‘Water en groen betekenen wat in Arnhem’

Gepubliceerd op 1 september 2017

Arnhem heeft een bijzondere band met groen en water. Nog niet zo lang geleden werd de Gelderse hoofdstad zelfs uitgeroepen tot groenste stad van Europa. Park Sonsbeek heeft daarin een haast iconische status, maar net zo bijzonder – en misschien wel mooier – vindt servicemedewerker Onderhoud Hans Kampscheur Park Angerenstein. ‘De vijvers, de heldere waterlopen door het groen en de kleine watervalletjes maken dit gebied heel interessant.’

Wandelen en hardlopen over de mooie paden. Spelen, sporten en picknicken op het grote veld, in het bos of in de fijne binnentuin. In Angerenstein kan het allemaal. En altijd omringt door water. Voor de bron moeten we naar een vijver bovenaan de iets verderop gelegen Bronbeeklaan. ‘Dat is een sprengkop, gevoed uit het Veluwemassief’, weet Hans. ‘Het mooie daarvan is dat het water altijd stroomt. Andere steden hebben ook water, maar dat staat vaak stil. Hier stroomt het. Daardoor zijn de beken in Park Angerenstein ook zo helder, je zou er bijna uit kunnen drinken.’

Vanuit de bron stroomt het water door een avontuurlijk aangelegde waterspeelplaats aan de Bronbeeklaan langs de velden van korfbalvereniging Oost-Arnhem en het Beekdal Lyceum naar het park. Heb je het over Park Angerenstein, vergeet dan niet het prachtige en eveneens parkachtige landgoed van verzorgingshuis Insula Dei in één adem te noemen. Ze lopen in elkaar over. En anders dan het bordje ‘verboden toegang voor onbevoegden’ bij de entree van Insula Dei doet vermoeden, mag je ook daar rustig een wandeling door de tuinen en langs de rijk begroeide oever van de beek maken.

Hans: ‘Het water uit de bron verdelen we over beide gebieden. Een deel gaat door het park, het andere deel stroomt door de tuinen van het verzorgingshuis. Voor mij zit daar een interessant deel van mijn werk. Een klepje open of dicht kan het verschil maken tussen teveel of te weinig water in een van beide gebieden. Kijk, de natuur gaat altijd zijn eigen gang. Het water kun je niet altijd sturen, maar je kunt het wel zoveel mogelijk naar je hand zetten door ermee te spelen. Dat vind ik het mooiste van mijn werk bij het waterschap.’

Op een bankje in het park geniet Hans van de joggers en wandelaars die aan hem voorbij trekken. Zelf is hij een echt dorpsmens, zegt hij, maar van dit rustpunt in de drukte van de stad kan hij ook erg genieten. En hij houdt van de mensen in het gebied. Tijdens zijn werk maakt hij dus ook regelmatig een praatje of beantwoordt hij vragen van buurtbewoners. Uit zijn hoofd vertelt hij ze feilloos hoe het water door de wijken loopt en niet zelden treft hij daarmee een gewillig oor van mensen die er van alles over willen weten.

‘Water en groen betekenen wat in Arnhem’, weet hij uit ervaring. ‘Dat merk je hier, maar ook op andere plekken in de stad.’ Als voorbeeld noemt hij het project in de binnenstad waar de Jansbeek momenteel weer bovengronds wordt gehaald. Een vergelijkbaar, maar kleinschaliger initiatief was er in 2005 ook in de wijk Angerenstein, grenzend aan het park. Buurtbewoners namen het voortouw om de Julianabeek weer op te graven. Dat eeuwenoude sprengbeekje werd in de jaren dertig van de vorige eeuw bij de bouw van de wijk onder de grond gestopt, maar stroomt nu weer vanuit het bos in het park door de voortuinen aan de Julianalaan. Hans: ‘Ik vind dat mooi. Waar het kan, moet je water zichtbaar maken.’