang is en ver reikt. Wij streven ernaar dat de hinder van bewegende schaduw op vensters van woningen nul uur per jaar wordt (de wettelijke norm staat 5 uur en 40 minuten toe).

Hoe zit het met de overlast van geluid en wat zijn de Nederlandse normen?

De draaiende rotorbladen maken een licht zoevend geluid. Dit geluid is niet constant en de sterkte hangt af van de windsnelheid. Er zijn wettelijke normen voor de hoeveel geluid die windturbines mogen maken. Daarom staan windturbines altijd op ongeveer minimaal 400 meter van de dichtstbijzijnde huizen. Op die afstand hoor je ongeveer evenveel geluid als van een koelkast.

Hoe gaat het waterschap om met het veroorzaken van overlast naar omwonenden?

Het afwegen van de nadelen – en we realiseren ons dat die juist bij de directe buren het sterkst gevoeld gaan worden - tegenover de voordelen is niet eenvoudig. Om die reden speelt in onze afweging ook mee, dat we de voordelen ook zo veel mogelijk lokaal terug willen laten vloeien.

Wij hanteren hierbij de volgende lijnen:

  1. Wij verkennen mogelijke locaties, maar alleen daar waar het kan en mag; waar het binnen wettelijke ruimtelijke en milieutechnische kaders past.
  2. We houden zoveel mogelijk rekening met uw wensen en de overlast zoveel mogelijk verminderen. Onze referentie is niet alleen het wettelijke verplichte niveau. Zo streven wij ernaar dat de hinder van bewegende schaduw op vensters van woningen nul uur per jaar wordt (de wettelijke norm staat 5 uur en 40 minuten toe).
  3. We willen de (financiële) voordelen met u delen. Windenergie is financieel rendabel. Investeren in een windproject verdient zich binnen circa 10 à 15 jaar terug. Daarna levert windenergie winst op. Het waterschap biedt aan om de voordelen met de buren en de lokale gemeenschap te delen. Over welke bedragen het zal gaan en in welke vorm valt nu nog niet precies te zeggen, maar de toezegging staat. Samen met u wil het waterschap graag verder verkennen hoe (financiële) participatie in de omgeving vorm kan krijgen.

Wat is de relatie met de plannen van IJsselwind?

IJsselwind wil 2 windturbines ontwikkelen op grondgebied van de gemeente Zutphen aan de noordzijde van het Twentekanaal. De beoogde locatie van de windturbine van het waterschap valt in het zoekgebied van IJsselwind, op de dijk aan de zuidzijde van het Twentekanaal, nabij het industrieterrein. In het gebied gaat het dus om totaal 3 windturbines, waarvan één op initiatief van het waterschap. Mede op verzoek van de gemeente Zutphen is het gevoerde proces van deze verkenning zoveel mogelijk afgestemd op het proces van IJsselwind.

Worden onze woningen minder waard en wie gaat eventuele schade betalen?

Of uw woning wel of niet in waarde daalt als gevolg van een windenergieproject is de vraag. Sommige onderzoeken spreken van ‘geen effect’ andere spreken dat tegen. Recent zijn, gebaseerd op specifieke omstandigheden, enkele planschadeclaims gehonoreerd. Ook zijn er door gemeenten verzoeken tot verlaging van WOZ waarde gehonoreerd, maar daar is nooit een onafhankelijk onderzoek of een rechter bij betrokken geweest. Ook is er een voorbeeld van een gemeente die de eerder verlaagde WOZ later weer terugbracht tot het oude niveau, omdat na de realisatie van het windproject geen markteffecten werden waargenomen.

Wettelijk is het volgende geregeld:

Een eigenaar van een woning kan een schadeclaim indienen bij de gemeente. De gemeente en een onafhankelijke rechter zullen het verzoek behandelen. Wanneer de rechter bepaalt dat er inderdaad sprake is van planschade (er geldt een ondergrens, een normaal maatschappelijk risico van 2 % wordt daarin gehanteerd) zal de gemeente de schade in rekening brengen bij de initiatiefnemer; in dit geval het waterschap. Het waterschap zal voor ze start met de planologische procedure een overeenkomst met de gemeente sluiten (een anterieure overeenkomst) om dit goed te regelen.

Zijn de bestaande 3 molens wel rendabel?

Hierover zijn bij het waterschap geen gegevens bekend.

Waarom staan (de huidige) molens vaak stil?

Hoe vaak en waarom de huidige molens stil staan is ons niet bekend. Gemiddeld draaien windmolens in Nederland 75 % van de tijd. Stilstand vindt wel eens plaats voor onderhoud of als het windstil is. Uiteraard is het de bedoeling dat een molen zoveel mogelijk draaiuren maakt.

Hoe duurzaam is een windmolen?

Voor een antwoord en discussie over die vraag verwijzen we naar

https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/standpunten-over-windenergie/

Kunnen de stroompieken (bij veel wind) opgevangen worden?

De opgewekte stroom zal aan het reguliere netwerk worden geleverd. Het netwerk vangt eventuele pieken in windstroom op door de productie van gascentrales te verminderen of stil te zetten.